Meneertje 395

Woensdag 5 augustus 2020 Meneertje 395.

We hebben bijna zomervakantie.
Eeuwen leek het te duren maar over 9 dagen is het eindelijk zo ver.
In de drie weken dat wij er niet zijn komt neef Richard in ons huis.
Hij heeft zijn huis verkocht en gaat in Zeeland wonen maar zo kan hij toch nog in Veenendaal van alles regelen zonder dat hij een hotel hoeft te nemen.
De baas gaat aankomend weekend met de vrachtwagen naar Zeeland om de laatste spullen van Richard naar zijn ouders te brengen, waar hij voorlopig gaat wonen.
Ik ben daar ook al een paar keer geweest en we gingen toen samen met Richard bij zijn ouders logeren.
Ome Frits en tante Riek vinden het altijd leuk als ik kom.
Wel jammer dat Richard gaat verhuizen want ik zie hem nu eens per week en ben heel gek met hem en hij met mij.
Als we nu bij Richard op bezoek gaan kunnen we er niet meer lopende heen maar moeten we eerst heel ver met de auto rijden.

Maar we hadden het over vakantie, ik kan niet wachten want het wordt een topvakantie.
Drie weken veel aandacht krijgen, koffie met extra koekjes, zwemmen, wandelen, spelen, lekker eten en doen waar we zin in hebben.
Ik kan echt niet meer wachten.
We starten de vakantie in ons Paradijsje en de allereerste dag komen twee vriendinnen van het vrouwtje op bezoek.
Esther en Mieke komen en dan is het vooral een feestje van gebak, lekker eten, drinken en veel gegiebel.
Vrouwtje is blij dat ze komen want er zijn veel verdrietige dingen gebeurd en dan is het dubbel zo belangrijk dat je vrienden hebt.
Omdat oma en Esthers broer niet willen dat we verdrietig blijven is het tijd om het leven weer te vieren.
Gelukkig mag ik daar ook bij zijn en ik kan vast wat extra koekjes bemachtigen.
Als de vriendinnen weer naar huis gaan dan blijven wij die week in ons Paradijsje.
Na een week gaan we naar huis en draaien een was en zaterdagochtend vertrekken we dan heel vroeg voor twee weken naar ons hutje aan zee.
En…..daar krijgen we heel veel logees.

De eerste week komen mijn grote mensenbroer en zijn vriendin, de weekenden mijn grote mensenzus en zwager en dan is het feest nog niet voorbij, de laatste week komen mijn opa en oma naar ons hutje aan zee.
Dan mag oma mij de hele week eten geven en die kan dat zo goed.
Jullie snappen dat ik nu echt de dagen aftel.
Het moet wel mooi weer worden want anders komen mijn broer en schoonzus niet.
Opa en oma komen sowieso want die maakt het niks uit of ze wel of niet naar het strand kunnen.
Opa kan met de rollator toch niet op het strand.
Als het slecht weer is gaan ze vast weer een puzzel maken met z’n allen.
Niks zo gezellig als visite dus ik kijk reikhalzend uit naar een verwen vakantie.

Straks hoorde ik ineens “ben je daar nu niet te oud voor?”
Ik keek eens rond maar er was niemand in de kamer.
Met mijn staart hoog in de lucht liep ik verder toen ik een keel hoorde schrapen en het vrouwtje zei: “Meneertje Jansen, ik had het tegen jou”.
Vol ongeloof keek ik haar aan, hoezo ben ik hier te oud voor?
Voor spelen ben je nooit te oud toch?

 

Het vrouwtje liep naar mij toe en zei: “laat de sok van de baas eens los, daar mag jij helemaal niet aankomen” “de baas wil geen gaten in zijn sokken dat weet je best”.

Ze verstopte de sokken stiekem op de eerste keukenstoel.
Dacht ze nu werkelijk dat ik gek ben?
Kennelijk is niet alleen een mensenneus slecht ontwikkelt, hersen-technisch ontbreekt er zo hier en daar ook wel een schakeltje.
Als de baas en het vrouwtje iets weg leggen, terwijl ze hun ogen open hebben, zijn ze het regelmatig kwijt en vragen ze aan elkaar waar het ligt.
Grotendeels weten ze dat beiden niet en gaan dan samen zoeken.
Ik ben nooit iets kwijt al houd ik mijn ogen stijf dicht.
Kwestie van neusgaten open en even flink in de lucht snuiven.
Mijn neus brengt me dan in no time naar het geen ik wil hebben.

Dus…..het vrouwtje ging weer zitten en ik snoof eens flink.
Ja hoor, kind kan de was doen, daar lag de sok.

 

Ik ging staan, viste hem van de keukenstoel en liep toen achter de lounge stoel langs.

 

Op het moment dat ik op de bank wilde springen hoorde ik: “Jansen, volgens mij hadden wij hier al lopende afspraken over”.
Ze stond op en ik holde al kwispelend weg.
Het vrouwtje kon dan afspraken hebben, ik wist nergens van.
Helaas was ze niet in voor een spelletje sok hollen en na 2x los, besloot ik snel met mijn groene krokodil aan te komen rennen.
Kijk eens vrouwtje, zullen we met de krokodil gooien?

 

Eigenlijk raar, ik mag nooit wat van een ander pakken maar de eekhoorntjes wel.

 

Kijk, daar mogen ze hun walnootjes uit halen, dat is van hun.

 

Maar ik zag heus wel dat er een eekhoorn aan het houtje met zaadjes van de vogels begon te knabbelen. Daar besloot ik een stokje voor te steken en blafte een keer.
Het vrouwtje zei: “stttttttt ik probeer hem te fotograferen.”

 

Kijk dan toch goed, hij vreet alles van de vogels op.

 

Straks hebben de kool,- en pimpelmezen niks meer.

 

Ga weg lelijke vlooienbaal, dat is voor de vogels.
Ik blafte keihard en dat werkte.

 

De eekhoorn begon met zijn achterpoten te trappelen en maakte klakkende geluiden.

 

Ik rende naar de boom en toen duurde het precies 1 seconde en verdween de eekhoorn in de toppen van de boom.

 

Ziezo klus geklaard.
Kom maar vogels ik heb hem weg gejaagd hoor.
Net op tijd want daar is oma.
Die kwam ’s avonds even een bakje koffie doen in ons Paradijsje en dat is altijd leuk.

 

Oma had van thuis een plakje kookworst mee genomen.

 

Je mag er best twee mee nemen hoor oma, het vrouwtje is toch koffiezetten en dan ziet ze niet wat wij doen.
En nu gaan we aftellen tot mijn zomervakantie begint.
Nog maar 9 nachtjes slapen.

Meneertje 394

Woensdag 29 juli 2020. Meneertje 394

Er is wat heel erg verdrietigs gebeurd, mijn lieve oma uit het verzorgingshuis is overleden.
Zes jaar geleden kreeg ze een hersenbloeding en kwam ze in een rolstoel terecht.
Ze kon toen nog heel goed met mij knuffelen maar donderdag 16 juli werd ze ernstig ziek, ze had het benauwd en heel veel pijn.
Al haar kinderen gingen om en om bij oma waken zodat oma niet alleen zou zijn.
Zaterdag kwamen mijn grote mensenzus en mensenbroer om afscheid te nemen van oma en iedereen was verdrietig.
De baas nam ons mee naar het restaurant en het vrouwtje bleef bij oma.
Ineens moest hij snel terug naar oma en samen met het vrouwtje heeft hij oma vastgehouden en toen is oma overleden.
.

 

Het werd een dag van regelen, afscheid nemen en van veel tranen.
Ik heb mijn best gedaan om iedereen te troosten en te knuffelen.
Toen de dokter was geweest gingen mijn grote mensenzus en broer nog een laatste keer dag zeggen tegen oma.
Oma was helemaal stil en had geen pijn meer en was ook niet meer benauwd.
Dat was heel fijn al moest iedereen toch huilen.
Ik mocht ook afscheid nemen van oma en daarna gingen we wachten in het restaurant waar we anders altijd met oma koffie dronken.

 

De koekjesmevrouw kwam aangereden en had al gehoord dat oma was overleden en was heel verdrietig.
Ze vond het ook heel erg dat ze mij nooit meer zou zien maar toen zei het vrouwtje: “echt wel hoor, we komen een keer met meneertje op visite”.
Omdat er pas ’s middags om 16.00 uur een gesprek was gingen we met alle vier mijn mensenbroers en zussen een hapje eten in Rhenen.
Ik mocht ook mee het terras op maar moest, vanwege het ontbreken van stoelen, wel op de grond.
Omdat het belangrijk is dat ik lekker kan liggen, mocht mijn autokussen mee.

 

Na wat graafwerk kroop ik lekker in de sloop en viel in slaap.

 

Na het eten ging ik met alle vier de kinderen mee naar ons Paradijsje en reden de baas en het vrouwtje terug naar Veenendaal voor gesprekken over de uitvaartdienst, welke kaarten, welke tekst, welke bloemen en heel veel meer.
Toen de baas en het vrouwtje om 18.00 uur in ons Paradijsje terug kwamen bleven alle vier de kinderen mee eten.
Terwijl de baas en het vrouwtje aan het regelen waren hadden wij in de middag gespeeld en herinneringen opgehaald aan oma en ook gezwommen.
Zo werd het toch nog een fijne middag want oma zou niet willen dat we alleen maar huilen.
Er werd een slide van oude foto’s gemaakt, die tijdens de dienst van oma zijn gedraaid.

 

Het was een hele mooie afscheidsdienst en oma had heel veel bloemen.
Ik kon niet mee naar de uitvaart maar Petra ging mij uitlaten en was een poosje bij mij.

 

Het leven gaat verder en alles zal een plekje moeten krijgen maar oma gaan we nooit vergeten.
Gelukkig kwam mijn vriend Guus langs en gingen wij samen spelen.

 

Guus heeft ook zo’n mooi stretch bed maar hij mag ook best op die van mij.

 

Samen past het ook prima.

 

Ga jij even aan jouw mama vragen of we nog wat lekkere snoepjes mogen?
Aan mijn vrouwtje hoef je het niet te vragen want van haar krijgen we alleen wat bij de koffie en die hebben ze al op.

 

Mogen wij nog een snoepje?

 

We krijgen na het wandelen snoepjes dus laten we maar snel gaan.

 

Ik loop meestal voorop want ik ben heel snel en ben gek op wandelen.

 

Mijn vriend is niet echt dol op lang en ver wandelen maar als we samen zijn dan loopt hij wel mee.

 

Na het wandelen trakteerde de mama van Guus ons op lekkere snoepjes.

 

Het was een zakje van het vrouwtje dus dat zijn ieniminie snoepjes maar van de mama van Guus kregen we er lekker veel.
Tot het vrouwtje zei dat het echt genoeg was en dat kleine snoepjes niet betekenen dan je er dan heel veel van moet eten.

 

Standaard krijg ik van de mama van Guus altijd twee snoepjes door ons hekje heen als ze weer naar huis gaan.

 

Tot gauw weer. Doei Guus, doei papa en mama van Guus.

 

Het vrouwtje liep een rondje door de tuin en kwam fluisterend terug.
Ze zei tegen de baas: “je raad nooit wat er achter de schuur zit”.
Natuurlijk wist de baas niet wat daar zat en toen zei het vrouwtje: “er is daar een merel aan het broeden, wat gaaf hé?” “ik ga er foto’s van maken en laat het je zo zien”.
Nou nou, wat uniek.
Er vliegen af en aan merels in onze tuin dus echt bijzonder leek het mij niet.
Toen het vrouwtje de foto’s liet zien zei ze: “kijk eens wat een mooi nest hij gebouwd heeft op onze ladder.”

 

Daar zat mevrouw merel, op onze uitschuifbare ladder.
Het vrouwtje had met de telelens, vanaf een hele grote afstand, twee foto’s gemaakt om mama merel niet te laten schrikken.
Ze zei tegen de baas dat hij voorlopig de trap niet mocht gebruiken.
De baas knikte tevreden want die ladder komt alleen tevoorschijn als hij weer iets heel hoog in de boom moet ophangen en inmiddels zijn onze bomen helemaal vol met vogelhuisjes, eekhoorn-nestkasten, drinkbakjes, een voedselstation, kokosnoten en allerlei andere snack plekken.
Althans, de baas vindt dat de bomen vol hangen.
Het vrouwtje vindt dat niet dus de merel mag van de baas nog héél lang broeden.

Meneertje 393

Woensdag 15 juli 2020 Meneertje 393

De baas gaf aan dat hij naar de dierenwinkel wilde om trainingskoekjes te gaan kopen.
Geen idee wat hij wilde gaan trainen maar als er koekjes aan te pas komen ben ik sowieso voor, ongeacht welk idee dan ook.
De baas zei tegen het vrouwtje: “we moeten gezonde ienimini trainers kopen en dan ga ik hem leren om niet bij alles te blaffen.”
Wat een wereld plan leek me dit, na elke blaf sessie een koekje.
Ik kon niet wachten en stond al bij de voordeur om heel erg snel naar de dierenwinkel te gaan.
Uiteraard mocht ik ook mee want ik mag altijd overal mee naar toe, behalve als ze naar de supermarkt gaan.
Het duurde niet lang of ik dribbelde voorop de grote dierenwinkel in, ik ken daar de weg op mijn duimpje en weet precies waar ik alles kan vinden.
Ik snoof enthousiast aan alle lekkere uitgestalde botten.
De baas en het vrouwtje stonden een tijd voor een rek waar de gezonde trainers hingen en zochten de kleinste uit.
Persoonlijk zou ik zeggen, doe de allergrootste want als mijn maag helemaal gevuld is ga ik slapen en is het blaffen ook klaar.
Standaard gesproken hebben wij nooit dezelfde ideeën, dus kochten ze drie zakjes met piep kleine trainers.
Bij de kassa mocht ik nog wat lekkere koekjes uitzoeken uit een gasten trommeltje op de balie.
Ik houd van dierenwinkels waar ze weten hoe je je klanten tevreden houd.
Vier kleine koekjes kreeg ik van de meneer achter de kassa.
Thuis aangekomen wilde het vrouwtje weten of ik ze wel lekker zou vinden en opende een zakje.
Ik stond al klaar om de eerste te ontvangen.
Tuurlijk lustte ik die, ze roken zalig.
In een fractie van een seconden zaten er twee mini trainers in mijn maag en was ik van enthousiasme nog harder gaan kwispelen.
Het vrouwtje zei: “als je alles naar binnen schrokt, dan proef je er niets van.”
En dat klopte, ik had nog helemaal niet geproefd hoe lekker ze waren dus stond ik klaar voor de volgende.
Het vrouwtje zei tegen de baas: “ik denk dat ik de mini trainers doormidden knip want anders zit zijn maag straks helemaal vol” “ik heb namelijk niet de fiducie dat hij met twee koekjes stopt met blaffen.”
Kijk, soms is ze best slim. Ik ben malle Pietje niet, juist lang oefenen leek mij heel erg fijn.
Na wat knip werk gingen alle halve stukjes in een klein potje met deksel en kon het train feest beginnen.

De baas besloot om te gaan oefenen met de bel en pakte de handschakelaar vast en drukte er op.
Onze bel ging af en ik begon loeihard te blaffen en rende naar de voordeur.
Toen hoorde ik: “Meneertje, Plaats.”
Ik had geen idee wat hij wilde maar hij rammelde met het potje met trainers, liep naar mijn uitkijk-eiland boven de verwarming en klopte op het kleedje.
Dat was duidelijk, ik rende er naar toe, ging op het kleedje zitten en hoorde Braaaaaaaf.
Het potje ging open en ik kreeg een minuscuul stukje trainer.
Nogmaals hoorde ik: “goed zo vent, heel braaf.”
Koek eten was braaf?
Nou, ik wilde de hele dag wel braaf zijn, wat een fantastische idee was dit toch.
De baas lokte mij weer naar de keuken, drukte opnieuw op de handbediening van de bel en voor dat ik kon gaan blaffen zei hij: “Braaffff Plaats.”
Ik rende met de baas mee naar mijn uitkijk-eiland en zat al weer netjes te wachten tot het potje open ging.
Zo oefende we wel een kwartier en ik kreeg steeds meer lol in dit fijne spel.

Daarna was het tijd voor het echte werk.
De baas ging de deur uit, stond voor de voordeur en zou buiten echt op de bel drukken.
Ondertussen moest het vrouwtje dan plaats zeggen en dan kreeg ik stukjes trainer.
Dat ging in één keer goed dus zou de baas niet bellen maar op de deur bonzen.
Vrouwtje nam mij mee naar de keuken en de baas bonsde op de deur.
Ik rende al blaffend naar de deur maar het vrouwtje begon te rammelen met het potje en bleef “Plaats” “Braaf” zeggen.
Na een aantal keren op de deur bonzen blafte ik niet meer maar rende zelf al naar mijn uitkijk-eiland.
De baas en het vrouwtje waren uiterst tevreden.
Ik ook en na een half uur trainen was het klaar.

’s nachts om 4.30 uur hoorde de baas mij ineens piepen.
Dat doe ik nooit, dus de baas stond gelijk naast me en schoot snel zijn broek en schoenen aan.
Hij tilde me op en gelukkig waren we vrij snel bij het gras.
Ik moest me toch een nodig poepen.
Het vrouwtje merkte allemaal niks van dit gebeuren want die sliep gewoon door.
Nu de baas toch wakker was besloot hij wakker te blijven en zo zaten we gezellig om 5.00 uur saampjes beneden.
Toen we het vrouwtje wakker gingen maken om 8.30 uur zei ze tegen de baas: “heb je lekker geslapen schat?”
De baas zei: “ik was al vroeg in de weer met de trainer koekjes.”
Het vrouwtje rekte zich uit en zei; “wat een enthousiasme, echt goed van je hoor.”
Na een korte uitleg van de baas begreep het vrouwtje dat het bezig gaan met de trainers heel anders bedoeld was.
Ze moest heel hard lachen en zei: “straks hebben we, én een wafkip, én sta je elke ochtend om 4.30 uur lekker fris en fruitig op de grasmat”
Die dag hebben we niet geoefend en laat ik jullie vast waarschuwen, als ik weer ga blaffen als de bel gaat, dan is het niet mijn schuld hoor!
Ik had best verder willen oefenen.

 

Mijn grote mensenzus is getrouwd en ging nadien haar witte broodsweek in ons Paradijsje vieren.

 

Wij gingen ook op bezoek bij het bruidspaar en daar waren ook een vriend en vriendin op bezoek.
Ceciel ging lekker met mijn knuffelen.

 

Matthijs vond dat ook leuk

 

Natuurlijk wilde ik ook met iedereen spelen.

 

Kijk er staan allemaal stokjes in de tuin als versiering voor het bruidspaar.

Gaan jullie maar lekker genieten wij gaan weer naar huis.

Ga ik wel een poosje thuis met kleine Dax spelen.

Meneertje 392

Woensdag 8 juli 2020 Meneertje 392

We zijn het weekend niet naar het Paradijsje geweest. Het regende pijpenstelen en het vrouwtje zei dat ze met dit weer helemaal geen zin had om in de kou en nattigheid buiten te gaan zitten.
Alsof we een cabriocaravan hebben, tssssk, we hadden prima binnen kunnen zitten met de verwarming aan.
Vrouwtje zegt dat je dan stookt voor de hele goegemeente en dat ze dat zonde vind van het geld.
En met regen wil ze ook niet buiten onder de partytent zitten, wel als het een klein beetje regent maar niet als er heel veel buien zijn.
Wacht even, mag die even in de herhaling?
Jij wilt niet naar buiten onder de partytent zitten als het regent?
Mooi ik schrijf even mee: NIET NAAR BUITEN ALS HET REGENT.

Kan ik ook blijven liggen.

 

Ik vind het namelijk ook niet echt geslaagd om naar buiten te gaan als het keihard regent maar er is geen mens die aan mij denkt als het stortregent.
Jammer genoeg hoor ik de baas of het vrouwtje dan nooit zeggen: “nee joh, we snappen je, het regent loeihard dus plas en poep jij maar fijn in huis.”
“Helemaal begrijpelijk dat je niet naar buiten wilt, we maken het met liefde schoon en hebben poep-zakjes genoeg.”
Ik hoor dat nooit, vrouwtje denkt dat ze standaard de leukste thuis is en vind dat ik niet moet zeuren als het water met bakken uit de lucht komt vallen.
Gekscherend zegt ze dan altijd: “het is hondenweer, en wat ben jij?”
Maar we zijn dit weekend tot de conclusie gekomen dat je vooral thuis blijft als het regent, dus vanaf nu wil ik dat ook met hoosbuien.

 

Zaterdag gingen we wel overdag even naar het Paradijsje.
We gingen op visite bij de papa en mama van Guus.
Guus was niet thuis, die was logeren bij zijn mensenbroer, dus mocht ik met alle speeltjes spelen.
Mijn vrouwtje zei nog: “hij bijt dat allemaal stuk hoor, doe maar niet.”
De mama van Guus is gelukkig niet zo gecompliceerd als het vrouwtje en zei: “we kopen wel weer nieuw, laat hem toch lekker zijn gang gaan.”
Dankbaar, dat de mama van Guus zo’n lieverd is, dook ik met mijn snuit in zijn speelgoed bak en zag ineens iets bekends en heel erg leuks.

Dik een jaar geleden hadden Guus en ik beiden een soort kikker speeltje gekregen. Een groen plastic lijfje waar een heel mooie piep in zat met vier pootjes van een soort plat touw.
De mijne had het vrouwtje al lang geleden in de prullenbak gegooid maar die van Guus was nog helemaal heel.
Ik beet in zijn lijf en de kikker begon oorverdovend te piepen.
Het vrouwtje zei dat ze hier heel zenuwachtig van werd want ze wist zeker dat de kikker in no time poot-loos door het leven zou gaan.
De mama van Guus zei nogmaals dat het geen enkel probleem was en toen probeerde het vrouwtje ook te ontspannen.
Ze gingen steeds harder praten om boven het gepiep van de kikker uit te komen.
Wat een fantastisch speeltje en wat had ik die gemist.
Na een uurtje zei het vrouwtje: “zei ik het je niet”, “kijk nou, daar ligt een losse poot.”
De mama van Guus stond op, pakte de poot en wierp hem in de prullenbak.
Met een…..opgeruimd staat netjes….. ging ze weer op haar stoel zitten en piepte ik weer lekker hard verder.
Toen we naar huis gingen zei de mama van Guus, neem hem maar mee hoor Meneertje.
Wat een groot feest, dat wilde ik wel.

We gingen uit eten in een restaurant met een honden menukaart maar het vrouwtje zei dat kikker niet mee naar binnen mocht.
Echt super stom want ik wilde kikker graag aan alle gasten laten zien en horen.
Het duurde heel lang voor de bediening mijn botje kwam brengen en in die tijd had ik mooi de andere gasten bezig kunnen houden.

 

Gelukkig hadden ze hele lekker botjes en zo werd het toch een enorm leuk etentje.
Nu we verder thuis bleven moest ik mezelf binnen vermaken en aangezien mijn zogoflex speeltje niet langer op of tussen de verwarming kon worden gegooid, moest ik wat nieuws bedenken.
En jullie snappen….ik heb het gevonden.
In de gang zat ik met mijn billen op de eerste trede van de trap en keek in de krantenbak.
Om het vrouwtje te waarschuwen begon ik te roepen dat ze moest komen.
Ik hoorde vanuit de kamer de stem van het vrouwtje die vond dat ik moest stoppen met loeien en zelf wat uit de krantenbak moest pakken.
Dat wilde ik ook wel maar ik kon er niet bij.
Het loeien ging over in oorverdovend blaffen en ik hoorde dat het vrouwtje er aan kwam.
Ze keek naar mij en zei: “wat had de prins nu weer voor wens?”
Ik wees met mijn neus naar de krantenbak en hoorde haar zeggen: “nou, pak zelf maar een doosje, je kan er prima bij”
Maar ik wilde dit keer geen doosje en begon steeds harder te blaffen en wilde niet stoppen.
Het vrouwtje stak haar hand in de mand en zette de zucht modus aan.
Ze zei: “je bent echt onmogelijk” en viste mijn Zogoflex van de bodem.
Mooi spel hé vrouwtje?

We mochten eindelijk op bezoek bij oom, die in zijn eigen wereld woont, en ik ben wel goede maatjes met hem.

 

Hij praat niet maar wij begrijpen elkaar heel erg goed.

 

We zijn ook nog met de vrachtauto naar Jan en Bertus geweest.

 

We gingen de lege caviakast wegbrengen

 

We gingen varen met de Titanic van Elst naar Ingen.

 

Super spannend maar ik zag gelukkig de reddingsboten wel liggen.

 

Ik ga weer even lekker bankhangen, het regent dus laten we vooral lekker binnen blijven.

 

Meneertje 391

Woensdag 1 juli 2020 Meneertje 391

Het vrouwtje neemt na het warme eten altijd een toetje.
Doordeweeks neemt ze yoghurt, net als ik.
Na mijn avond eten krijg ik een lepel yoghurt.
In het weekend neemt ze geen yoghurt maar altijd een luxe toetje en ik vond dat ik daar ook recht op had.
Thuis lukte het niet heel erg goed om dat voor elkaar te krijgen maar in het Paradijsje lukte dat perfect.
Tijdens het eten ga ik altijd slapen maar als ze klaar zijn en natafelen, mag ik altijd gezellig op schoot.
Zo ook pas geleden, ik zat bij het vrouwtje op schoot en stapte op de tafel.
Het vrouwtje dacht dat ik over de tafel naar de baas wilde lopen en moest lachen toen ik bij haar lege
schaaltje kwark stopte en deze netjes schoon likte.
Dat beviel mij heel erg goed dus besloot ik, dat we daar in het vervolg maar een gewoonte van gaan maken
Zodra het vrouwtje een toetje pakt zit ik alvast naast haar te wachten tot ik het over kan gaan nemen.

De baas neemt nooit toetjes, behalve in het weekend, dan neemt hij rijstepap.
Omdat twee bakjes schoonlikken nog een veel groter feest is, sprong ik op de eettafel en liep quasi nonchalant richting de baas.
De baas keek mij aan en vroeg wat ik kwam doen terwijl hij hij nog aan het eten was.

 

Niks hoor, eet jij maar rustig je bakje leeg.
Misschien kun je een beetje voor mij overlaten maar doe vooral kalm aan.
Ik wacht hier netjes tot het mijn beurt is.
Af en toe likte ik in het luchtledige om vooral te laten zien dat ik er nog steeds zat.

 

De baas keek naar het vrouwtje en zei: “ik dacht dat we dit exemplaar niet gingen verprutsen en er vooral géén schooi-hond van wilden maken.”
Dat leek mij ook helemaal niet nodig.
Wie wil er nu een schooi-hond?
Als je mij het bakje gewoon op tijd geeft, is er niks aan de hand.
Toe maar, eet maar verder en je mag het bakje nadien op de tafel zetten maar op de grond is ook prima hoor.
Ik ben totaal niet moeilijk.

 

Het heeft even geduurd maar eindelijk mag ik ook toetjes mee eten.
Terecht ook, want ze zeggen beiden dat samen eten zo gezellig is.
Hoe meer zielen hoe meer vreugd was het toch?
Nou, deze ziel deelt graag in elke vreugd.
Daarom kreeg ik pas geleden op een terrasje een eigen hondenijsje.

 

Ik had heus gezien dat de baas en het vrouwtje een veel groter ijsje hadden maar mijn vrouwtje is nogal van de spreekwoorden en uitdrukkingen en vond een “beter iets dan niets” een prima goedmaker voor mijn kleine ijsje.

 

Lekker was het heus maar van mij had het best een groot hoorntje mogen zijn met twee bolletjes.

 

Veel te snel had ik mijn ijsje op en bleef toen vol liefde naar die van het vrouwtje kijken.
Ondanks het feit dat ik mijn lippen bleef aflikken kreeg ik helemaal niks van haar.
Ze at zonder schaamte twee hele grote bollen ijs helemaal alleen op.
Volgende keer gaan we weer naar dit terras en dan neem ik een groot ijsje hoor.

 

Eindelijk kwam mijn vriend Guus weer eens spelen.
In mijn tuin kunnen we lekker ravotten in het zand.
Het vrouwtje vind dat niet zo’n goed idee maar de mama van Guus zegt altijd: “als je maar lol hebt”, en dat hadden we toevallig volop.

 

We scheurden in volle vaart door het zand en het vrouwtje begon te jammeren dat de baas het zand net zo mooi had aangeharkt.
Tja, wie gaat dat ook aanharken als Guus komt spelen?

 

Zullen we nog wat koekjes doen?
Je hebt de smulpot niet voor niets mee genomen toch?
Ik lust jouw koekjes graag.

 

Het was niet alle dagen mooi weer maar we vermaken ons altijd wel in het Paradijsje.
Ik kreeg mijn nieuwe gekleurde tennisballen en dat was echt een feestje.
Guus had er ook eentje en die speelt altijd heel lief zelf met de bal.
Dat is natuurlijk ook leuk maar ik wil samen met jullie spelen.

Hoezo moet ik naar Guus kijken hoe hij dat doet?
Ik kan ook heus wel een balletje met mijn neus wegrollen, ik ben heus niet dom.
Maar…. ik vind het leuker als jullie hem gooien dus hup, in de benen.

Keihard blaffen helpt best want het vrouwtje wil niet dat het hele park last heeft van mijn gewafkip.

 

Eindelijk gooide het vrouwtje mijn bal met een echte domme zwaai, precies mijn zwembad in.

Mijn zwembad was net gevuld met steenkoud water, daar had ik niet zo’n zin in.
Het vrouwtje zei met een iets te hoog stemmetje dat het heerlijk water was en dat ik de bal er prima zelf uit kon halen.

Ik heb nog een poging gedaan om mijn bal uit het water te vissen maar toen dat niet lukte zette ik het op een oorverdovend blaffen.
Ik hoorde in de verte al weer wat zuchten.

 

De zuchter stond op, pakte mijn bal uit het water en gooide hem weg.
Was dat nou zo moeilijk?
Hier is de bal, je mag weer gooien.

 

Het vrouwtje moet nog één nachtje werken en dan gaan we weer lekker naar het Paradijsje.
Ik heb er zin in. Tot volgende week.

Meneertje 390

Woensdag 24 juni 2020 Meneertje 390

De deurbel ging en ik begon keihard te blaffen.
Het vrouwtje zei dat ik stil moest zijn omdat onze postbode mij best heel erg eng vindt en hij van blaffen nog veel banger word.
Nou lak aan, dit was de deurbel en aangezien die nogal een zacht geluid maakt is het voor mij heel belangrijk om hard te blaffen zodat de baas of het vrouwtje weten dat er iemand heeft aangebeld.
Na nog een paar keer een waarschuwing zei het vrouwtje: “blijffff, ik ga even alleen naar de deur”.
Ze opende de deur en wilde mij tegen houden maar ik stond al bij de voordeur en blafte steeds harder.
Het vrouwtje zei nu wat boos: “stttt, stop met wafkippen”.
Ze zag door het raampje onder in de deur dat de postbode al weg was en ze deed de deur open.
Ze kan de voordeur sowieso zonder gevaar openen want ik kan helemaal niet zonder hulp naar buiten.
Dat komt omdat er voor onze deur zomers een hordeur zit.
Onze voordeur gaat naar binnen open maar de hordeur naar buiten.
Het vrouwtje begon te zuchten en zei; “nou, lekker dan, we kunnen er niet bij.”
Ik zag een enorme doos voor de deur staan maar die stond vlak voor de hordeur.
Deze kon nu dus niet open en het pakket was te zwaar om die weg te duwen.
Ik blafte inmiddels keihard maar het werkte niet.
Er zat dus niets anders op dan één van de buren te bellen zodat die het pakket weg konden zetten zodat de hordeur open kon.
Gelukkig hebben wij een heleboel leuke buren dus de doos was zo weg getild en toen kon het feest beginnen.
Althans dat was mijn bedoeling.

Echt stom want ik had het cadeau toch alvast voor de baas uit kunnen pakken?
Helaas is mijn vrouwtje alles behalve praktisch ingesteld en stelde mijn behulpzaamheid niet op prijs.
De deur naar de gang ging dicht want het duurde nog eeuwen alvorens de baas van zijn werk naar huis zou komen.
Toen de baas eindelijk, heel laat in de avond, thuiskwam had hij helemaal geen zin om de doos uit te pakken en zei: “ik pak het morgen wel uit, nu lekker televisie kijken.”
Echt jammer want ik had heus nog zin gehad om die doos te versnipperen.

Pas de volgende dag ging de doos open en mocht ik de doos hebben.
Op dat moment had ik nog geen idee wat er in zat maar daar kwam ik wel achter, toen ik na een hele tijd op mijn uitkijk-eiland ging liggen.
Belachelijk gewoon, ik was totaal niet blij met de inhoud.
De inhoud van de doos was helemaal niks voor de baas, het was iets om mij te pesten.
Zo ontzettend kinderachtig.

 

Als ik de baas en het vrouwtje was dan had ik me niet zo laten kennen maar het is nu officieel vastgesteld, het zijn watjes en ze zijn aartslui.
Al mijn professionele oefenen volledig voor niks.
Uren getraind om mijn spectaculaire acties te verbeteren en weken bezig geweest om alles zo te ‘fine tune-en’ dat elke actie eigenlijk gelijk raak was.
Dit alles werd door de inhoud van de doos volledig te niet gedaan.
Diep diep teleurgesteld was ik.

Jullie hebben geen idee wat voor tijd het mij heeft gekost om mijn zogoflex speeltje precies tussen de muur en de verwarming te krijgen.
Vanaf mijn uitkijk-eiland boven de verwarming kreeg ik het al een tijdje voor elkaar om mijn zogoflex op de verwarming te gooien.
Daar kon ik niet bij en dan kwam of de baas, of het vrouwtje deze aanreiken omdat ze bang waren dat ik op de verwarming zou vallen.
Ze waren daar niet blij mee maar ze deden het wel omdat ze nu eenmaal geen zin hebben om dure operaties bij de dierenarts te betalen.
Ik kan mijn pootjes breken of nog erger….mijn rug.
Omdat mijn speeltje elke keer netjes tussen één van de twee banen van de centrale verwarming viel, had ik mijn speeltje vaak in een paar seconde terug.
Weliswaar met een hoop gezucht maar dat moet je gewoon op de koop toe nemen.

 

Na langdurig oefenen kreeg ik het voor elkaar om mijn zogoflex tussen de muur en de verwarming te gooien.
Door de zwaarte zakte hij een stuk naar beneden en bleef daar toen muurvast steken.
Ik begon te blaffen en het duurde zeker een kwartier voor het vrouwtje in de gaten had waar het speeltje was.
Ze zei elke keer: “nee schat hij ligt echt niet op de verwarming, ga maar zoeken”.
Nou, ik hoefde niet te zoeken hoor, ik wist precies waar hij was en bleef blaffen en naar de verwarming kijken.
Uiteindelijk zag ze na grondig speurwerk waar hij was en toen begon ze te steunen en zei dat het niet te geloven was.
Knap hé vrouwtje, ik kon het zelf ook bijna niet geloven en vond het zelf ook een geweldige actie.
Met heel veel gewurm en gefrommel met een houten lepel, kwam de zogoflex los van zijn plek en viel op de grond.

Binnen een paar minuten zat hij weer vast tussen de muur en de verwarming en toen begon het vrouwtje echt héééél hard te zuchten, steunen en kreunen.
Ze zei dat ze spijt had dat ze geen goudvis had genomen.
Wat mij betreft konden we die best gaan kopen maar eerst moest mijn zogoflex los gewrikt worden.
Pak de pollepel maar vrouwtje, daar ging het net heel goed mee.
Zo waren we allemaal tevreden met de situatie, althans, dat leek mij.

Helaas heeft de baas de inhoud van de doos gebruikt en kan er nu helemaal niets meer op de verwarming vallen, laat staan tussen de muur en de verwarming.
Vreselijk jammer en het staat nog stom ook, zo’n plaat op de verwarming.
Maar goed, we bedenken wel weer wat anders.
Zullen we dan nu die goudvis gaan halen die je zo graag wilt hebben?

 

We mochten gelukkig weer naar oma in het verzorgingshuis.
Natuurlijk was de koekjesmevrouw er ook en ze bedankte gelijk voor de eekhoorn, die ze via “knuffel in een doosje” had gekregen.
Bij oma moet je binnen een mondkapje op maar buiten hoeft dat niet.

 

Vrouwtje dacht grappig te zijn maar ik kan er niet om lachen.

 

Oma moest wel heel hard lachen maar dat was om de baas.

 

Na het bezoek gingen we naar het Paradijsje om te wachten op alle kinderen en opa en oma. Ze kwamen vaderdag bij ons vieren.

 

Opa en oma kwamen al met de lunch en dat was erg gezellig.

 

Wat ben je aan het doen oma? Je moet toch met mij knuffelen?

 

Ik kom wel naar je toe.

 

Dit is toch veel leuker?

 

*Knuffel* *Kusss*

 

Nu ga ik weer even bij opa zitten.

 

Opa, had jij al koffie gehad?

 

Je lust toch wel een tweede kopje?

 

Langzaam maar zeker kwam er steeds meer bij om te knuffelen.

 

Mijn grote mensenzus zie ik niet elke week dus moest ik heel hard huilen toen ik haar zag.

 

Lekker kriebelen Do.

 

Niks zo fijn als familie weekenden. Eindelijk kan het weer.

Meneertje 389

Woensdag 17 juni 2020 Meneertje 389

Vorige week ging het vrouwtje samen met Esther op bezoek bij Pauly, zij is de beheerster van het Teckelgekken forum.

 

 

Ze gingen om te kletsen maar toen het vrouwtje terug kwam rook ik heus wel dat ze met heel veel meisjes had geknuffeld en ik rook ook een jongetje.

 

Jullie snappen dat ik natuurlijk eerst mijn vrouwtje helemaal afgelebberd heb om haar weer lekker mijn eigen geurtje te geven.
Daarna zei het vrouwtje: “kijk eens, je hebt spullen van Pauly gekregen.
Ze zette de doos op de grond en ik sprong er vol enthousiasme tegenaan.
Ik beet een hap uit de zijkant en toen kon het uitpakken beginnen.
Er zaten twee gekleurde tennisballetjes in maar die kreeg ik niet.
Het vrouwtje zei dat we die gingen bewaren voor later omdat ik er nog 3 in gebruik had.
Echt jammer want ik heb alleen maar gele tennisballen en deze hadden een mooie kleur en je kunt, by the way, nóóit genoeg tennisballen hebben.
Het hielp niet en ze verdwenen in de la.

De beiden flosstouwen die uit de doos kwamen mocht ik, na het afknippen van de kaartjes, wel hebben.
Een klein kwartiertje later bestonden ze beiden uit een grote berg losse draadjes.
Wat een super leuk klusjes.
Het vrouwtje begon te zuchten en ze zei dat ik echt geen speeltjes waard ben.
Vrouwtje snapt er niets van. Ik ben juist heel goed in kijken of materiaal veilig genoeg voor hondjes is.
Als ik het stuk krijg, dan moeten hondjes, die wel alles doorslikken, hier niet op kauwen.
Zelf heb ik dus niet heel veel speeltjes maar wát ik heb, is super sterk.
Vrouwtje koopt zelden meer wat voor mij omdat ze geen geld wil uitgeven aan spullen die binnen een kwartier de prullenbak in gaan.

In de doos zat ook een eetbare reuzen tandenborstel.
Daar kreeg ik een stukje van want het vrouwtje zei dat ik anders niet ging eten.
Nou, ze had net zo goed de hele tandenborstel kunnen geven want ik ging sowieso niet eten.
En ik zal jullie vertellen waarom.
Het vrouwtje had van Pauly iets gekregen en ging dat wellen in warm water.
Na een tijdje zette ze mijn vleesjes neer en riep ze dat mijn eten klaar was.
Haar stem klonk mij al iets te enthousiast, dus ik was per direct op mijn hoede.
Vol ongeloof keek ik in mijn etensbak.
Wat zaten daar nou voor vieze gekleurde stukjes karton in?
Met veel moeite viste ik er eentje uit en gooide die naast mijn etensbak.
Ik probeerde het met mijn neus onder de aangrenzende kast te duwen.
Weg jij vies ding, een beetje mijn vlees zitten te verprutsen, ben jij nou mal.
Ik ging voor mijn bak zitten en keek naar het vrouwtje.
Ze zei: “dat is lekker hé schat?” “mmmmmmm, neem maar een hapje”.
Het vrouwtje schoot in de lach en zei dat ze alleen mijn oogwit zag terwijl ik haar aankeek.
Logisch toch? Dit was mijn ‘ben-je-me-aan-het-vergiftigen’ blik.
Mijn vlees was aan het schimmelen en er groeide oranje, rode en groene vlokken op.
Het vrouwtje bleef volhouden dat het zo lekker en zo gezond was.
Ze zei dat andere hondjes vast heel jaloers op mij waren en deze lekkere groenten heel graag zouden willen hebben en dat Pauly speciaal voor mij deze gedroogde groenten had mee gegeven.
Het vrouwtje kon er wat mij betreft van alles bijhalen maar hier gingen we dus niet aan beginnen.
Stuur die pot met vlokken maar terug hoor, ik ben een kaninchen en geen konijnchen.

Het vrouwtje pakte het potje en schudde het heen en weer.
Direct begonnen alle drie de cavia’s te piepen en het vrouwtje zei: “kijk, die worden er wel heel blij van.”
Dat leek me een onlogische vergelijking want die gillen bij elk krakend geluid.
Het maakt namelijk helemaal niet uit of dat een zak met andijvie is of het bladeren in de krant.
Nou, ze mochten het hele potje hebben.
Het vrouwtje liep met het potje gedroogde groenten naar de cavia’s en draaide de deksel van het potje.
Ze schudde de gedroogde groeten in de voerbakjes van de veelvraten en zij aten alle drie de wortel-, erwten- en bietenvlokken met veel smaak op.
Echt fijn dat we cavia’s hebben anders had ik mogelijk weken lang die rare prut in mijn etensbak gehad.
Gelukkig kom ik regelmatig bij oma en dan ben ik verzekerd van heel veel lekkers.

 

Lekker hoor oma, deze slagersworst is zo lekker.

 

Als je nog meer hebt doe maar hoor. Dit is gezond.

 

Ik ga jou hypnotiseren vrouwtje, lijkt je dat leuk?

 

Kijk diep in mijn ogen, heel diep.

 

Langzaam voel je dat je heel slaperig gaat worden.

 

Je ogen vallen dicht.

 

Je moet wel luisteren, je ogen vallen dicht.

 

Nee hoor, ik ben heus niks van plan.

Meneertje 388

Woensdag 10 juni 2020 Meneertje 388

 

Als oma en opa in ons Paradijsje zitten en wij gaan er heen ben ik altijd blij dat oma mijn eten klaar maakt.
Oma is van mening dat je kleinkindjes altijd heel erg moet verwennen en ik hoor daar toevallig ook bij.

 

Dus kreeg ik geen simpele vleesjes, zoals het vrouwtje altijd doet, maar rosbief.
Oma heeft altijd zalig vlees, rollade, biefstuk, slagersworst, zalm of rosbief.
Ze vind dat ik lekker behoor te eten en oma’s hebben altijd gelijk.
Bij oma laat ik ook nooit mijn bakje staan.

 

Vrouwtje kan daar nog heel veel van leren.
Altijd luisteren naar je moeder hoor!
Die weten namelijk veel beter wat nodig is.
Het vrouwtje heeft pas geprobeerd om gekookte groenten bij mijn vleesjes te doen.
Sperziebonen kreeg ik! Niet normaal.
Die heb ik er dus allemaal uitgevist en als een mooi stilleven voor mijn etensbak gelegd.
Ik verzeker jullie, je kan veel beter bij opa en oma eten.

 

Bij ons in de buurt is er een nieuw baby’tje komen wonen met de naam Dax.
Dax vond mij heel spannend en holde elke keer weg met de staart tussen zijn benen en dan pakte zijn mama hem op.
Dax is een kruising tussen een Chiwawa en een Teckel.

 

Het vrouwtje zei: “zet Dax maar neer hoor, Meneertje doet niks en het is goed voor zijn socialisatie.”

 

In het begin verstopte Dax zich elke keer achter de benen van zijn mama en wilde naar huis.
Het duurde even maar toen kwam hij los.
En als ik zeg los, dan bedoel ik ook los.
Hij rende keihard om mij heen en na even snuffelen begon hij te kwispelen.
In no-time hing Dax aan mijn oren, aan mijn staart, aan mijn lip en beet in mijn poten.
Pak Dax maar weer op hoor, hij is genoeg gesocialiseerd.
Dax ging naar zijn huis en wij gingen wandelen.

 

Afgelopen weekend zaten wij in ons Paradijsje en het weer was niet echt geweldig maar je kan ook prima binnen spelen.

 

Ik wilde wel naar buiten maar dat vond het vrouwtje niet goed.
Dan ren ik kennelijk elke keer met vuile pootjes naar binnen.

 

Geen probleem lijkt mij want er liggen speciaal hoezen op de kussens zodat alles lekker schoon blijft.
Je hebt die er toch niet voor niets op gedaan?
Dit heeft anders geen enkel nut en zo mooi staan matras overtrekken niet op een bank hoor.

 

Toch moest ik elke keer binnen blijven als het regende.

 

Reuze onhandig want de eekhoorn loopt op het gras en ook een duif dus daar moet ik achteraan.

 

Het is gestopt met regenen, wat mij betreft kan de deur weer open.

 

 

Die paar druppels maken toch niet uit?

 

En….. als ik beloof niet in het zand te banjeren, mag het dan?
Hoezo je vertrouwt me voor geen meter?
Ik ben nog lang geen meter hoor dus doe de deur van de caravan maar open.
Van een beetje heen en weer rennen op het gras krijg ik toch geen modderpootjes?

 

Moment, ik moet even blaffen want er lopen mensen voorbij ons hekje.

 

Ksssst weg jullie, dit is mijn tuin.

 

Het is weer droog. Hopelijk komen zo de papa en mama van Guus even langs rijden. met wat lekkers.

 

En zo speelden we de hele dag plekje verwissel.
Van buiten naar binnen, van binnen naar buiten en vise versa.
Was het eindelijk een poos droog gingen we alsnog naar binnen want het vrouwtje vond het fris buiten.
De gaai trok zich er niets van aan en at gewoon meelwormpjes.

 

Doe mij dan maar wat koekjes, die heb ik inmiddels wel verdiend.
Omdat het regende gingen we gezellig naar een grote dierenwinkel.
We gingen lekkers kopen voor mij, de eekhoorntjes en voor de vogels

 

Doe mij maar twee van die haringen.

 

Hoezo mag dat niet?
Verser kun je het niet krijgen toch?

Het zijn siervissen?
Ik lust ook heus wel siervissen hoor.
Zal ik ze anders zelf vangen?

 

Het ging helaas niet door maar gelukkig kochten we drie zakjes met hele lekkere gezonde snoepjes en twee nieuwe botten voor mij.
Voor de vogels kocht het vrouwtje een zak vol meelwormen, en een knabbel pakket met pinda’s en zaadjes.
Er zaten ook vetbolletjes bij maar het vrouwtje hoorde dat jonge vogeltjes die niet kunnen verteren, net als zonnebloempitten.
Het is natuurlijk niet de bedoeling dat ze ziek worden van alle lekkere dingen dus heeft het vrouwtje die weer weg gehaald.
Toen we terug kwamen in ons Paradijsje was het koffietijd.
Ik kreeg 3 koekjes, uit elk nieuw zakje kreeg ik er eentje om te proeven.
Deze waren gezond dus mochten het er best wat meer zijn maar zelfs mijn truc ‘als stokstaart zitten’ hielp helemaal niks.

Sinds kort hebben we een bazig merel koppeltje in de tuin.
Ze vallen alle vogels aan die te dicht bij het nest komen.
Mij doen ze niks en dat moeten ze ook niet proberen want ik maak merel paté van ze.
Alle grote vogels jagen ze weg.
De koolmees babies mogen wel blijven mits ze niet tegelijkertijd willen eten.
De duiven jagen ze jammer genoeg ook weg, normaal is dat mijn taak.
Dat krijg je als je doorlopend moet binnen blijven als het regent.
Toen we dan eindelijk toch besloten om buiten koffie te drinken schoot het vrouwtje in de lach en begon te filmen.
Kijken jullie zelf maar wat er gebeurde.

 

Koolmeesjes mogen gelukkig wel lekker eten van de merel.

Meneertje 387

Woensdag 3 juni 2020. Meneertje 387

Volgens het vrouwtje waren mijn haren veel te lang en was ik hoognodig aan een plukbeurt toe.
Dat zij zelf net naar de kapper was geweest wilde niet zeggen dat ik dat dan ook zou willen.

 

Bij mij hingen er nog helemaal geen haren voor mijn ogen en grijs was ik ook nog lang niet.
Zoals altijd, luisterde het vrouwtje natuurlijk totaal niet naar mijn inbreng
Ze belde met Gea van Trimsalon Kwispel en vroeg of Gea een plekje had.

 

En Gea had een plekje en vond het super leuk dat ik weer kwam.
Zo togen we dus afgelopen woensdag naar Gea toe.
Gea begon eerst met knuffelen en daarna zette ze het plukken in.

 

Ik wist van de vorige keer nog best dat Gea zich niks van tanden ontbloten en grommen aantrekt dus besloot ik alles maar gelaten over me heen te laten komen.

 

Het vrouwtje en Gea gingen even kletsen maar wel met anderhalve meter afstand

 

Het vrouwtje vond dat het allemaal prima ging en gaf bij Gea aan dat ze weg zou gaan en mij later op zou komen halen.

 

Hoezo ga je weg?  Je kunt toch leuk in de deuropening staan terwijl Gea mij plukt.

 

Stel dat je vergeet mij op te halen?

 

Je gaat mij niet vergeten?
Uhm…… maar ik moet hijgen zie je dat?
Zal ik gewoon mee naar huis gaan dan maken we het een andere keer af.

 

Je Gaat echt naar huis en hebt straks, als je me op komt halen, een verrassing voor mij?

 

Nou, dan mag het wel een hele leuke verrassing zijn. Veel koekjes en worstjes lijken mij op zijn plaats.

 

Ja ik ben heus een grote jongen, dat weet ik ook wel maar als je weg gaat dan kijk ik je mooi niet meer aan.

 

Mij alleen laten is echt stom en ik ga het mooi tegen al mijn vrienden zeggen en die vinden jou dan ook stom.

 

Ja doeiiiiiiii, tot straks.

 

Dan ga ik wel met Gea knuffelen, Gea blijft namelijk wel gezellig bij mij.

 

Na een paar uur zag ik er weer helemaal geweldig uit en mocht ik lekker even plassen in de tuin.
Ineens hoorde ik een bekende stem en stond het vrouwtje onverwachts in de tuin.
Ik vloog van de lekkere ligbank en knuffelde alsof ik haar al 100 jaar niet had gezien.
Gea liep de trimsalon weer in en kwam naar buiten met wat lekkers.
Ik wurmde me uit de armen van het vrouwtje en rende naar Gea.
Doei vrouwtje ik ga lekkers eten bij Gea. Leuk is het hier hé?
Van Gea kreeg ik een heerlijk staafje en een botje.

 

Het vrouwtje was helemaal blij en noemde mij een mooie man.
Zullen we morgen weer naar Gea gaan? Zij heeft hele lekkere snoepjes.
Tot de volgende keer Gea. Dank je wel voor mijn mooie nieuwe kapsel.

 

Nadat we wegreden bij Gea zei het vrouwtje: “weet je wat we gaan doen?”
Domme vraag want ik had écht geen idee.
Ze zei: “we gaan naar het Paradijsje, daar zijn opa en oma en we gaan gezellig bij ze eten”. Na 25 minuten rijden waren we er.
Het vrouwtje zette onze auto buiten de poort, liep even het bos in zodat ik kon plassen en daarna liepen we naar ons Paradijsje.
Opa en oma zaten al op ons te wachten en ik hoorde oma zegen: “waar is mijn knappe kerel?”
Het vrouwtje deed mijn riem af, het hekje open en toen begon ik keihard te piepen en rende naar opa en oma.
Eerst sprong ik bij opa op schoot en gaf hem heel veel knuffels, daarna rende ik naar oma en kreeg een lekker plakje worst van oma.

 

Ideaal dat ik mijn eten en koekjes gewoon in ons Paradijsje heb.
Het vrouwtje zette mijn waterbak neer en maakte mijn eten klaar want het was inmiddels 17.00 uur.

 

Oma schilde aardappelen, maakte sla klaar en bakte saucijzen worstjes.
Dat rook heerlijk en die wilde ik ook wel.
Tijdens het koken zat ik gezellig bij oma in de keuken want oma schuift zo hier en daar nog wel eens wat lekkers naar mij toe.

 

Het vrouwtje dekte de tafel buiten en toen het eten werd opgediend ging ik lekker spelen op ons grasveld.

 

Opa en oma zijn vaak in het paradijsje.
In de week dat het vrouwtje werkt mogen zij gebruik maken van ons Paradijsje en dat vinden opa en oma heel erg fijn.
Voor het vrouwtje is dat ook fijn want dan geven opa en oma de plantjes water en zorgen ze ook voor de vogeltjes en de eekhoorntjes.

 

Om 19.30 uur ging ik samen met oma en het vrouwtje wandelen in ons bos en daarna was het tijd voor koffie met hele lekkere koekjes.
We gingen pas heel laat op huis aan.
Opa en oma blijven nog tot vandaag in ons Paradijsje en dan gaan wij vrijdag zelf weer.
Het schijnt dat het slecht weer wordt en dat er veel regen komt.
Dat maakt niks uit want ik heb toch kort haar en dat droogt super snel.

Meneertje 386

Woensdag 27 mei 2020 Meneertje 386

Het vrouwtje moet al bijna weer een week gaan werken en dat is jammer want het blijft heel mooi weer.
Ik had het net zo fijn met mijn vriend Guus in ons Paradijsje.
We gingen al op donderdag want de baas was ook vrij.
Dus…. toen het vrouwtje thuis kwam van haar werk, sprong ze onder de douche en een uur later zaten we in ons Paradijsje.
Gelijk werd er een rondje tuin gedaan want het vrouwtje zag meteen dat er een aantal pioenrozen open waren gegaan.
Ik hoorde ohhhh kom kijken, een mooie hommel op onze pioenroos.

 

Ze was helemaal trots dat er al vier pioenrozen open waren.

 

Het bijenhotel is ook vol met eitjes van nieuwe bijen.
Tevreden begon het vrouwtje met het uitpakken van alle spullen.
De baas deed zijn schoenen uit en stopte zijn sokken erin en ging buiten vegen en de kussens op de stoelen doen.
Ik zat buiten op mijn stoel te wachten tot het zwembad gevuld zou worden.
Dat deed de baas want hij had het warm en het gewone zwembad op ons park is nog niet open.
De baas houdt enorm van zwemmen dus hij kan niet wachten tot het zwembad op het park weer gevuld zal worden.
In mijn bad kan hij niet zwemmen maar bij gebrek aan een echt zwembad is het wel een lekkere verkoeling.

Het vrouwtje vroeg of de baas even met mij wilde wandelen dan zou zij de bedden opmaken en de kleden op de bank leggen en waren ze tegelijkertijd klaar.
Dat wilde de baas wel maar zei ineens: “waar is mijn ene sok?”
Het vrouwtje riep vanuit de slaapkamer: “geen idee schat, ik heb ‘m niet.”
Nou ik had de sok ook niet, ik lag braaf op de stoel.
Toch kwam hij bij mij kijken en vroeg waar ik hem had gelaten.
Zeg, volgens mij was overduidelijk dat ik hier gewoon rustig lag en ik geen sok in mijn bek had.
Misschien moet je je spullen beter opruimen en ze niet overal laten slingeren dan ben je ze ook niet kwijt.
De baas zei dat het heel gek was en dat er echt nog maar eentje in zijn schoenen zat terwijl hij er toch echt twee had uitgedaan.
Nou hup trek die ene sok aan en laten we gaan wandelen.
Beter iets dan niets toch?
Je wilt toch niet dat ik in de tuin plas?
Dan zou ik maar opschieten.
Doe je badslippers maar aan, daar kan je ook prima het bos mee in.
Maar de baas wilde dat niet en haalde nieuwe sokken.

Vrijdag waren opa en oma al vroeg bij ons en liepen we met een cadeau naar de papa van Guus.
Hij was jarig en we gingen voor het tuinhekje ‘Happy Birthday to you’ zingen.
We konden helaas niet op visite want de baas en het vrouwtje moesten weg en opa en oma gingen in het Paradijsje op mij passen.
Maar de papa en mama van Guus vonden het wel leuk dat we kwamen zingen.

 

Gelukkig kwamen ze de dag erna eindelijk weer een keertje echt op visite.
Tot nu toe bleven de papa en mama van Guus aan het hekje staan want dat moest vanwege de Corona tijd.
Nu was het tijd om weer gezellig op bezoek te komen.
Uiteraard wel netjes op veilige afstand van de baas en het vrouwtje.
Natuurlijk niet van mij, ik mocht gewoon knuffelen en op schoot.
Mijn vriend en ik hebben sinds kort beiden dezelfde halsband van http://parastoer.nl/
Mooi hè? Nu zijn we echte vrienden met vriendschapsbandjes om.

 

De mama van Guus had weer een heerlijke pot met snoepjes mee.
Ze zette deze op tafel en voor dat iedereen er erg in had zat ik er al naast.
Doe maar open dan kunnen we er lekker aan beginnen.
Vrouwtje zit ver weg en mag niet dichterbij dus gewoon niet luisteren naar haar gemopper.
De mama van Guus pakte de pot echter op en zette hem op het grasveld.

 

Eerst kreeg mijn vriend er eentje. En heus, twee stukjes is er maar eentje hoor.

 

Daarna kreeg ik er eentje en zo ging het om en om. Heel fijn.

 

In de verte hoorden we het vrouwtje al weer mopperen en ze zei tegen de mama van Guus,: “als je niet stopt, pak ik de plantenspuit en spuit ik jou nat.”
Geef er nog maar snel een paar want dat meent ze echt hoor.

 

Rennen, daar komt ze aan.

 

De mama van Guus ging ook met ons spelen op het gras.

 

Lekker rennen, ik houd daar van en mijn vriend Guus ook.

 

Toen ze weer ging zitten heeft Guus nog even geprobeerd of we nog wat lekkers mochten maar het vrouwtje antwoordde dat het genoeg was.
Echt stom, hij vroeg het toch aan zijn eigen mama, niet aan mijn vrouwtje

 

Ik heb het ook nog geprobeerd maar de mama van Guus fluisterde dat ik, net als altijd, aan het hekje nog wat lekkers zou krijgen.

 

Dus speelden we lekker samen tot ze weggingen

 

Zoals beloofd kreeg ik wat lekkers door het hekje heen

 

Doe er maar 3 sttttt ze ziet het van die afstand toch niet.
Dank je wel voor het lekkers.

 

Komen jullie snel weer terug? Tot gauwwwww.

Meneertje 385

Woensdag 20 mei 2020 Meneertje 385.

Afgelopen week moest het vrouwtje heel hard lachen terwijl er helemaal niets te lachen viel.
Waarschijnlijk lachte ze van de zenuwen want het was een uiterst gevaarlijke situatie.
Het monster had mijn vrouwtje wel aan kunnen vallen of op kunnen eten.
Het gele gevaarte zat bij onze overburen voor de deur.
Ik zag hem pas toen we terug kwamen van onze wandeling.
Toen wij boven op de patio aankwamen lagen er veel speeltje van de buurkinderen.
Daar houd ik van en soms probeer ik een bal van ze te pikken want ze hebben enorme leuke kleine plastic balletjes.
Ik leg dan altijd mijn hoofd op de bal en kijk of het vrouwtje het ziet.
Helaas ziet ze bijna alles en zegt dan: “nee Meneertje, die bal is van de kindjes”.
Nou, wij hebben toevallig hele lieve buurkindjes dus die vinden dat heus niet erg.
Die willen altijd met mij spelen en komen ook regelmatig vragen of ik buiten bij hen op de patio met een tennisbal kom spelen.

Ik holde dus vast vooruit richting ons huis om te kijken of er nog iets leuks lag om mee te spelen.
Het vrouwtje liep een eind achter mij en zag mij ineens stokstijf stil staan en hoorde me hard grommen.
Daarna zette ik het op een loeihard blaffen en zag ik in mijn ooghoek dat het vrouwtje snel dichterbij kwam.

Ik had mijn staart tussen mijn benen gestoken omdat je toevallig nooit weet of zo’n monster staarten af bijt.
Om indruk op het monster te blijven maken wisselde ik het blaffen met gevaarlijk grommen af.
Pas op vrouwtje, hier zit  een vreselijke griezel.
Het vrouwtje luisterde niet naar mijn waarschuwingen en stond ineens naast me en begon hard te lachen.
Ze zei: “wat ben je toch een bange poepsok”.
Poepsok? Dat ben ik niet want dat woord bestaat helemaal niet.
Het vrouwtje tikte met haar voet tegen het monster aan en zei: “kijk, hij doet niks”, “zijn gezicht heeft zelfs een grote glimlach.”
Ze pakte het gele monster van de grond en zei: “kijk, dit is een skippybal schat, een skippybal met een vrolijk gezicht.

 

Geen idee waar het over ging want ik was weg gerend en stond voor onze eigen voordeur.
Het vrouwtje bleef lachen en draaide de voordeur open en ik rende naar binnen.
Ze deed haar jas uit en zei dat ik een pantoffelheld was.
Ik heb echt een raar vrouwtje, laatst had ik een pantoffel vast en toen vond ze me in het geheel geen held.
Zelf vond ik het de beste uitvinding van de eeuw.
Ik had de pantoffel van de baas vast als een draagtas.
Trots als een pauw liep ik, met mijn staart kaarsrecht ophoog, met de pantoffel van de baas in mijn bek rond.

Het vrouwtje zag me vanuit haar ooghoeken voorbij wandelen en zei: “wat spook jij uit?”
Nou helemaal helemaal niks, ik liep gewoon met mijn eigendom voorbij.
Het vrouwtje was een andere mening toegedaan en vond dat ik de pantoffel moest loslaten.
Ze zei dat de baas echt niet blij zou worden als ik zijn pantoffel zou stukbijten.
Ik kreeg dus kennelijk al beschuldigingen naar mijn hoofd terwijl ik alleen maar rond liep met zijn pantoffel.

Het vrouwtje zei nogmaals dat ik de pantoffel moest loslaten en kwam naar mij toegelopen.
Ze probeerde de pantoffel af te pakken en ik greep hem nog steviger beet en holde weg.
Ik hoorde haar al mopperend zeggen: “is het nou klaar, los hoor, geef die pantoffel terug.”

 

Ineens zag ze waarom ik niet wilde loslaten.
Mijn zogoflex speeltje zat in de pantoffel en zo was het een mooi draagtasje om mijn favoriete speeltje heen.
Ook al vond ze het heel grappig, ik moest de pantoffel toch inleveren.
Echt jammer want het was een super leuke uitvinding.
Gelukkig was het tijd voor koffie met koekjes en daarna mocht ik lekker bij het vrouwtje op schoot omdat ze online ging vergaderen.
Leuk hoor luisteren naar al die stemmen.
Ik draai regelmatig mijn koppie scheef omdat ik dan denk dat ze het tegen mij hebben.

 

 

Het vrouwtje moet vannacht nog werken en als ze dan morgen thuis komt gaat ze niet slapen maar vertrekken we gelijk naar ons Paradijsje.
De baas en het vrouwtje zijn 5 dagen samen vrij dus dat wordt een heel groot feest.
Dat zijn de betere vooruitzichten, lekker genieten met z’n drietjes van ons eigen stekkie.

Ik ga vast goed bijslapen want dan kan ik straks weer lekker rennen in mijn bos, zwemmen in mijn eigen zwembad, spelen met een ballon en mijn vriend Guus weer zien.
Kom maar op met vijf dagen vakantie.

Meneertje 384

Woensdag 13 mei 2020 Meneertje 384

In het park waar ons Paradijsje staat, woont aan de overkant een hondenmeisje met de naam Muis.
Het is een soort klein herdershondje en tot nu toe had ik haar alleen als puppy gezien.
Toen was ze vreselijk druk en lomp, dus had ik niet zo heel veel interesse in een ontmoeting.
Zeg nou zelf, wie zit er te wachten in een paar vlijmscherpe speelse tanden in je oor of grote puppy poten die je rug als trampoline gebruiken?
Ik niet, dus ik liep er elke keer met een grote boog omheen.
Tot afgelopen weekend.
Wij waren aan het wandelen in mijn bos en ineens kwam de overbuurvrouw met Muis aan gewandeld.
Mijn vrouwtje liep aan de ene kant van het zandpad en het vrouwtje van Muis aan de andere kant van het zandpad.
Onze looplijnen zorgden er voor dat wij wel bij elkaar konden komen.
Wat een mooie dame was ze geworden en wat rook ze lekker.

Muis ging per direct op haar rug liggen en zo kon ik eens uitgebreid aan haar snuffelen.
Ze kwispelde vriendelijk en wat rook ze verrukkelijk.
Muis lag rustig en deed helemaal niet  wild meer, ze vond het allemaal prima.
Na een poosje zei mijn vrouwtje: “nou Meneertje, je hebt haar vacht er zo’n beetje af gesnoven, we gaan weer verder.”
Hoezo, we? Ze ging maar mooi alleen wandelen, ik ging absoluut niet mee, ik bleef lekker bij Muis.

Het vrouwtje probeerde haar zin door te drijven en begon te lopen.
Ik zette me schrap.
Ze lokte mij met een lief stemmetje maar ik had al besloten dat ik niet met haar mee wilde.
De lijn stond inmiddels strak en het vrouwtje zei: “dan moet je het zelf weten en liep verder terwijl ze mij achter zich aantrok”.
Ik ging er bij zitten en trok met mijn billen mooie brede sporen in het zand.
Het vrouwtje keek achterom en zei: Loop nou mee Meneertje, mensen denken dat ik je aan het mishandelen ben”
Geen idee hoe ze dit anders zou wilde noemen maar dit was toch ook gewoon wat er aan de gang was?
Ze trok mij achter zich aan terwijl er overal zand ging zitten. Vreselijk mishandeling.

Het vrouwtje van Muis zei: “ik loop wel een stukje met je mee.”
Wat een geweldig plan.
Mijn vrouwtje liep links van het pad en Muis haar vrouwtje wandelde rechts van het pad.
Muis liep in het midden op het zandpad voorop en ik er vlak achteraan, met mijn neus omhoog onder haar staart.
Het vrouwtje begon te jammeren en zei: “wat vreselijk dit tafereel”, “Meneertje loop nou eens gewoon door.”
Dat deed ik ook maar ik wilde niets van haar geur missen.
Muis vond het ook gezellig en ging er weer bij liggen.
Het vrouwtje vond dat dit niet op schoot maar die is al snel ongeduldig.
Ze pakte me op en zei; “je mag best samen lopen maar Muis gaat met haar vrouwtje aan de rechterkant van het pad en wij gaan links.

Nou, ik dacht het niet.
Ik ging aan de lijn hangen en bleef elke keer trekken richting Muis.
Muis was inmiddels weer gewoon gaan lopen en snuffelde aan het mos.
Wij liepen er volgens het vrouwtje bij alsof ze mij gekidnapt had en mij weg sleurde van mijn veilige haven.
Ze was blij dat ik een teckel was en geen Deense Dog anders had ze nu als Mary Poppins achter mij aan gefladderd.
Het vrouwtje zei tegen mij, dat wandelen zo echt niet leuk was.
Nou ik vond het persoonlijk wel een hele leuke wandeling maar ik zou het prettig vinden al ze mij los zou laten, dan hoefde ik ook niet zo te trekken.
De hele weg terug naar het park heb ik moeite gedaan om weer bij Muis te komen.
Muis liep met sierlijke tred voor mij uit en ik liep al hijgend met mijn tong ver uit mijn bek, te hangen aan mijn halsband.

Toen we eindelijk weer bij de baas terug waren zei hij: “hebben jullie lekker gewandeld?”
Het vrouwtje zei met een verhit hoofd: “we hebben slechts een kilometer gelopen en verder hebben we de grond geploegd, onkruid van het middenpad gesleept en zwaan kleef aan gespeeld.”
De baas had geen idee waar het over ging en vroeg aan mij of ik wilde ophouden met piepen bij het tuinhek.
Ik stond op mijn achterpoten rechtop tegen het hekje aan en probeerde de geur van Muis te vangen.
Het vrouwtje begon te zuchten en zei: “nu is het jouw beurt, hij heeft last van zijn hormonen en is verliefd op het over-buurmeisje, Sterkte”
De baas zei: Kom Meneertje we gaan koffie met koekjes doen.”
Mooi dat ik niet kwam, ik had het veel te druk met Muis duidelijk maken dat ik achter het hekje op haar aan het wachten was en piepte er luid op los.
Pas na lange tijd besloot ik mijn “post” te verlaten en te kijken of er nog koekjes over waren.
De rest van de tijd kwamen we Muis niet meer tegen maar ik heb het sterke vermoeden dat het vrouwtje elke keer ging wandelen als zij al uit was geweest.

Kijk wie afgelopen dagen in ons Paradijsje hebben gelogeerd. Mijn grote mensenzus en haar verloofde.

 

Ze hebben ons opgewacht. Dat is gezellig.

 

Mijn grote mensenzus knuffelen is altijd feest.
Het vrouwtje wil dat ook maar dat mag niet dus doe ik het voor haar.

 

Natuurlijk ook knuffelen met de aanstaande man van mijn grote mensenzus.

 

Als jullie straks terug komen dan is het eten klaar. Gaan jullie maar een lekkere lange wandeling maken.

Het vrouwtje ging alles uitzetten. De loungebank, het zwembad en de parasol.

Ondertussen stond de soep lekker op een laag vuurtje te trekken.

Vrouwtje ging in bad en ik speelde lekker met de hammamdoek op de bank.

Jahaaaa, ik doe heus voorzichtig.

Je mag je er heus aan afdrogen…. straks, want voorlopig is hij van mij hoor.

Koffie met koekjes maken Paradijsdagen helemaal af. Het vrouwtje gaat nu een week werken en dan kunnen we  weer terug.

Meneertje 383

Woensdag 6 mei 2020 Meneertje 283

Afgelopen zaterdag zijn we naar oma in het verpleeghuis geweest.
We mochten niet naar binnen maar het vrouwtje had knuffels bij zich en deze gingen we bij haar slaapkamer raam afgeven.
Er was één knuffel voor oma en één knuffel voor de koekjesmevrouw.

 

Het vrouwtje belde met het personeel en de verzorgster deed het raam open.
Ze pakte de knuffels en een boek voor oma en vervolgens gingen we, met het raam open, met oma praten.

 

Ik mocht ook vanaf een veilige afstand naar oma kijken.
Het liefst was ik bij haar op bed gesprongen maar dat mocht niet van het vrouwtje.

 

Helaas wisten we niet welk slaapkamerraam van de koekjesmevrouw was want ik weet zeker dat ik dan een koekje van haar had gekregen.
Misschien wel 6 koekjes want ik heb al heel lang geen koekjes van haar gekregen. Oma was blij dat ze ons even echt kon zien aan het open raam want het gaat niet zo goed met oma.
Het is natuurlijk ook heel verdrietig als je 86 bent en er mag helemaal niemand bij je op bezoek komen.

 

Na het raam bezoek aan oma vertrokken we naar het Paradijsje.
We gingen lekker een lang weekend logeren want de baas was ook 3 dagen vrij.
Het weer zat mee en dan is het dubbel zo leuk in het Paradijsje.
Allereerst moest de baas een extra bijenhotel ophangen want alle buisjes van de twee insectenhotelletjes, waren bijna allemaal gevuld.

 

De baas hing deze op en het vrouwtje ging aan de slag met het schoonmaken van de eet en drinkplaats van de vogeltjes en eekhoorntjes.
Niet omdat er net in het nieuws was geweest dat er veel pimpelmezen doodgaan vanwege een virus, het vrouwtje doet dat standaard.
Ze wil dat alles schoon is dus krijgen de schommel met voedselbak en de fontein altijd een goede poetsbeurt.
Alle vogels worden daar blij van want ze drinken uit de fontein.
En…dat niet alleen…laatst was de merel heerlijk aan het badderen in de fontein.

 

Op zaterdagavond kwamen er op een gegeven moment twee eekhoorntjes aan en ik had ze natuurlijk gelijk in het vizier.
Zolang ze in mijn bomen zitten vind ik het allemaal prima maar er word niet door die malle pluimstaarten in mijn tuin gelopen.
Ik ben altijd alert. De baas moest heel hard lachen toen ik uiteindelijk de grondeekhoorn mijn tuin uit joeg.
Het vrouwtje vind dat niet leuk en zegt dat ik heel lief moet zijn.
Dat ben ik maar er zijn grenzen. Kijk maar eens:

 

 

Opa en oma kwamen ook even langs in het Paradijsje en dat was groot feest.
Oma had in haar tas een stukje aluminiumfolie en daar had ze een plakje kookworst in zitten.
Wat heerlijk om ze beiden weer even lekker te kunnen knuffelen.
Oma ging ook nog een stukje met mij wandelen. Dat is altijd gezellig
.

 

Kijk, opa en oma zitten op de nieuwe kussens.
Daar had ik thuis goed op gepast en nu waren ze eindelijk mee naar het Paradijsje.

 

Eerder hadden we deze bruine en die gaan nu op de stoelen achter de caravan.
En, op mijn stoel want ze willen liever niet dat ik op de nieuwe kussens mijn bot ga kluiven.
Die regel was dezelfde middag al over want jullie snappen dat ik natuurlijk gewoon in de stoel naast oma wilde zitten.

 

Thuis hebben we trouwens ook kussens.
Twee hele mooie langwerpige kussens staan er op onze bank.
Ik mag niet aan die kussens komen maar op één of andere duistere wijze hebben die een enorme aantrekkingskracht op mij.
Daar kan ik niets aan doen, ze lonken gewoon altijd of ik met ze kom spelen.
Jullie snappen dat ik die roep niet  kan negeren.
Vooral als ik net gegeten heb moet ik altijd even hard aan een kussen schudden en er  in bijten.
Dat mag absoluut niet en dan roept het vrouwtje: “Meneertje NEE, het zijn NIET jouw kussens.”
Alles delen is niet echt een competentie van het vrouwtje hoor, ik woon hier toch ook?
Wat mij betreft moet je dan ook alles delen, dus zij een kussen en ik een kussen.
De baas had laatst al gezegd: “gooi die kussens overdag toch in de kast dan kan hij er ook niet mee klieren.”
Maar eigenwijs dat ze is. Echt niet normaal.
Ze zei dat de kussens op de bank bleven en ik er niet aan mocht komen en dat daarmee de kous af was.
Geen idee over welke sok ze het had maar als ze die kwijt wilde, dan mocht ze hem wel aan mij geven.
Ik ben dol op sokken.
Op een gegeven zei ze tegen mij: “waar is het kussen?”, “net lagen er nog twee op de bank en nu is er eentje weg.”
“Hoe kan dat?”

 

Ik had geen idee waar ze het over had. Ik lag op het voetenbankje en had absoluut geen kussentje bij me.

 

Het vrouwtje zocht, en zocht en zocht maar ze zag hem nergens.
Ze keek zelfs in de kast of de baas soms één kussentje in de kast had gegooid.
Dit was niet het geval en ze zei dat ze gek werd.
Nou laat ik haar troosten dat werd ze niet dat was ze al lang, dus niks aan de hand.
Ze kreeg het er warm van en deed haar badjas uit en gooide die op de bank.
Het vrouwtje ging op de grond liggen en zag ineens het kussen onder de bank liggen.
Ze rekte haar arm uit en probeerde het kussen te pakken terwijl ik haar hoorde mopperen dat ik  niet aan haar kussens mocht komen, ook niet stiekem onder de bank.

 

Het kussen lag verder onder de bank en ze kreeg hem niet goed te pakken.
Ze rekte en strekte en eindelijk had ze hem vast.
Met een rood hoofd stond ze op en terwijl ze het kussentje terug zette op de bank zei ze: “en nu niet meer aankomen Meneer de Koekepeer.”
Ik hoefde dat kussen ook helemaal niet.
Ga jij maar lekker tegen dat kussen zitten hoor, dan neem ik je badjas wel.

 

Meneertje 382

Woensdag 29 april 2020. Meneertje 382

We mogen nog steeds niks door het Corona virus maar ons Paradijsje is net als thuis.
Ook daar hebben we geen bezoek maar kunnen we wel lekker in de tuin zijn.
Het vrouwtje was helemaal lyrisch en deed samen met de baas in één dag de hele tuin. De baas ging onkruid wieden en het vrouwtje deed nieuwe planten in de potten.
Gelukkig was het mooi weer dus kon ik lekker wat zonnebaden.
Nadat alles af was wilde ze natuurlijk aan opa en oma laten zien hoe gezellig de tuin was, dus werden er druk foto’s gemaakt van alle nieuwe planten.

 

Alles was uitgestalt behalve mijn zwembad.
Volgens het vrouwtje was het daar echt niet warm genoeg voor.
Onzin want het was wel 23 graden.

 

Maar goed, ze was niet te vermurwen en zei dat ze echt even wat foto’s ging maken van de Spaanse margrietjes.

 

Ze was ook heel blij met de groei van de pioenrozen.
Twee jaar geleden had ze zaadjes in de grond gestopt en dacht dat er niks meer zou gebeuren. Maar…. ineens stond er een stapel groene stokjes met een rood streepje langs het blad, op de plek waar twee jaar lang weinig gebeurde..

 

Ook zaten er heel veel knopjes in en daar raakte ze niet over uit gepraat.
Nou mooi hoor die knopjes, zullen we dan nu koffie gaan doen?

 

Maar niks, ze riep de baas al weer.
Kom gauw kijken schat, het lijken wel diamanten. Het vrouwtje zag dauwdruppeltjes op blaadjes van de lupines.
Deze zijn nog lang niet uit maar dit vind ze ook al fantastisch.
Nou, sterkte allemaal want als ze eenmaal gaat fotograferen is er geen houden meer aan.
Gaan jullie ondertussen maar koffie zetten of want anders nuttigs doen want dat verhaaltje laat nog wel even op zich wachten op deze manier.

 

De plantjes die in de volle aarde staan moeten nog groeien maar volgens het vrouwtje komt dat helemaal goed. De bougainvillea stond er prachtig bij.

 

Ze verdween achter de caravan om te kijken hoe het met haar kleine bijenvolkje was.

 

We hebben geen kas hoor maar de bijen hebben de insecten hotelletjes gehuurd.

 

Ze bleef wel een kwartier staan kijken om te zien hoe de bijen ijverig werkten aan het opvullen van de bamboerietjes.

 

Volgens het vrouwtje is het een schattig klein volkje en daar  is ze heel erg blij mee.

 

Ze was tegen ze aan het kletsen, dat ze rustig van de nieuwe bloemen mochten genieten. Alsof bijen dat snappen.

 

Zijn we dan nu eindelijk toe aan de koffie?

 

Hoezo je wilt de vogels nog fotograferen?

 

Ik geeft het op, roep maar als we wel koffie met koekjes gaan doen.

 

Na drie weken ruzie maken tussen familie Koolmees en familie Pimpelmees hebben de koolmezen gewonnen en het vrouwtje vond dat zielig, dus nu hangt er nog een extra huisje voor de pimpelmezen bij.

 

Maar de pimpelmezen zijn niet terug gekomen dus de baas is vast voor niets op de ladder geklommen maar er valt ondanks dat, genoeg te kijken.

 

Familie Merel hebben ook een nest in onze tuin gemaakt.
Pa laat eerst zijn vrouw eten

 

Daarna gaat hij zelf eten maar hij houdt ondertussen goed zijn vrouw in de gaten.

 

Ineens hoorde ik een bekend geluid en ik rende naar het hekje.

 

Daar stond de mama van Guus. Ze kwam een botje brengen en viste mij van de grond om te knuffelen. Ze zei: “ik kan je mooi pikken want we moeten anderhalve meter afstand houden, dus het vrouwtje kan je helemaal niet terug halen.”

 

Ik kreeg een heerlijk botje en die ging ik lekker bij de baas op eten.
Samen genoten we van het laatste streepje zon in ons tuin.

 

Rond 19.30 uur gingen we naar mijn bos om te wandelen en stokken te gooien.
Dat mag want daar is namelijk ook helemaal niemand.
Of nou ja, afgelopen weekend was daar ineens wél iemand.
Heel in de verte hoorden de baas en het vrouwtje Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr, Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr, Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr.
Achter elkaar gilde iemand die naam door het lege bos en het vrouwtje zei: “Ah gossie, iemand is vast zijn hondje kwijt.”
Het roepen kwam met tussenpozen van vriendelijk naar hard, van nog harder naar wanhopig.
Mijn vrouwtje kreeg er kippenvel van maar dat was helemaal nergens voor nodig.
Terwijl mijn baas een stok weggooide schoot er vanuit het niets een foxterriër naast mij en samen holden we achter mijn stok aan.

Ik had hem het eerst maar de Foxterriër wilde hem ook en sprong enthousiast om mij heen.
De baas gooide de stok nog een keer en we holden samen achter de stok aan.
Ineens zei het vrouwtje: “dit is vast Copper.”
Ze keek onder de hond alsof daar zijn naam zou staan en schreeuwde toen loeihard: “hij is hieeeeeeeeeeeeer.”

Wat een onlogische actie.
Alsof je weet waar “hier is”  in een groot bos.
In de verte riep iemand: “FIJN, houdt u hem even vast”.
Maar dat wilde Copper niet, die wilde samen met mij spelen met de stok.
In de verte kwam een kleine hijgende man aan, die Copper bleef roepen.
Copper had alleen aandacht voor de stok en dus gooide de baas mijn stok richting de aansnellende man.

Ook heel fijn dat de baas die stok gooide want als het vrouwtje dat zou doen had ze de man een gat in zijn hoofd gegooid.
Copper en ik rende samen richting zijn baas en toen ik de stok vastgreep rende we weer samen naar de baas.
Toen bleef de baas staan en pakte de man zijn Copper en liep de weg terug waar hij vandaan kwam.
Wij liepen verder al stokken gooiend naar ons Paradijsje.
Op naar koffie en koekjes.

Meneertje 381

Woensdag 22 april 2020 Meneertje 381

Volgens het vrouwtje ben ik een hele stoere jongen aan het worden.
Worden? Ik was mijn hele leven lang al super stoer hoor.
De laatste periode ben ik veel aan het blaffen tegen grote honden, om te laten weten dat het mijn territorium is en om aan te geven dat ik sowieso de baas ben in mijn gebied.

Kijk, daar loopt weer zo’n kalf van een hond.

Die laat ik even weten dat ik hier woon. *Waf* *Woef* *Blaf*

Hoezo ik hoef niet te blaffen?

Jij zag die hond zeker niet, nou ik wel hoor.

Kom maar kijken, daar loopt hij.

Het vrouwtje kwam, maar niet om te kijken naar de grote hond maar om te zeggen dat ik echt niet naar alles hoef te wafkippen.
Zal ik dan eens wat anders leuks doen?

Hoppa, jij was opgestaan om naar mij te lopen dus…..

Opgestaan is plaats vergaan.
Gezellig zo saampjes op het balkon hé?

Het stoere zit niet alleen in het blaffen maar ook in het feit dat ik overal uren aan het snuffelen ben.
Althans, dat vind het vrouwtje maar die overdrijft graag.
Ik ruik gewoon aan elke grasspriet afzonderlijk en dat vind ik heerlijk.
Het vrouwtje is gewoon mega ongeduldig terwijl het toch echt zalig weer is om buiten te zijn.
Van de week was ik zo druk met ruiken dat het vrouwtje zich zorgen maakte dat ik helemaal nergens een plas deed.
Ze hoeft zich heus geen zorgen te maken want ik plas echt wel als ik uit gesnuffeld ben.
Na het plassen gooi ik tegenwoordig al gravend een hoop zand over mijn plas.
Heerlijk om met mijn achterpoten te graven.
Echte mannen doen dat vind ik.
Het vrouwtje moest daar om grinniken maar toen ik na 5 minuten nog steeds bezig was, schoot ze hardop in de lach en vroeg of ik een complete Vaalserberg in Veenendaal aan het maken was.
Jullie horen al dat ze totaal geen verstand heeft van graven en bergen bouwen.
De Vaalserberg krijg je echt niet in 5 minuten uit de grond gestampt dus laat mij nou maar gewoon mijn ding doen.

Zondag vertelde de baas aan het vrouwtje, toen we haar wakker gingen maken, dat hij heel hard om mij had moeten lachen.
Vrouwtje wilde natuurlijk precies weten waarom.
De baas vertelde dat ik al gravend een soort gromblaf had geproduceerd terwijl er helemaal niets of niemand was.
Het vrouwtje moest ook lachen en zei dat ik mijn stoere mannelijkheid nu ook niet hoefde te overdrijven.
Ze vind dat ik dat ook op hele ongepaste momenten doe, zoals laatst…….
Ik ging samen met het vrouwtje wandelen in het park.
Daar liep een mevrouw met een zwart hondje en hij kwam onmiddellijk kwispelend op mij af.
Toen hij aan mijn gat wilde ruiken begon ik te grommen.
Het vrouwtje zei: “doe eens niet zo onvriendelijk”.
Het hondje trok zich niks aan van mijn gegrom en bleef gezellig kwispelen.
Toen besloot ik: “als je ze niet kunt verjagen dan kun je beter met ze spelen”, en dat deed ik.
Het was super gezellig samen.

De mevrouw kletste met het vrouwtje, op gepaste afstand, over ons en na een tijdje zei het vrouwtje dat we weer naar huis gingen.
Omdat de mevrouw dezelfde kant op moest liep ze achter ons aan en haar hond liep, met een lange lijn, de hele weg gewoon naast me.
Samen liepen we richting mijn huis en toen ik er bijna was zei het vrouwtje gedag tegen de mevrouw.
De hond snuffelde aan mijn oor en ik gromde hem goedendag.
Terwijl we naar de lift liepen zei het vrouwtje: “wat ben je toch een druif, je kan zo het toneel op”.

Gisteravond had het vrouwtje mij tuk.
Grotendeels ken ik alle trucjes wel en trap ik ook eigenlijk bijna nergens meer in.
Zo wil ik nooit komen als we gaan wandelen.
Natuurlijk wil ik uit maar ze komen mij maar halen hoor.
Waar heb je anders personeel voor?
Zodra het vrouwtje roept dat we uit gaan draai ik mij behaaglijk op mijn rug en wacht tot ze me komt halen.
In het begin deed ze dat ook heel liefdevol en droeg me dan naar buiten.
Het vrouwtje was daar mee gestopt en had wat nieuws bedacht: vanaf dat moment liep ze de gang in, riep dat we uitgingen, blèrde er nog een “doeiii” achteraan, deed de voordeur open en dicht en bleef dan muisstil in de gang staan.

Uiteraard stond ik dan gelijk in de gang want ik wil natuurlijk wel mee.
Daar trapte ik een paar keer in en toen ik wist dat ze heus niet zonder mij zou vertrekken, kon ze wat mij betreft zo hard doei roepen als ze wilde, daar trapte ik niet meer in.
Ook niet in de voordeur die open en dicht ging.
Dus… toen ze gisteravond de voordeur open en dicht had gedaan bleef ik heerlijk op mijn rug liggen wachten.
Ineens werd er hard op de voordeur geklopt.
Ik schoot overeind, zette het op een loeihard blaffen en rende de gang in.
Daar stond het vrouwtje klaar met mijn riem en zei: “gezellig dat je mee gaat” en deed mijn riem om.
Het vrouwtje moest heel erg hard lachen en zei: “ja schat, wat jij kan, dat kan ik ook
Ik besloot haar volledig te negeren.
Mij had ze er heus niet mee, ik had wel zin in een langdurig grassprieten-snuffel-sessie.
We zullen eens zien wie het laatst lacht.

Meneertje 380

Woensdag 15 april 2020. Meneertje 380

 

Sinds het vrouwtje bij  https://www.dogamientje.be/nl een Zogoflex speeltje had besteld was ik verliefd geworden op dit fantastische ding.
Het is nog steeds helemaal heel en ik sjouw hem overal mee naar toe.
Het speeltje is echt niet stuk te krijgen en dat is met nog geen enkel ander speeltje gelukt.
De meesten sloop ik binnen 5 minuten en échte sterke speeltjes heb ik vaak binnen een kwartier in losse onderdelen.

 

Op de Zogoflex kauw ik al vanaf december 2019 en er zit nog steeds geen scheurtje in.
Je kunt dus met recht stellen dat de Zogoflex de teckelkeuring is doorgekomen en als redelijk onbreekbaar mag worden beschouwd.
Het vrouwtje heeft altijd kapitalen uitgegeven aan dure speeltjes die vervolgens, na kort onderzoek van mij, de prullenbak in gingen.
Doodzonde van het geld vind ze, en dat ben ik helemaal met haar eens.

 

Daarom zei het vrouwtje tegen de baas, ik bestel er nog twee Zogoflex-en bij.
De baas vroeg of ik hem toch had stuk gekregen maar het vrouwtje zei: “nee, ik bestel er nog twee bij omdat ze juist geweldig zijn”.
Het is dat de baas kaal is, anders waren zijn wenkbrauwen ver onder zijn haargrens verdwenen.
Hij wilde heel graag weten waarom er dan toch nog twee bij moesten.
Het vrouwtje zei: “eentje voor in het Paradijsje en eentje voor bij opa en oma.
Dat was een super goed idee, dan kon ze mijn favoriete speeltje nooit vergeten en heb ik overal mijn favoriete speelgoed.

 

Het vrouwtje bestelde een oranje en nog een blauwe.
De doos van Dogamientje arriveerde korte tijd later.

 

Uiteraard mocht ik ze zelf uitpakken en dat kan ik als geen ander.

 

Al snel had ik mijn nieuwe Zogoflex speeltjes uit de doos gehaald.

 

Ik wilde er gelijk mee gaan spelen maar het vrouwtje zei dat deze precies hetzelfde waren en dat er eentje in de tas ging voor in het Paradijsje en eentje in de kast ging voor als we weer naar oma mogen.

 

Ik rook dat er ook iets lekkers in zat.
Steven en Lotte hadden er drie hele lekkere kauwstaafjes in gedaan en ik kreeg er maar eentje.
Echt stom want ze waren alle drie voor mij.

 

Nou geef ze maar snel, dan hoef ik er ook niet om te zeuren.
Je hebt er hekel aan als ik zeur dus dat bespaar ik je graag.
Helaas kreeg ik er echt maar eentje.
Ik had haar gewaarschuwd en zette het op een piepen.
Het vrouwtje trok zich er niets van aan en deed de overige twee staafjes in de tas voor het Paradijsje want daar gingen we een lang weekend naar toe.

 

De volgende dag vertrokken we weer naar ons Paradijsje om er weer voor het eerst te gaan logeren.
Helemaal uitgelaten was ik.
Niks zo leuk als naar mijn eigen bos toe.
Toen we het tuinhekje opendeden was het vrouwtje ook verrukt.
Ze zag de vogels af en aan vliegen naar het nieuwe vogelhuisje.
Al was er wel grote verwarring………want, de koolmezen wilden het huisje…..

 

maar……de pimpelmezen ook.
Ze maakten elke keer ruzie.

 

Als ik hun was zou ik ophouden met piepen want daar houd het vrouwtje niet van en het levert heus geen extra wormen op.
Er hangen huisjes zat en toch wilden beide koppels precies dat huisje.

 

Om doodmoe van te worden.

 

Wat was het weer genieten in ons Paradijsje.
Op vrijdag, zaterdag en zondag was er heel veel zon.

 

Lekker in de ochtendzon op de vensterbank.

 

Het vrouwtje was helemaal blij dat de insectenhotelletjes ook verhuurd zijn.

 

Er is een klein bijenvolkje bezig en een deel van de rietstengels is al dicht gestopt.

 

De baas heeft het niet op insecten maar het vrouwtje is super blij met het nieuwe volkje.

 

De mama en papa van Guus kwamen ook nog even aan het hekje en natuurlijk bleven de baas en het vrouwtje op veel afstand. Ik niet en de mama van Guus stopte me helemaal vol met allerlei lekkers en lachte hard.
Ze zei: “gaat fijn hé Meneertje?”, het vrouwtje kan ons niet stoppen want ze mag niet dichterbij komen.

 

Guus was er niet bij dus moest ik mezelf vermaken.

 

Nee hoor, ik heb niet in de tuin gegraven.
Ik denk dat de vogels met ruzie maken zand op mijn neus hebben laten vallen.

 

Mijn grote mensenzus kwam ook heel eventjes een cadeau brengen en gelukkig gelden de anderhalve meter afstanden niet voor mij.

 

Vrouwtje was jaloers want die wilde ook knuffelen met mijn grote mensenzus maar dat mag niet.

 

Ik mag gelukkig met iedereen knuffelen wanneer ik maar wil.

 

En natuurlijk bij iedereen dutjes doen.

 

Het vrouwtje moet weer gaan werken en als ze weer vrij is gaan we lekker terug naar ons paradijsje. Want daar is het veilig en rustig.
Verplicht in de tuin blijven is niks erg hoor.

Meneertje 379

Woensdag 8 april 2020. Meneertje 379

Op zaterdag werd er bij ons aangebeld en stond er een enorme hoge doos op de deurmat.
De postbode keek vanaf een afstandje hoe de baas de voordeur opende en de doos van de grond tilde.
Volgens de baas heeft de afstand van de postbode met het Corona virus te maken maar ik weet wel beter.
De postbode meneer is gewoon een enorme angsthaas.
Het komt de postbode meneer enorm goed uit dat hij het pakje niet zelf hoeft aan te reiken want hij is namelijk doodsbang voor mij.
Dat snap ik want ik kan heel hard en stoer blaffen en als hij niet uitkijkt dan knuffel ik hem dood.
Sowieso zou ik ook meteen aanvallen op het pakket.
Ik ben dol op dozen en dit was een mega doos.
De baas zei de postbode gedag en deze ging er in een soort snel wandeltempo vandoor.
Ik sprong tegen de baas op en kwispelde heel hard.
Hij zei dat ik er af moest blijven omdat de naam van het vrouwtje op de kleurige doos stond.
Gelukkig was het vrouwtje net wakker en toen wij met de doos de woonkamer in kwamen werden haar ogen zo groot als schoteltjes.
Het vrouwtje zei:” is deze doos voor mij?
Wat een maffe redenatie, natuurlijk was deze doos niet voor haar.
Die doos was voor mij en zij mocht de inhoud hebben.
Schiet op vrouwtje, maak die doos open en haal snel de inhoud er uit, dan kan ik gaan spelen met de doos.
Ik drukte hard met mijn neus tegen de zijkant van de doos.

Het vrouwtje opende de deksel en zag een enorme bos bloemen en een joekel van een kaart.

 

Ze pakte de kaart uit de doos, deed deze open en zei toen: “kijk nou wat liefffff, het is voor mijn verjaardag”.
De bloemen met de grote kaart kwamen van Essiepessie en Miekepieke.
Dat zijn vriendinnen van het vrouwtje en ze was zo blij met de kaart en de mooie bos bloemen.
Het vrouwtje was pas morgen jarig maar op zondag komt er nooit een postbode.
Persoonlijk denk ik dat de postbode liever op geen énkele dag bij ons zou willen komen maar dat terzijde.
Nou hup vrouwtje, pak de bloemen uit de doos want anders begin ik aan de doos met het boeket er nog in.

 

Eindelijk tilde ze de bloemen er uit en vroeg ze of ik de doos wilde hebben.
Pffff het zal de leeftijd zijn want volgens mij had ik echt duidelijk genoeg laten merken dat ik al een vol kwartier op de doos zat te wachten.

 

Het feest kon beginnen en ik stortte me op de doos.

 

Niks zo lekker als een grote doos versnipperen.

 

Deze doos was een behoorlijke uitdaging omdat hij elke keer omrolde.

 

Maar ik laat me heus niet kennen hoor. Ik zal die doos klein krijgen, reken daar maar op.

 

Hoezo of ik klaar ben.
Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, dat zie je toch?

 

Nadat ik de doos volledig versnippert had begon het vrouwtje met opruimen.
Kon ik ondertussen mooi even lekker op haar trui liggen.

 

Ik moet dan wel goed op letten of het vrouwtje dat niet ziet want ik mag niet op haar lievelingstrui liggen.
Of nou ja,…ik mag er wel op liggen maar ik mag er niet op sabbelen en juist dat maakt het zo lekker.
De vertrouwde geur van het vrouwtje en haar heerlijke zachte trui.

 

*Sabbel* *Sop* *Sabbel*

 

Ineens zei het vrouwtje: “weet je waar jij zo naar toe mag?” “Je mag naar opa en oma”
Ik was gelijk één en al oor en wilde weten hoe lang het nog zou duren dus begon hard te kwispelen en te piepen.
Het vrouwtje pakte de bench en een extra groot bot en dat was voor mij het teken om naar de deur te rennen.

 

Ook al was het vrouwtje de volgende dag jarig, ik wilde best naar opa en oma.
Het vrouwtje moest op haar verjaardag gaan slapen en ging dus haar verjaardag helemaal niet vieren.
Ook waren er geen lekkere boodschappen voor de verjaardag in huis gehaald.
Oma en opa hebben altijd lekkers in huis en zij misten mij enorm dus was deze logeerpartij voor iedereen een feestje.
Eindelijk kon ik weer eens uitgebreid met ze knuffelen en met ze spelen.

Toen ik zondagochtend bij opa en oma wakker werd, heb ik samen met hen het vrouwtje gebeld.
Mijn jarige vrouwtje kwam net terug uit haar werk.
Opa en oma belden met beeld en gingen, Lang zal ze Leven, voor het vrouwtje zingen.
Ik zag het vrouwtje want ik zat bij opa op schoot.
Het vrouwtje ging nog even tegen mij kletsen en ik deed mijn hoofd elke scheef als ze wat zei.
Na het verjaardagsliedje en de felicitaties ging ik wandelen met oma en het vrouwtje ging slapen.
Om 17:00 uur kwamen de baas en het vrouwtje mij samen ophalen bij opa en oma en konden opa en oma het vrouwtje vanaf een afstand feliciteren.
Ik vloog naar de gang waar de baas en het vrouwtje stonden en rende in de armen van mijn jarige vrouwtje.
Ze wilden helaas niet lang blijven maar het vrouwtje heeft gezegd dat we alles gaan inhalen als het virus weer weg is.
Tot die tijd moet ik maar af en toe bij opa en oma logeren want zij missen mij en ik mis hen.
Bij oma kan ik ook veel vaker en veel beter poepen.
Het vrouwtje zegt dat zij wel weet hoe dit komt maar heeft braaf haar mond gehouden.
Wijsheid komt kennelijk toch met de jaren.

Meneertje 378

Woensdag 1 april 2020 Meneertje 378

1 april is grapjes dag maar zo grappig is het allemaal niet.
We mogen nog steeds niet naar opa en oma en ze zijn beiden bijna jarig.
We bellen ze wel heel vaak met een camera en als ik dan oma’s stem hoor dan moet ik huilen en kwispelen.
Ik ren dan naar de deur maar het vrouwtje zegt dat oma en opa niet komen maar dat we wel naar ze kunnen kijken en luisteren via de telefoon.

Gisteren reden we naar het verzorgingshuis van oma.

Ik dacht dat we naar binnen gingen, dan kon ik eindelijk weer een koekje van de koekjesmevrouw krijgen.
Maar…..we gingen niet naar binnen.
De baas nam twee tuinstoelen en belde naar het personeel.

Daarna moesten we even wachten tot zij oma voor het raam hadden gereden en gaven ze de telefoon aan oma.

Ik zag oma ook en zette het op een heel hard piepen.
Van het vrouwtje moet ik zachtjes doen omdat ze anders oma niet konden verstaan.

Oma vond het jammer dat we niet binnen mochten komen en dat vonden wij ook.
Hopelijk is het allemaal snel voorbij want ik was veel liever naar binnen gegaan.

Er mag op dit moment bijna niks en het vrouwtje zegt dat dit ook goed is.
Je moet namelijk niemand besmetten.
Gelukkig mochten we wel naar ons hutje aan zee.
Daar is helemaal niemand en als je dan toch binnen moet blijven is het veel leuker aan zee.
Want, ik moet natuurlijk wel uit gelaten worden en op het strand kan ik heerlijk los rennen en spelen met mijn bal.
Ik ken de weg als geen ander want ik kom er al vanaf mijn geboorte en ons hutje staat bijna in de duinen.
Zodra we een voet op het pad naar boven zetten begin ik aan de riem te trekken.

We moeten een klein stukje door de duin en dan staan we op het strand.
Het was prima weer.
Een zonnetje en harde wind maar dat maakte helemaal niet uit.
Het zand was helemaal zonder voetafdrukken maar daar gingen wij verandering in aanbrengen.

Altijd eerst even in de duinen mijn behoefte doen en dan mag mijn riem los en ren ik naar het strand.

Ik zie jullie zo wel.
Voor jullie je schoenen uit hebben, heb ik al wat sprintjes langs de kustlijn getrokken.
Doeiiiiii.

Eindelijk, daar zijn jullie dan.
Gooi de bal maar hoor.
En dat deed de baas,

Natuurlijk bracht ik hem elke keer netjes terug en gooide de baas de bal opnieuw.

Of nou ja, netjes terug brengen?
Het is meer omdat ik de andere bal wil.
De baas heeft altijd twee tennisballen mee en als ik er eentje heb, dan showt hij mij de andere bal en die wil ik dan uiteraard hebben.
Dus hol ik met mijn bal, laat die los en wacht tot de baas de andere bal gooit.

De wind waaide zo hard dat de tennisbal, die ik elke keer terug bracht, vanzelf weg rolde als de baas hem niet snel oppakte .

De baas kan heel goed gooien en met de wind mee, vloog de bal een heel eind weg.

Wat een heerlijk spel is dat toch.

Uren kan ik dat volhouden en het kon geen kwaad want iedereen was netjes binnen.

Wij mogen alleen naar buiten als ik moet plassen en tja, dan mag je heus wel een lekkere lange wandeling maken met twee tennisballen.

We liepen, al spelende, een eind langs de kustlijn

De wind waaide keihard en blies de zandkorrels rond mijn neus en oren.
Mij deerde dat niet maar het vrouwtje had koude voeten en wilde in de warme zon zitten.

Ze wilde bij het EHBO huisje zitten en wilde weten of je daar uit de wind zat.
Het vrouwtje moet met haar knie niet onnodig trappen lopen dus gingen de baas en ik checken

Je zat volledig uit de wind en het was zelfs warm in de zon, dus klom het vrouwtje ook de trap op.
Ze deed haar jas uit en we genoten van de warme zon.
Ik kreeg eerst water en dat was heel erg lekker.
Daarna mocht ik mijn tennisbal weer en genoten we allemaal op onze eigen manier van de zon.

Vrouwtje? Kan je even helpen?
Het vrouwtje reageerde niet en zat met haar ogen dicht.

Baas? kan jij mij dan helpen?

Kijk, de bal is per ongelijk naar beneden gevallen.

Natuurlijk wilde de baas dat wel en hij wilde ook wel met de bal spelen bij het EHBO huisje.

Jammer genoeg vonden ze het toen tijd om naar ons hutje te gaan.
Het was etenstijd en eigenlijk had ik ook best enorme honger.

De baas droeg mij naar het pad

Het laatste stukje mocht ik weer zelf lopen.

Thuis aangekomen moest ik eerst in bad.

Nadat ik mezelf in bad flink droog had geschud tilde het vrouwtje mij uit bad en droogde mij af met een grote zachte handdoek.

Daarna mocht ik in het zonnetje voor het raam even opwarmen en ging het vrouwtje douchen en de baas eten koken.

En toen was het eindelijk tijd voor mijn vleesjes.

Ik at mijn bak schoon leeg en daarna nog wat drinken en toen gingen de baas en het vrouwtje aan tafel.

Ik ging even lekker uitbuiken.
Jammer genoeg moeten de baas en het vrouwtje beiden weer werken maar van de zomer gaan we lekker weer twee weken naar ons hutje aan zee.

Meneertje 377

Woensdag 25 maart 2020. Meneertje 377

De baas stond op het balkon en ging de ramen wassen.
Geen idee waarom want het was helemaal nodig om schone ramen te hebben.
Sinds het corona virus is uitgebroken, valt er weinig te kijken.
Er zijn namelijk niet echt heel veel mensen op straat.
Echt jammer want het is super leuk om naar ze te blaffen.
Het was ook helemaal niet handig dat ramen gewas.
Mijn hele raam was door alle waterdruppels heel erg wazig en het leek alsof het keihard geregend had.

 

Ineens viel er wel wat te blaffen.
Vlak voor mijn ogen verscheen er een heel leuk wollen geval die ik heel graag nader wilde onderzoeken.
Ik begon hard te blaffen en te kwispelen.
De baas haalde hem expres voor mijn ogen heen en weer.
Dat was een leuk spel.
Het vrouwtje zei dat ik niet hoefde te gaan wafkippen omdat ik de raamwisser niet kreeg.

 

Sinds het Corona virus is uitgebroken mag je best naar buiten om even te wandelen of boodschappen te doen maar mag je niet met te veel mensen bij elkaar zijn.
In het bos zijn best veel mensen maar in mijn bos loopt bijna niemand.
Dus togen we naar het Paradijsje.

 

De baas en het vrouwtje wilde heel graag van alles in de tuin doen en hij was vorige week de hele woensdag vrij, dus dat was super leuk.
Mijn baas maakte de dakgoten van de caravan en de schuur schoon en het vrouwtje ging de hoezen soppen van de lounge set en van de kussenbak.

 

Ik nam de honneurs waar vanaf het voetenbankje op het lekkere warme vest van het vrouwtje.
De zon scheen en uit de wind was het zalig toeven.

 

De baas had zijn korte broek al weer aan.
Natuurlijk dronken we lekker koffie met luxe koekjes in het zonnetje.
Na de koffie gingen zij weer aan het werk en viel ik heerlijk in slaap.

 

Na een middag schoonmaken was het tijd voor mijn bos.
Helemaal niemand kwamen we tegen en dat is geweldig.

 

De baas zocht twee stokken en toen kon het feest beginnen.

 

Ik ben razendsnel en rende elke keer hard achter mijn stok aan en bracht hem dan heel snel terug om weer achter de volgende aan te rennen.

 

Er zijn heel veel bomen omgekapt.
Waarschijnlijk waren dat zieke bomen maar met de takken is niks mis hoor, die waren prima om mee te gooien.

 

Al kwam mijn tak tussen een berg andere takken terecht, ik wist precies welke de baas gegooid had.
Ik rende keihard heen en weer en als ik dan bij de baas terug kwam en hij gooide niet snel genoeg een stok, dan zette ik het op een blaffen.

 

Volgens het vrouwtje wafkip ik met een erg schel geluid.
Ze vind dat niet fijn omdat ik dan alle dieren in het bos afschrik.

 

Echt onzin want het is mijn bos dus mag ik zo hard blaffen als ik zelf wil.

 

Na een hele poos hing mijn tong ver uit mijn bek en zei het vrouwtje dat het tijd was om terug te gaan..

 

Ik had er nog lang geen genoeg van want ik had lang geslapen, dus kon ik nog wel een paar uur rennen.
Gelukkig bleef de baas stokken gooien tot aan het ruiterpad.
Daar moest ik aan de riem.

 

Natuurlijk nam ik mijn stok mee.
Dat doe ik altijd maar als we eenmaal bij het Paradijsje aankomen dan verdwijnt op één of andere duistere wijze mijn stok.
Ik mag hem namelijk niet hebben om op te kauwen maar de baas zegt altijd: “als we naar het bos gaan dan nemen we hem weer mee.”
Het rare is dat mijn stok dan nooit te vinden is.

 

Gelukkig heeft het bos altijd weer een hele grote lading nieuwe stokken dus maakt het ook eigenlijk niks uit.

 

Toen we terug kwamen was het een stuk frisser buiten en gingen we allemaal naar binnen.
De baas ging koken en het vrouwtje en ik zaten gezellig op de bank.

 

Zo fijn dat we al een beetje aan het seizoen zijn begonnen.
Wat mij betreft kunnen we niet vaak genoeg naar ons Paradijsje gaan.
Ik kan niet wachten tot ze de bedden gaan opmaken want dan gaat het écht weer beginnen.

 

Ik hoop maar dat het Corona virus snel weg gaat want door dat stomme virus kunnen opa en oma aankomend weekend niet mee naar ons hutje aan zee.
Wij gaan wel want of we nu daar zijn of in ons eigen huis, dat maakt niet uit en we kunnen dan wel lekker naar mijn eigen strand.
Op mijn strand is het altijd rustig.
Zelfs in de zomer zijn er niet zo veel mensen.
Wij gaan lekker wandelen en spelen en hééééél misschien wel zwemmen in zee.

Ook al heb ik heel veel zin in dit weekend, ik ben wel verdrietig dat opa en oma niet mee kunnen.
Gelukkig heeft het vrouwtje al tegen opa en oma gezegd dat ze van de zomer, als we twee weken naar zee gaan, mogen komen.
Dan blijven ze een paar dagen logeren.
Eigenlijk nog wel net zo leuk want als het mooi weer is kunnen we ook weer lekker in de tuin zitten.

Probeer, ondank alles, toch wat van elke dag te maken.
Maak er een feestje van met worstjes, kaasjes en koekjes.

Meneertje 376

Woensdag 18 maart 2020 Meneertje 376

Er is van alles aan de hand in de wereld en het Corona virus is nu ook in ons land.
Daarom kunnen we opa en oma niet zo vaak zien maar gelukkig kan ik het niet overbrengen en kan ik lekker wel naar opa en oma toe.
Ook mag ik gewoon uitgebreid knuffelen en dat vind iedereen fijn.
Afgelopen vrijdag en zaterdag was ik bij opa en oma omdat onze tuin van het Paradijsje werd klaar gemaakt voor het nieuwe seizoen.
De baas en het vrouwtje gingen al heel vroeg naar ons Paradijsje en ik kon niet mee omdat ik dan in de weg zou lopen.
Het hekje kon nu gewoon open blijven en hoefde niemand op mij te letten.
Wat mij betreft helemaal prima want al die apparaten maken enorm veel herrie en bij oma krijg ik sowieso veel meer lekkers.

Er werd keihard gewerkt. Kobus en Daan deden de heg en de baas reed alle losse rommel weg met de kruiwagen.
Het vrouwtje ging naar het tuincentrum met een plantenlijstje van de hovenier zodat ze deze later konden poten.

Na uren werk kon er een waterpas boven op de heg worden gelegd.
De mini plantjes, bolletjes en stekjes zijn allemaal gepoot.
Wat is het allemaal weer super netjes voor elkaar.

Het vrouwtje liet filmpjes van de tuin zien aan opa en oma en vroeg of ze het leuk vonden om te komen kijken. Nou dat wilde ze wel natuurlijk.
Ik reed met opa en oma naar ons Paradijsje en het vrouwtje zei: “als we allemaal afstand houden is er niets aan de hand”.

Zo gebeurde en dus konden we heerlijk genieten van de tuin.
Oma vertelde dat ik de weg herkende en hard begon te piepen toen ze het dorp in reden.
Dat dorp ligt nog best een eindje van ons Paradijsje maar ik herken heus alle bochtjes er naar toe en het bospad al helemaal.

Dank je wel voor het oppassen oma.
Ik ga straks weer met de baas en het vrouwtje mee naar huis en dan is het heel erg jammer dat je mij geen knuffels meer kan geven.
Ook geen worstjes en koekjes, dus mocht je nog wat in je zak hebben zitten dan wil ik die best hebben hoor.

Iedereen draagt zijn steentje bij in deze moeilijke tijden.
Ze zeggen dat je weerstand goed blijft als je veel beweegt.
Daar kan ik dan weer heel goed bij helpen.

Dus………rennen maar.

Oma heeft heel veel met mij gespeeld en nu mag ze lekker rusten en genieten van het voorjaarszonnetje.

Jij hoeft ook niet te rennen hoor opa, maar de baas wel.

Probeer mijn bot maar af te pakken baas.

Ik hou van heel hard rennen.

jaaaaa, daar zijn de mama en papa van Guus.

Ze mogen geen zoen aan de baas en het vrouwtje geven maar wel aan mij hoor.

Ik ben zo blij dat ik ze zie.
De mama van Guus zei dat ze heel blij was dat ze mij wel mocht knuffelen en dat ze mij heel hard gemist heeft.
Natuurlijk had ze heel veel lekkers bij zich.

Pssst, heb je nog meer koekjes bij je? Het vrouwtje blijft vanwege de Corana heel ver bij je vandaan, dus die kan nu toch niet goed opletten.

Op zondag wilden mijn grote mensen broer met zijn vriendin en mijn grote mensen zus met haar verloofde gezellig langs komen en omdat we ook die dag in het Paradijsje waren kwamen ze allemaal naar de Veluwe. Zo leek het of we er al logeerden maar dat was nog niet het geval.
Het vrouwtje zegt dat het echt nog te koud is. Gelukkig kwamen ze wel allemaal ook al was het frisjes.

Ik vind het geweldig als ze er allemaal zijn en knuffelde ze om en om.

Kom, we gaan aan tafel en ja, ik wil op schoot want het is nu veel te koud op de grond.

Ook al is het nog geen zomer, we hebben de spits van het nieuwe seizoen afgebeten.
Ik kan niet wachten tot we er weer gaan logeren.
Het vrouwtje ook want de baas heeft het vogelhuisje opgehangen en gelijk kwamen er pimpelmeesjes kijken dus ze hoopt vurig op een nestje kleine pimpelmeesjes.