Meneertje 375

Woensdag 11 maart 2020. Meneertje 375

Het is bijna zover, vrijdagavond mag ik lekker bij opa en oma logeren.
Altijd een groot feest om een nachtje bij opa en oma te mogen slapen.
Misschien heeft oma nog wat kookworst over van de trouwdag van de baas en het vrouwtje.
Gelukkig weet het vrouwtje niet dat ik daar altijd heel veel lekkers krijg.
Wel zegt het vrouwtje dat ik na een logeerpartij dat ik altijd vreselijk moet afkicken.
Dat afkicken zou helemaal niet nodig zijn als ze hier ook iets scheutiger zouden zijn met al het lekkers.
De baas en het vrouwtje gaan vrijdagavond weg en zaterdag gaan ze al heel vroeg naar het Paradijsje want dan komen de hoveniers onze heg snoeien.
Laten ze alles maar snel in orde maken want ik ben heel erg toe aan een nieuw seizoen vol luieren in de zon, genieten van mijn zwembad, spelen met mijn vriend Guus en wandelen in mijn bos.

Het vrouwtje was afgelopen week een dag lang heel bezorgd.
Ze zei tegen de baas dat ze geen idee had wat er met mij was maar dat er wel iets moest zijn.
Ik wilde niet eten, zelfs geen koekjes.
Af en toe is het zo mega onhandig om een vrouwtje te hebben die verpleegkundige is.
Ze had al in mijn oren gekeken, er aan geroken, in mijn bek gekeken, aan mijn buik gevoeld maar kon niet zo gauw iets vinden.
Urenlang lag ik op mijn uitkijkeiland, naar buiten te staren en een beetje te piepen en regelmatig stond ik bij de voordeur en wilde dan naar buiten.
Het vrouwtje dacht dat ik misschien een blaasontsteking had en lette goed op of ik kleine plasjes deed maar dat deed ik helemaal niet.

Ik trok haar naar het grasveld, stak mijn neus in het gras en bleef stokstijf staan terwijl ik de lente op snoof.
Ze zei: “ga maar plassen lieffie”.
Stttt, ik sta hier te genieten van het voorjaar, wil je mij niet storen.
Soms duurt het eeuwen voordat het kwartje valt maar uiteindelijk kreeg ze het door.
Ze zei: “je bent helemaal niet ziek, je ruikt een loops teefje.”
Sta ik hier voor gek met mijn pollepel om urine op te vangen.
Daar had ze gelijk in want ik vond het persoonlijk ook volslagen krankzinnig om te gaan wandelen met een pollepel maar ik kijk bij het vrouwtje helemaal nergens meer van op.
Als je met een plantenspuit gaat wandelen kan er ook prima een pollepel bij.
Voor mijn part nam ze de fruitschaal mee uit wandelen als ze mij maar rustig liet snuiven en snuffelen.
Wat een heerlijk grasveld, elke grasspriet rook zalig.
Het vrouwtje vond het welletjes en zei: “we gaan gewoon terug naar huis want je bent net nog uitgebreid naar buiten geweest en we blijven niet aan de gang.”
Ze ging maar alleen naar huis, ik stond hier prima en wilde lekker op het grasveld blijven snuffelen.
Zoals altijd moest het vrouwtje haar zin doordrijven en dus pakte ze mij op en droeg me naar huis.
Het vrouwtje deed mijn riem af en hing die op het haakje, daarna deed ze haar schoenen uit en begon toen te zuchten.
Ik was zachtjes aan het piepen op de deurmat en gaf aan dat ik hoognodig naar buiten moest.
Ze zei: “je kan piepen tot je een ons weegt maar het is klaar, we gaan pas over vier uur weer naar buiten.”

En jawel om vier uur mocht ik dan eindelijk uit.
Misdadig gewoon, ik had heus aangegeven dat ik echt eerder uit moest maar ze was niet te vermurwen.
Het was jammer dat ik niet hoefde te plassen anders had ik als wraak tegen de voordeur aan geplast.
Maar goed eindelijk was het dan vier uur.
We liepen onze normale route en toen we terug kwamen bij het grasveld naast ons huis wilde ik niet meer verder.
Het vrouwtje zei: “we gaan niet weer een uur aan de grassprieten vastgekleefd zitten Meneer de Koekenpeer.
Je bent uit geweest en we gaan nu terug naar huis.
Ik deed of ik naar huis liep maar sloeg toen linksaf en begon aan de wandeling die we ’s avonds altijd lopen.
Dat mocht van het vrouwtje, ze zei dat ze best nog wel een stuk wilde lopen maar dat we niet wazig naar de grassprieten gingen kijken.
Jullie snappen dat we aan het eind van het rondje wederom uitkwamen bij mijn grasveld en ik snoof nog even snel een heerlijk geurtje op en toen ineens zat ik op de arm van het vrouwtje.
Het vrouwtje was er klaar mee, ik nog laaaaaaaang niet maar we zijn het zelden eens.
Binnen plofte ze op de bank en ik keek vanaf mijn uitkijk eiland naar buiten en piepte zachtjes.
Het vrouwtje zei dat het een hele lange avond ging worden en dat ik die fluit uit mijn neus mocht halen want we gingen nog lang niet uit.
Jan en Bertus kwamen op visite en dat is fijn want dan konden die mooi met mij wandelen.

 

Bertus wil jij met mij wandelen?

 

Hoezo jullie hebben zelf honden genoeg om uit te laten?
Ik moet nodig hoor.

 

Wil jij dan met mij uit Jan?

 

Zullen we dan maar gaan spelen met mijn favoriete speeltje?

 

Ik zie hem heus wel.

 

Nu Jan en Bertus weer naar huis zijn, zullen we dan nu uit gaan?

 

6 gedachten over “Meneertje 375”

  1. Oh jij bent een grote man.]
    Ik had het in het begin ook niet door maar ik geloof we moeten iedereen met een kleine hond gaan waarschuwen.
    Anders lopen er overal na een tijdje kleine meneertjes rond.
    Slaap er lekker van en droom lekker.

  2. Wat een ellende die loopse meisjes, dat die nou net in jouw neus moeten komen.
    Maar snuffel jij maar lekker verder.
    Nog even wachten en jullie kunnen weer naar het paradijsje.

  3. Ja vrouwtje van Meneertje Jansen het voorjaar zit in het gras .ik denk dat er heel veel hondjes nu hun neus achterna gaan .dat hoort er gewoon bij Bij ons duurt het uitlaat rondje ook heeeel lang .maar niet getreurd na een paar weken is dat wel weer voorbij .voor nu gewoon een paar koekjes in je jaszak,dat laat in ons geval Tygo harder lopen .Groetjes van Tygo en zijn vrouwtje Mia.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *