Meneertje 348

Woensdag 14 augustus Meneertje 348

Zaterdag gingen de baas en het vrouwtje samen naar IKEA.
Daar is voor mij niks lekkers te krijgen, dus bracht het vrouwtje mij naar opa en oma.
Ik weet daar precies de weg.
Zodra we uit de lift komen ren ik naar de voordeur van opa en oma en start alvast met blaffen, zo weten ze vast dat ik er aan kom.
Vrouwtje roept altijd dat ik niet zo hard moet wafkippen maar veel oude mensen zijn stokdoof, dus die hebben daar totaal geen last van.
Opa en oma zijn niet doof en zij kunnen dan vast klaar gaan zitten voor de knuffels.
Vrouwtje draaide de voordeur open en ik stierde naar binnen.
Ik sprong met een sierlijke boog bij opa op schoot en gaf hem heel veel kusjes.
Daarna was oma aan de beurt voor kusjes en oma zei tegen het vrouwtje: “mag ik hem straks een eitje geven?”
Voordat het vrouwtje antwoord kon geven begon ik te kwispelen en rende naar de keuken.
Ei, dat woord alleen is al genoeg voor directe actie.
Ik zette het op een blaffen.
Kom oma, het vrouwtje moet naar IKEA, ga jij maar een lekker eitje voor mij maken.
Dahaaaag vrouwtje ga maar gauw winkelen.

Een paar uur later wilden de baas en het vrouwtje mij weer halen maar oma zei aan de telefoon dat we bij oom, “die-in-zijn-eigen-wereld-woont”, waren.
Ik heb heel leuk met oom gespeeld.
Oom vond het volgens oma ook leuk en gooide af en toe een balletje weg.
Heel veel dingen snapt oom niet maar hij moet wel lachen als ik kusjes geef en dat doe ik met veel plezier,
Ik heb kusjes genoeg dus al met al was het een gezellige middag voor iedereen.
Opa en oma brachten mij thuis want dan konden ze alle nieuwe aankopen even bekijken.
Het enige was ze hadden uitgepakt was mijn nieuwe stoel.
De rest zat allemaal nog in karton en was voor latere zorg want, nadat het vrouwtje koffie had gemaakt voor opa en oma gingen we naar het Paradijsje.

“Meneertje 348” verder lezen

Meneertje 347

Woensdag 7 augustus 2019 Meneertje 347

Mijn vrouwtje moet nog één nachtje werken en de baas nog één week en dan hebben we echt vakantie.
Dan gaan we niet meer een kort weekje naar het paradijsje maar gewoon een hele poos.
Maar dat niet alleen, we gaan natuurlijk ook weer naar het huisje in Noord Holland.
Ons huisje staat vlak aan zee en dan gaan we elke dag naar het strand.
Dat is pas echt vakantie.
Zwemmen in zee en kuilen graven op het strand.
Elke avond wandelen op het strand en ook als het geen mooi weer is gaan we gewoon naar het strand hoor.
Ik ga nu voor de derde keer mee naar ons huisje aan zee en ik vind het daar fantastisch.

Omdat ze weten hoe dol ik op het strand ben gingen we afgelopen zondag ook naar het strand.
We gingen naar IJmuiden want daar is een echt hondenstrand.
Alle honden mogen loslopen en er is een heel groot restaurant en daar staan heel veel waterbakken en mogen alle honden gewoon lekker op de kussens zitten, ook als je nat bent of onder het zand zit.
Ik had natuurlijk mijn eigen waterbak mee en die vulde het vrouwtje met vers water.
Het liefst was ik gelijk doorgehold naar de zee maar de baas en het vrouwtje wilden eerst een kop koffie.
Onder de koffie bleef ik maar naar het strand en de zee kijken en zag alle honden op het terras niet eens.
Er lagen en liepen er een heleboel maar ik zat naast de baas op een zacht kussen en keek verlangend naar de zee.
Ze waren benieuwd of ik een beetje lief zou zijn tegen anderen honden want vooral tegen grote honden, grom ik altijd flink of begin ik heel hard te blaffen.
Vrouwtje noemt me altijd een grommelpot als we aan het wandelen zijn en ik tegen andere honden blaf.

Toen de koffie eindelijk op was en we op het strand liepen mocht mijn riem af.
Het vrouwtje zei tegen de baas: “hij zit in standje, ik ben de baas, zie mij lopen” “moet je zijn staart zien, die staat kaarsrecht omhoog”.
Ik holde heen en weer en maakte duidelijk dat ze op moesten schieten want we hadden nog een heel eind te gaan.
Op zich stond het strandpaviljoen wel op het strand maar het was eb en dan is de zee altijd erg ver weg.
Er rende twee honden op mij af en het vrouwtje fluisterde tegen de baas dat ze dit best spannend vond.
Als ik zou gaan grommen of blaffen konden ze mij wel eens bijten.
Nou dat moeten ze eens proberen, ik laat me heus niet bijten.
Volgens de baas is er ook niks aan de hand als ik los loop.
Beiden honden bleven stil staan bij mij, we snuffelden even aan elkaar en toen holde ik door want ik had de zee en mijn tennisbal allang gezien.
Ik had zin om te rennen en te zwemmen.
Onderweg kwamen we allerlei honden tegen maar ik deed tegen geen enkele hond lelijk hoor.
Toen we vlak bij de zee kwamen zette de baas een stoeltje neer voor het vrouwtje en pakte hij mijn tennisbal.
De baas gooide de bal heel ver weg en ik rende er achteraan.
Heerlijk, dit voelde als vakantie ook al was dat nog niet zo.

“Meneertje 347” verder lezen