Meneertje 334

Woensdag 1 mei 2019 Meneertje 334

Tegenwoordig speel ik regelmatig met mijn tennisbal binnen.
Eerder wilden ze dit niet omdat de tennisbal onder allerlei kasten rolt en de baas en het vrouwtje beiden nogal lui aangelegd zijn.
Wat is het nu voor moeite om even op je buik te gaan liggen en dan, met de ruggenkrabber, de tennisbal onder een kast uit te hengelen?
Ik zou willen dat ik het kon, het lijkt mij een super leuk spel.
Helaas heb ik die mogelijkheid niet, dus ben ik afhankelijk van mijn blaf techniek om enige actie in die lijven te krijgen.
Gelukkig kan ik waanzinnig goed blaffen en ook heel lang achter elkaar.
Ze worden hier tenslotte, naar mate dat de jaren verstrijken, ook een stukje slechthorender.
Ik ben de beroerdste niet en houd uiteraard rekening met de baas en het vrouwtje.
Als ze niet reageren op mijn blaf, dan zet ik een indringender en lange-adem-blaf in.
Op het moment dat het vrouwtje roept dat ik moet stoppen met wafkippen, weet ik dat ze me gehoord heeft.
Voordat ze dan mijn bal onder de kast uit gaat vissen begint ze al te zuchten.
Ik houd er van om naast haar op de grond mee te kijken onder de kast.
Zij steekt dan haar arm onder de kast en ik mijn neus.
Ik begin dan flink te snuiven van opwinding dat de bal er weer aan komt en kwispel daarbij heel hard.
Als ik heel hard snuif kijkt het vouwtje altijd naar mij en moet dan lachen.
Ze zegt dan dat ik een deugniet ben en dat ik het expres doe.
Nou echt niet, hooguit tik ik wel eens per ongelijk met mijn neus of poot tegen de bal maar zeer zeker niet expres hoor.
De baas heeft, heel slim, allerlei spullen onder de televisiekast gelegd dus daar kan hij niet meer onder rollen.
De enige plek waar mijn tennisbal eigenlijk nog onder kan rollen is de caviakast en daarom mag ik nu wel met mijn tennisbal binnen spelen.
Tenslotte is het slechts één kast waar hij onder past.

Echt heel erg fijn wat ik ben dol op mijn tennisbal.
Ik liep van de week kwispelend voorbij met mijn staart recht omhoog.
Het vrouwtje zag me gaan en zei: :”wat loop jij stoer Meneertje”.
En dat was zo, ik liep heel erg stoer en sprong net iets te snel mijn speelplek van de caviakast in.
Op dat moment stonden de alarmbellen aan.
Het vrouwtje stond op en zei:”laat mij eens kijken, wat heb jij daar?”
Ik draaide mijn billen naar haar toe maar ze bukte en ineens hoorde ik: “foei, geef mijn pantoffel eens hier, die mag jij niet hebben”.
Nou echt wel, die pantoffel mocht ik wel hebben.
Ondanks het feit dat ik hem als eerste had moest ik de pantoffel inleveren.
Ze schoot in de lach en zei: “owww, je tennisbal zit erin”.
Zie je wel dat ik de pantoffel wel mocht hebben, mijn tennisbal zat er in en die is van mij.
Het vrouwtje viste mijn tennisbal uit haar pantoffel en trok hem aan.
Echt jammer want ik vond het een heel ideaal draagtasje.
Gelukkig wilde ze daarna wel een poosje gooien met de bal.

Weten jullie trouwens dat ik een hondenrestaurant heb ontdekt?
Echt waar, er stond niet alleen eten voor de baas en het vrouwtje op de kaart maar ook voor mij.
Het restaurant ligt in Veenendaal maar behoort wel bij de gemeente Rhenen.
Aan de overkant van het restaurant ligt het Prattenburgse bos
Nadien zouden we lekker naar dat bos gaan om nog even een avondwandeling te maken.
Daar had ik natuurlijk heel veel zin in.
Ik zat bij het vrouwtje op schoot en samen bekeken we de menukaart.
Ineens zei het vrouwtje tegen de baas: “kijk eens op de laatste pagina”.
De baas keek en zag ook dat er speciaal voor honden dingen op de menukaart stonden.
Ik had net thuis gegeten dus dat was wel jammer maar er stonden ook snacks op.
Uiteraard besloot ik, dat ik die wel wilde en toen de ober kwam bestelde het vrouwtje een small snack.
Echt raar want ik had liever een large snack gewild en die stonden er ook op, dat had ik heus wel gezien.

Toch werd het een small snack en toen de ober kwam had hij een heerlijk botje met kip eromheen gedraaid bij zich.
Dat was een heel erg lekkere snack dus ik was op slag vergeten dat ik eigenlijk liever een grote snack had gewild.
Ik ging op de stoel liggen en kloof vol genoegen aan mijn overheerlijke knabbelstok.
Na een minuut of vijf liep er een mevrouw langs en die stond stil bij mijn stoel en zei; “ach wat een schatje”.
Vliegensvlug ging ik zitten en zette het op een gevaarlijk hard blaffen, waag het eens om aan mijn kipsnack te komen.
De mevrouw schrok zich wezenloos en liep van schrik snel door.
Zo, dit schatje ging even verder kluiven en ik plofte weer naast het vrouwtje op de stoel neer.
Verderop begon een mevrouw te lachen en zei: “ik heb ook een teckel, zo heerlijk herkenbaar”.

Omdat het vrouwtje heel druk is een klein filmpje van de wandeling in het bos.
Tot volgende week.

Meneertje 333

Woensdag 24 april 2019 Meneertje 333

Ineens was het dinsdag en was het vrouwtje alle spullen aan het inpakken om weer naar huis te gaan.
Hoezo gaan we weer naar huis?
Ik wilde blijven, het was veel te leuk in ons Paradijsje.
We gingen er namelijk voor het eerst weer slapen en de dagen vlogen om.
Het weer was fantastisch, heel veel zon tijdens de Pasen.
Mijn grote mensenzus en broer met aanhang kwamen, we gingen zwemmen, eten, en ik mocht heerlijk mee likken aan een ijsje.
Konden we maar altijd in het Paradijsje zijn.
Het vrouwtje zegt dat het juist zo leuk is, dat we er om de week naar toe gaan, dan blijft het een feest.
Echt onzin hoor want een feestje maak je zelf en als we er zijn kunnen we er toch altijd een feestje van maken?
Helaas moet het vrouwtje vannacht weer werken.
Ze hoeft maar drie nachten maar daarna gaat ze heel hard aan de slag voor Caviadag Tiel en dan kunnen we niet naar het Paradijsje.
Als ze uit de nachtdienst komt gaat ze de tentoonstellingszaal opbouwen en inrichten, alle sponsorspullen inpakken in tassen, heel veel sjouwen en nog allemaal dingen doen die alleen op het allerlaatste moment kunnen.
We gaan wel af en toe overdag naar het Paradijsje maar even niet logeren.
Dan maar even mijmeren over de geweldige dagen die we hebben gehad.
Gelukkig hebben we de foto’s nog:

“Meneertje 333” verder lezen

Meneertje 332

Woensdag 17 april 2019 Meneertje 332

De hele vrije week is het vrouwtje druk geweest in ons Paradijsje.
Op woensdag togen oma, het vrouwtje en ik naar Intratuin.
Dat was super leuk.
Ik mocht op mijn kussen in de winkelwagen zitten en oma en het vrouwtje zochten allemaal mooie planten uit.
De winkelwagen raakte steeds voller en daardoor had ik minder plek, maar dat maakte mij niks uit.
Ik wist dat het niet al te lang zou duren en dan kwamen we bij de smulafdeling speciaal voor mij.

Toen we aankwamen op de botjes,- snoep,- en koekjes afdeling, zei oma direct dat ze voor mij wat botten en koekjes ging kopen.
Ze pakte 5 zakjes met koekjes en een zak met 8 botten erin.
Oma deed haar handtas open, pakte een nagelschaartje en knipte een klein hoekje uit de zak met botjes.
Ze zei: “jij lust zeker wel een lekker botje van oma hé”?
En of ik dat lustte.
Mijn oma weet precies wat ik nodig heb.
Met het botje in mijn bek zag ik ineens de vijf zakken met koekjes.
Ik liet mijn bot los, drukte mijn neus tegen de verpakking aan en gaf een zacht piepje.
Oma schoot in de lach en wilde al aan de zak gaan knippen toen ik het vrouwtje hoorde: “daar komt niks van in, alles valt er uit als je een zak met koekjes los knipt”.
Hij heeft al een botje en één zak los aan de kassa, is meer dan genoeg.
Gelukkig had oma in haar jaszak nog een koekje en zo kreeg ik alsnog wat lekkers extra.
Niet alleen van oma natuurlijk, ook bij de kassa van de Intratuin vroeg de mevrouw of ik een snoepje mocht.
Ja duhhhh, die mag ik wel, wel tien.
Het werden er vier maar ze waren erg klein dus waren vier snoepjes ook volledig terecht.
De auto werd volgeladen met zakken aarde, potgrond, bemesting, planten en allerlei leuke dingen voor de vogels.
Het vrouwtje was helemaal in haar sas met een houten hanger in de vorm van een boomschijf aan touwen.
Die bleek voor de sier te hangen in de Intratuin maar het vrouwtje wist dat ze die perse wilde hebben en een meneer van de Intratuin klom met gevaar voor eigen leven op een ijzeren rek, haalde de stenen vogel er vanaf en gaf de hanger aan het vrouwtje.
Vanaf de Intratuin reden we direct door naar het Paradijsje.

“Meneertje 332” verder lezen

Meneertje 331

Woensdag 10 april 2019 Meneertje 331

Het voelt al weer een beetje alsof de vakantie begonnen is, heerlijk veel zon gezien.
Afgelopen week zijn we meerdere keren naar het Paradijsje geweest.
Het weekend was de baas erbij maar de andere dagen was ik alleen met het vrouwtje.
Natuurlijk waren mijn vriend Guus en zijn papa en mama er ook.
Guus woont op het park en dat wil ik ook wel maar het vrouwtje zegt dat ze dan eerst met pensioen moet zijn.
Echt jammer want het is heel fijn in ons Paradijsje en ik hoor het vrouwtje ook elke keer zeggen dat ze enorm geniet.
Dan ga je toch niet afwachten tot je met pensioen bent?
Ik snap daar niks van hoor. Maar goed, mijn baasje en vrouwtje zijn erg lief maar alles behalve praktisch ingesteld.

Gelukkig dat we er met mooi weer wel altijd heen kunnen.
Zoals altijd komt Guus gezellig op visite en Guus zijn mama heeft standaard haar snoeptrommeltje mee.
Het vrouwtje begint al te zeuren als ze binnen komen maar daar luistert geen hond naar, ook de mama van Guus niet.
We kregen beiden wat lekkere snoepjes en toen gingen Guus en ik rennen.
Op een gegeven moment hadden we beiden zin in snoepjes en renden we naar zijn mama toe.
Guus ging aan haar voeten zitten en ik keek vanaf de stoel toe, met mijn hoofd op tafel.
De mama van Guus deed het dekseltje van de snoeptrommel af en ik sprong op tafel.
Ik holde naar haar toe en legde mijn neus op de rand van het potje.
De mama van Guus is gek op mij en ik op haar hoor.
We kregen om en om wat snoepjes en toen zei de mama van Guus, nu is het klaar, straks nog een paar.
Ik ging gelijk op tafel naast het potje liggen.
Straks is een ruim begrip en kan maar zo over een paar seconden zijn.
Ik wil die snoepjes niet missen.
De baas tilde me van tafel en zei dat ik heus niets hoefde te missen maar dat ik eerst maar moest gaan spelen.
Ik holde drie keer met Guus om de caravan en daarna sprong ik via de stoel weer op tafel.
Guus zat weer aan de voeten van zijn mama en vroeg of we een snoepje mochten.
Dat mocht en het dekseltje ging weer los.
Het vrouwtje verprutste de gezelligheid door te zeggen dat ik nu echt genoeg had.
Echt onzin want vorig jaar kregen we gewoon hele stripjes en nu moest Anneke de stripjes al in kleine stukjes doen.
Dan mogen we heus wel een heleboel stukjes.
Voordat je zo’n stripje bij elkaar hebt gegeten ben je wel een poos verder hoor.

“Meneertje 331” verder lezen

Meneertje 330

Woensdag 3 april 2019 Meneertje 330

Eindelijk heb ik weer gespeeld met mijn grote vriend Guus.
Dat ik hem zou zien had ik niet verwacht.
Ik ging vorige week vrijdag samen met het vrouwtje naar het Paradijsje.
Het vrouwtje zei dat ze een verrassing voor mij had en toen we aankwamen zag ik dat opa en oma er waren.
Dat was een super verrassing.
Opa was aan het knutselen en bezig om een mooi hek te maken bij de schuur.
Tot nu toe zette de baas en het vrouwtje altijd een ijzeren rek neer zodat ik niet achter de schuur zou kunnen komen.
Opa vond, nu er zo’n mooie nieuwe omheining was gekomen, dat er ook een mooi hekje moest komen bij de schuur.
Wat mij betreft was dat niet nodig maar ze willen niet dat ik achter de schuur langs hol.
Daar is geen beplanting, alleen heel veel zand en daar kun je gewèldig graven.
Maar jullie snappen al, dat vinden ze geen goed idee.
Opa houd heel veel van klussen en aangezien dat thuis bij opa en oma niet zo goed kan, leeft opa zich helemaal uit in het Paradijsje.
Zo heeft hij van de week ook zonwering opgehangen aan de zijkant van de caravan.
Aan de voorkant had opa vorig jaar al zonwering op gehangen.
Mijn opa is heel knap hoor.
Gelukkig wilde opa wel even stoppen met klussen om met mij te spelen.
We speelden samen met de ballon.
Ineens hoorde ik een bekend blafje.

Dat was onmiskenbaar mijn vriend Guus. Ik rende naar het hek toe en daar kwam hij aan, samen met zijn papa en mama.
Ik werd dol enthousiast.
De mama van Guus zwaaide met haar overheerlijke snoeptrommeltje.
Die neemt ze speciaal mee voor mij en Guus.
Het vrouwtje riep al gelijk: “niet te veel hoor Anneke”.
De mama van Guus luistert gelukkig toch niet maar het vrouwtje en we kregen heerlijk wat snoepjes.
Eindelijk kon ik dan weer samen met Guus spelen in mijn tuin.
We holden heel hard heen en weer, renden om de caravan en keihard door al het zand.
Momenteel hebben we namelijk nog heel veel zand.
Onze tuin is wat groter geworden en op die stukken is er nog geen gras.
Dit moet nog worden ingezaaid. Of nou ja moeten, van mij moet het niet hoor.
Ik houd van zand en wie wil er in het Paradijsje nu geen eigen strand?
Dan zetten we mijn bad op het gras en als ik er dan uit stap dan kan ik gelijk lekker graven in het zand.
Ik hoorde het vrouwtje al zeggen dat ze binnenkort gaat inzaaien want dat ze absoluut gras wil voordat we er weer gaan logeren.
Guus en ik hebben samen de grond alvast voor bewerkt zodat ze straks heel makkelijk kan zaaien.
Dat kun je gerust aan Guus en mij overlaten, wij zijn daar meester in.
Op een gegeven moment zei de mama van Guus: “kom we gaan naar huis want het is al laat”.
Ik wilde niet dat ze weg gingen want het was veel te gezellig.
Gelukkig is het bijna tijd om weer te gaan logeren en dan kunnen we heel vaak samen spelen, samen wandelen en samen de koekjestrommel van zijn mama leeg eten.

“Meneertje 330” verder lezen