Meneertje 354

Woensdag 16 oktober 2019 Meneertje 354

Als het vrouwtje de cavia’s schoonmaakt, ga ik altijd op onderzoek uit in de voorraadkast.
De voorraadkast is een kast die onder de trap zit en waar allerlei spullen voor de cavia’s staan maar ook wc papier, schoonmaakmiddelen etc etc.
Eigenlijk zou het de naam rommelkast moeten hebben, het is namelijk de verzamelplek van heel veel rommel.
Ik ben dol op die kast want er valt van alles te beleven.

Er staat niks netjes in de kast en het is een vergaarbak van alles en nog wat
Boodschappentassen, emmers, een plaid, een krat met boodschappen.
Zodra de kast open gaat sta ik er in. Je kan helemaal naar links lopen in de kast.
Vrouwtje zegt altijd gekscherend dat het de uitdragerij van Malle Pietje is.
Genieten vind ik het, lekker veel onderzoeken zonder dat ik rotzooi maak want dat is het daar al volop.

De deur van de kast ging open en het vrouwtje pakte de zak hooi, de caviabrokjes en allerlei andere dingen die ze nodig had om de cavia’s te verschonen.
Terwijl ze voorbereidingen trof begon ik enthousiast te piepen in de kast.
Het vrouwtje zei: “we gaan nu niet spelen moppie, ik ga poetsen”.

Wie had het over spelen? Ik niet, ik wilde helemaal niet spelen en zette mijn zachte piep om in een luidkeels piepen.
terwijl het vrouwtje de cavia’s in de kartonnen “wachtdoos”” zette hoorde ik haar zeggen: “echt niet Meneertje, haal die fluit uit je neus, ik ben nu druk”.

Het werd dus tijd voor een serieus gesprek en ik begon keihard te blaffen.
Dat werkte en het vrouwtje stond op en kwam bij mij kijken in de kast.
Wat is er dan vroeg ze? Ik wees met mijn neus naar de eerste plank.

Ze snapte het nog steeds niet dus zette ik mijn poten op haar werktas en strekte mijn neus helemaal naar boven.

Toen schoot ze in de lach en zei: “owwww dát wil jij hebben!”.
Het had even geduurd maar eindelijk had het vrouwtje door wat ik bedoelde.

Op de plank lag mijn zakje snackjes, die ik van de mama van Guus had gekregen voor mijn verjaardag.
De mama van Guus koopt veel lekkerdere snackjes dan mijn vrouwtje dus ik was blij dat ik ze ontdekt had in de kast.
Ze roken heerlijk en ik begon heel hard te kwispelen.
Vaak werkt dat beter dan dat ik het op een blaffen zet.
Nu ik zo dicht bij mijn lekkernij was leek me dit de beste tactiek en ik kwispelde niet alleen met mijn staart maar met mijn hele lijf.
Het werkte en het vrouwtje zei dat ik er twee mocht hebben maar dat dan de kast echt dicht ging.

Ik liep achter haar aan naar de caviakast en keek in de hoge kartonnen “wachtdoos” die op de grond stond.
Hunter, Precious en Bijoux, die in de doos zaten, keken naar mij.
De cavia’s zijn er inmiddels aan gewend dat ik over de rand kijk en blijven gewoon zitten.
Echt jammer want het is super grappig als ze alle kanten uit vliegen.
Het vrouwtje schepte ondertussen hun etage leeg en ik ging even een dutje doen want verder viel er weinig te beleven.

Toen het vrouwtje klaar was zei ze: “wil je met de maan spelen?”.
Bij mijn vrouwtje kijk ik grotendeels nergens meer van op maar nu stond ik toch echt even met mijn oren te flapperen.
Spelen met de maan? Geen idee wat ze bedoelde maar als er wat te spelen valt, dan ben ik van de partij.
Ze pakte een bal en ineens ging het licht in de bal aan en zag je de maan.
De bal was geel verlicht en toen tikte ze een keer tegen de maan aan en werd hij blauw.

Daar wilde ik wel mee spelen en holde achter de bal aan die het vrouwtje over de bank heen en weer rolde.
Wat een mooie maan-bal was dit.

Ik duwde de maan-bal van de bank af en ging er mee spelen op de grond.
Al rennend achter de maan-bal kwam ik bij de schone caviakast uit en neusde de bal onder de kast.
Ik snoof een paar keer onder de kast en probeerde, al liggend op mijn zij, de maan-bal onder de caviakast vandaan te vissen maar daar kon ik echt niet bij.
Het werd tijd om het vrouwtje te waarschuwen dus begon ik, met mijn neus onder de kast, te blaffen.
Super handig voor het vrouwtje, dan weet zij ook gelijk waar ze zijn moet.
Het vrouwtje zei: “pak maar even een tennisbal hoor, ik ben nu even wat anders aan het doen”.
Ik zette het op een nog harder blaffen want ik wilde geen tennisbal maar deze maan-bal.
Het vrouwtje begon te zuchten en hengelde, met veel gesteun, mijn maan-bal onder de kast vandaan.
Goed zo vrouwtje, I love you, to the moon and back.

Meneertje 353

Woensdag 9 oktober 2019. Meneertje 353

Het vrouwtje had het zich voorgenomen, déze teckel gaan we niet verprutsen!
We gaan er géén schooihond van maken, géén teckel die om aandacht piept en vooral géén teckel die gaat blaffen als zijn bal of bot ergens onder ligt.
Geen idee wat ze in gedachten hadden, toen ik hen uitkoos als gouden mandje.
Hoe zou, vooral het vrouwtje, dit vorm willen gaan geven?
Zou ze werkelijk het idee hebben gehad dat ze dit vol zou kunnen houden?
Ik heb echt geen flauw idee want ik vind het persoonlijk enorm idiote regels.
Blaffen is juist zo handig als je ergens niet bij kunt.
En heus….ik start eerst met zachtjes piepen en als dat niet werkt met wat harder piepen.
Als dat allemaal niet het gewenste resultaat oplevert, zet ik een ‘maandagmorgen’ alarm in en als dàt nog geen zoden aan de dijk zet, dan pas ga ik keihard blaffen.
Ze zijn tenslotte geen twintig meer en als je wat ouder bent, dan doen je oren het minder goed en kan ik maar beter hard blaffen.
Zij willen toch ook graag dat ik met mijn botje of bal kan spelen?
Die laatste twee regels gingen eigenlijk op de dag van mijn komst al fout maar die eerste…….die hebben ze heel knap, héél erg lang volgehouden.

Die ging pas fout vanaf het moment dat ik oorontsteking kreeg.
Het vrouwtje vond mij heel zielig en dat was natuurlijk ook zo.
Als je oorpijn hebt is dat heel erg zwaar en behoor je verwent te worden en…..dat was wat ze deed.
Ze nam een kop koffie en ik kreeg, zoals gewoonlijk, mijn eigen koekjes.
Het vrouwtje nam een handje pepernoten en ik wilde daar het mijne van weten.
Ik ging naast haar zitten, snoof eens aan haar hand, schudde een keer met mijn zere oren en zette daarna een hele zielige blik op.
Het vrouwtje zei: “ach arme vent, heb je zo’n oorpijn?”
Mijn blik zette ik ondertussen kracht bij met een verdrietig piepje en toen ging de deur, waar al het gezonde verstand is opgeslagen, open.
 

Ze zei: “wil je ook een pepernootje?”.
Dat wilde ik wel en zette het op een kwispelen.
Ze nam een pepernoot tussen haar duim en wijsvinger en zei: “kijk eens, die is voor jou”.
Wat was die heerlijk, ik wilde samen delen en dook met mijn snuit in haar hand.
Voor ik het wist had ik nummer twee en nummer drie ook te pakken.

En toen ineens zei ze: “owwwww sukkel, wat heb ik nou gedaan?”
Het leek mij heel duidelijk, ze deelde heel sociaal haar pepernoten met mij.
Ze probeerde de deur van het gezonde verstand weer dicht te gooien maar ik zette er mijn poot tussen en begon te blaffen.
Kom maar met nog meer pepernoten want ik ruik heus dat je er nog meer hebt en ik vind ze heerlijk.
De baas keek met opgetrokken wenkbrauwen naar het vrouwtje en zei: “veel sterkte”.

Vanaf dat moment zat ik met elk koffie moment, strak naast haar.
In de keuken werkte ik elke keer snel mijn eigen koekjes naar binnen en dan rende ik alvast vooruit naar de bank om daar te schooien om pepernootjes.
Het vrouwtje heeft gezegd dat het echt klaar is maar ik geef me niet zo maar gewonnen hoor.
Ze gaat een hele pittige dobber aan mij krijgen en ja, dat heb ik heus over voor een paar pepernootjes.

Het weekend ben ik trouwens ook enorm verwend.
De baas en het vrouwtje gingen een weekend naar Duitsland en ik mocht bij opa en oma logeren.
Daar hoef ik totaal geen moeite te doen voor lekkers.
Het was er echt heerlijk en ik heb genoten van alle aandacht en al het lekkers.
Ik ben samen met opa en oma bij oom “die in zijn eigen wereld woont” geweest.
Eigenlijk reageert oom op bijna niks maar hij is dol op mij en ik op hem.
We kwamen binnen in het huis waar hij woont en hij zei tegen oma: “zet Meneertje maar op mijn schoot”.
Dat deed oma en hij ging mij heel lief aaien en kusjes geven.
Oma stuurde foto’s naar het vrouwtje en dat vond het vrouwtje heel erg mooi om te zien.

Op maandag kwamen de baas en het vrouwtje weer thuis en kwamen ze mij ophalen.
Natuurlijk was ik dolblij om ze weer te zien maar daarna ging ik snel verder spelen met de ballon die opa voor mij had opgeblazen.
Oma vertelde dat ik zo goed had gegeten.
Elke dag meerdere keren had gepoept en ook veel stinkpoepies liet.
Het vrouwtje keek naar oma en zei: “wat heeft hij gegeten dan?”
Oma schoot in de lach en zei: “allerlei lekkers en elke dag een stukje gekookte kip, want daar houdt hij zo van”.
Niemand kent mij zo goed als oma, ik houd van eitjes, gekookte kip en lekkere koekjes.
Het vrouwtje moest ook lachen en zei: “hij heeft ook een fijne vakantie gehad hoor ik al”.
En zo was het maar net.

Toen we thuis kwamen en we aan de koffie gingen wilde ik mijn eigen koekjes niet, ik holde naar de bank en ging alvast op de pepernoten wachten.
Het vrouwtje begon nog met woorden als; “mmmmmm, kijk eens wat jij een lekkere koekjes hebt”.
Nou, als jij ze zo lekker vind, dan neem je ze toch zelf. Geef mij dan maar je pepernoten.
Ik vraag aan sinterklaas een eigen zak met pepernoten want dat delen met het vrouwtje verloopt nog niet echt heel soepel.

Ik ga eerst even bijslapen. Roep maar als er koffie is.

Meneertje 352

Woensdag 2 oktober 2019 Meneertje 352

Iedereen denkt dat ik heel bekend ben maar mijn baas is dat ook hoor.
Daar kwam ik achter toen ik vorige week met mijn baas en het vrouwtje door ons bos bij het Paradijsje liep.
Er kwamen achter ons mensen aangefietst en het vrouwtje zei, zonder om te kijken, “die hebben 100% zeker een teckel bij zich”.
Dat klopte als een bus. Voor in het mandje bij de mevrouw zat een teckel en die maakte allerlei geluiden.
Kennelijk was hij dol enthousiast. Hoe wist het vrouwtje nu dat ze een teckel bij zich hadden? Zulke rare geluiden maak ik echt niet hoor.
De meneer en mevrouw stopten en toen zei de mevrouw: “dat is toch Meneertje Jansen”.
Het vrouwtje schoot in de lach en zei: “jazeker is dit Meneertje Jansen”.
De mevrouw ging verder met haar verhaal en zei: “mijn vriendin heeft ook een teckel en zei van de week tegen mij “ik kwam een man tegen met een teckel die losliep, bijzonder toch, gewoon netjes mee lopen in een bos, en dat voor een teckel”.
Toen zei ik tegen mijn vriendin: “liep die teckel met een man met een sik?”
Jaaaa riep mijn vriendin. Dus toen zei ik: “dat moet Meneertje Jansen zijn”.
Het vrouwtje moest hard lachen maar die wordt niet herkend hoor. Mijn baas en ik wel.

Dat mensen mij herkennen is helemaal niet erg maar als de dokter je bij naam kent dan betekend het, dat je er net iets te vaak komt.
En dat was nu precies wat er afgelopen donderdag gebeurde.
Toen het vrouwtje opstond rook ze dat mijn oren stonken en zag ze mij elke keer schudden.
Nu moet ik eerlijk toegeven dat ik enorme pijn had maar dat wil dan nog niet meteen zeggen, dat ik dan ook naar een dokter wil.
Grotendeels doen die je dan nog erger pijn en dat is iets waar ik absoluut geen behoefte aan had.
Het vrouwtje dacht daar anders over en belde met de Sterkliniek.
Om 16.50 uur konden we komen.
Het vrouwtje zei: weet je wat, dan halen we voor die tijd even een snoetje”.
Ik had geen idee waar ze het over had en we reden naar de dieren winkel.
Met mijn neus dook ik in allerlei lekkere botten en het vrouwtje zei: Ja hoor knul pak die maar.
Daarna zette ze me op de toonbank en kwam er een medewerker van de dierenwinkel en die ging kapjes over mijn snuit passen.
Dat waren geen snoetjes maar muilkorven.

Het vrouwtje zei dat dit echt even beter was omdat ik de dierenarts niet moest bijten en ze toch echt aan mijn oren moest zitten.
Nu hoefde het vrouwtje mij niet in de houtgreep te nemen en zou het allemaal minder vervelend zijn.
Makkelijk kletsen als jij niet degene bent die pijn heeft en op de foltertafel hoeft.
Bij de dierenarts wist ik het goed gemaakt, ze ging maar alleen naar binnen en haalde maar iets voor mijn oren op.
Als verpleegkundige kon zij prima vertellen dat ik stinkoren had en dat ik iets voor de pijn moest hebben.
Het vrouwtje tilde mij op, deed de deur van de Sterkliniek open en een stem vanachter de balie zei: Heyyy dáár hebben we Meneertje Jansen.
En dat bedoelde ik aan het begin van dit verhaal, zodra die mensen je gaan herkennen dan kom je er veel te vaak.
Vrouwtje ging mij wegen en ik woog precies 4200 gram. Wat mij betreft konden we weer naar huis.

We zijn geweest dus het lijkt mij onnodig hier verder nog te blijven zitten.

Toch bleven we wel in de wachtkamer en kwam de dokter ons niet lang daarna halen.

Het vrouwtje tilde mij op de behandeltafel en zei: “hij heeft stinkoren, ze zijn rood, huid lijkt geïrriteerd en hij flappert veel met zijn oren heen en weer.
Nou, was dat nou zo moeilijk? Dat had toch ook zonder mijn aanwezigheid gekund.
Het vrouwtje deed mijn muilkorf om en zei: “het komt goed lieffie”.
De dokter keek met een otoscoop in mijn oor en zei: “och vent, dat ziet er lelijk uit.

Het deed vreselijk zeer.
Als ze naar mijn oren keek, voelde ik al rillingen door mij heen gaan en dat werd er niet beter op toen ze mijn oor optilde om er in te gaan kijken.
Volgens mij trok ze keihard aan mijn oor en probeerde ze hem van mijn hoofd te rukken.

Het duurde uren en eerst keek ze in mijn rechteroor en net toen ik dacht dat ik klaar was moest ik draaien.

Mijn linkeroor was aan de beurt en ik jankte het uit.
Vrouwtje zei: “het is normaal een drama king maar nu heeft hij wel echt heel veel pijn.
Ze liet de dokter gewoon aan mijn oren trekken en keek toe.

De dokter bleef heel lief glimlachen maar eigenlijk was ze super vals want ze probeerde volgens mij, met de otoscoop door mijn trommelvlies heen te prikken.
Het vrouwtje zei elke keer; ” het komt goed knul, bijna klaar.
Nou echt niet. Het was nog Laaaaang niet klaar.

Mijn andere oor zag er ook ontstoken uit. De dokter zei: “ik zal hier de eerste keer zalf in zijn oren spuiten en dan moet jij dat een volledige week doen en over een dag of 10 terug komen voor controle.
De assistente ging de zalf halen en ik sprong, terwijl ze wegliep, zo bij het vrouwtje in haar armen.
De dokter schoot in de lach en zei dat het bijna klaar was en dat mijn pijn dan snel een stuk minder zou zijn.
Toen ze klaar was deed ze mijn muilkorf af en pakte ze een zakje met heerlijk ruikende koekjes.
Jullie snappen dat ik die niet aanpakte, ik was enorm boos op de dokter. Zo maar met een dikke stang mijn zere oor in.
De dokter opperde nog dat ik het koekje waarschijnlijk liever op de grond wilde opeten.
Nou, ik wilde hier helemaal niks meer en rende naar de deur van de spreekkamer.
Het vrouwtje nam mijn koekje mee voor thuis en nadat we betaald hadden, tilde ze mij in de auto.
Terwijl ze mijn autoriem aan het vastmaken was viste ik het koekje uit haar hand en at hem snel op.
Zo, dat hoefde de dokter mooi niet te weten maar deze koekjes waren heerlijk.

Als troost kreeg ik een beertje.
Normaal koopt ze nooit geen knuffels voor mij maar nu kreeg ik er eentje omdat ik super zielig was.

Ik verbaas mij er elke keer weer over hoeveel van die prutrommel er in een klein knuffeltje gaat.

Maar ik laat me niet klein krijgen en pulk net zo lang, tot alles er uit is.

Dit theedoosje kan ook terug in de kartonbak.
Karton moet je netjes versnipperen.

Ik heb de Douwe Egberts punt trouwens netjes voor je uitgeknipt.
En ja momenteel mag ik alles want ik ben nog steeds zielig.
Het vrouwtje zal blij zijn als ze niet meer hoeft te zalven want ik ben heel boos op het vrouwtje als ze dat doet.
Elke morgen als ze thuis komt van een nacht werken kom ik mooi niet knuffelen maar verstop me gelijk want ik weet heus dat ze, voor ze gaat slapen, net als de dokter, een extra gat in mijn trommelvlies probeert te maken.
Doe nog maar een paar koekjes en pepernoten want ik voel dat ik die nodig heb.