Meneertje 382

Woensdag 29 april 2020. Meneertje 382

We mogen nog steeds niks door het Corona virus maar ons Paradijsje is net als thuis.
Ook daar hebben we geen bezoek maar kunnen we wel lekker in de tuin zijn.
Het vrouwtje was helemaal lyrisch en deed samen met de baas in één dag de hele tuin. De baas ging onkruid wieden en het vrouwtje deed nieuwe planten in de potten.
Gelukkig was het mooi weer dus kon ik lekker wat zonnebaden.
Nadat alles af was wilde ze natuurlijk aan opa en oma laten zien hoe gezellig de tuin was, dus werden er druk foto’s gemaakt van alle nieuwe planten.

 

Alles was uitgestalt behalve mijn zwembad.
Volgens het vrouwtje was het daar echt niet warm genoeg voor.
Onzin want het was wel 23 graden.

 

Maar goed, ze was niet te vermurwen en zei dat ze echt even wat foto’s ging maken van de Spaanse margrietjes.

 

Ze was ook heel blij met de groei van de pioenrozen.
Twee jaar geleden had ze zaadjes in de grond gestopt en dacht dat er niks meer zou gebeuren. Maar…. ineens stond er een stapel groene stokjes met een rood streepje langs het blad, op de plek waar twee jaar lang weinig gebeurde..

 

Ook zaten er heel veel knopjes in en daar raakte ze niet over uit gepraat.
Nou mooi hoor die knopjes, zullen we dan nu koffie gaan doen?

 

Maar niks, ze riep de baas al weer.
Kom gauw kijken schat, het lijken wel diamanten. Het vrouwtje zag dauwdruppeltjes op blaadjes van de lupines.
Deze zijn nog lang niet uit maar dit vind ze ook al fantastisch.
Nou, sterkte allemaal want als ze eenmaal gaat fotograferen is er geen houden meer aan.
Gaan jullie ondertussen maar koffie zetten of want anders nuttigs doen want dat verhaaltje laat nog wel even op zich wachten op deze manier.

 

De plantjes die in de volle aarde staan moeten nog groeien maar volgens het vrouwtje komt dat helemaal goed. De bougainvillea stond er prachtig bij.

 

Ze verdween achter de caravan om te kijken hoe het met haar kleine bijenvolkje was.

 

We hebben geen kas hoor maar de bijen hebben de insecten hotelletjes gehuurd.

 

Ze bleef wel een kwartier staan kijken om te zien hoe de bijen ijverig werkten aan het opvullen van de bamboerietjes.

 

Volgens het vrouwtje is het een schattig klein volkje en daar  is ze heel erg blij mee.

 

Ze was tegen ze aan het kletsen, dat ze rustig van de nieuwe bloemen mochten genieten. Alsof bijen dat snappen.

 

Zijn we dan nu eindelijk toe aan de koffie?

 

Hoezo je wilt de vogels nog fotograferen?

 

Ik geeft het op, roep maar als we wel koffie met koekjes gaan doen.

 

Na drie weken ruzie maken tussen familie Koolmees en familie Pimpelmees hebben de koolmezen gewonnen en het vrouwtje vond dat zielig, dus nu hangt er nog een extra huisje voor de pimpelmezen bij.

 

Maar de pimpelmezen zijn niet terug gekomen dus de baas is vast voor niets op de ladder geklommen maar er valt ondanks dat, genoeg te kijken.

 

Familie Merel hebben ook een nest in onze tuin gemaakt.
Pa laat eerst zijn vrouw eten

 

Daarna gaat hij zelf eten maar hij houdt ondertussen goed zijn vrouw in de gaten.

 

Ineens hoorde ik een bekend geluid en ik rende naar het hekje.

 

Daar stond de mama van Guus. Ze kwam een botje brengen en viste mij van de grond om te knuffelen. Ze zei: “ik kan je mooi pikken want we moeten anderhalve meter afstand houden, dus het vrouwtje kan je helemaal niet terug halen.”

 

Ik kreeg een heerlijk botje en die ging ik lekker bij de baas op eten.
Samen genoten we van het laatste streepje zon in ons tuin.

 

Rond 19.30 uur gingen we naar mijn bos om te wandelen en stokken te gooien.
Dat mag want daar is namelijk ook helemaal niemand.
Of nou ja, afgelopen weekend was daar ineens wél iemand.
Heel in de verte hoorden de baas en het vrouwtje Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr, Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr, Cóóóóóópperrrrrrrrrrrrrrr.
Achter elkaar gilde iemand die naam door het lege bos en het vrouwtje zei: “Ah gossie, iemand is vast zijn hondje kwijt.”
Het roepen kwam met tussenpozen van vriendelijk naar hard, van nog harder naar wanhopig.
Mijn vrouwtje kreeg er kippenvel van maar dat was helemaal nergens voor nodig.
Terwijl mijn baas een stok weggooide schoot er vanuit het niets een foxterriër naast mij en samen holden we achter mijn stok aan.

Ik had hem het eerst maar de Foxterriër wilde hem ook en sprong enthousiast om mij heen.
De baas gooide de stok nog een keer en we holden samen achter de stok aan.
Ineens zei het vrouwtje: “dit is vast Copper.”
Ze keek onder de hond alsof daar zijn naam zou staan en schreeuwde toen loeihard: “hij is hieeeeeeeeeeeeer.”

Wat een onlogische actie.
Alsof je weet waar “hier is”  in een groot bos.
In de verte riep iemand: “FIJN, houdt u hem even vast”.
Maar dat wilde Copper niet, die wilde samen met mij spelen met de stok.
In de verte kwam een kleine hijgende man aan, die Copper bleef roepen.
Copper had alleen aandacht voor de stok en dus gooide de baas mijn stok richting de aansnellende man.

Ook heel fijn dat de baas die stok gooide want als het vrouwtje dat zou doen had ze de man een gat in zijn hoofd gegooid.
Copper en ik rende samen richting zijn baas en toen ik de stok vastgreep rende we weer samen naar de baas.
Toen bleef de baas staan en pakte de man zijn Copper en liep de weg terug waar hij vandaan kwam.
Wij liepen verder al stokken gooiend naar ons Paradijsje.
Op naar koffie en koekjes.

Meneertje 381

Woensdag 22 april 2020 Meneertje 381

Volgens het vrouwtje ben ik een hele stoere jongen aan het worden.
Worden? Ik was mijn hele leven lang al super stoer hoor.
De laatste periode ben ik veel aan het blaffen tegen grote honden, om te laten weten dat het mijn territorium is en om aan te geven dat ik sowieso de baas ben in mijn gebied.

Kijk, daar loopt weer zo’n kalf van een hond.

Die laat ik even weten dat ik hier woon. *Waf* *Woef* *Blaf*

Hoezo ik hoef niet te blaffen?

Jij zag die hond zeker niet, nou ik wel hoor.

Kom maar kijken, daar loopt hij.

Het vrouwtje kwam, maar niet om te kijken naar de grote hond maar om te zeggen dat ik echt niet naar alles hoef te wafkippen.
Zal ik dan eens wat anders leuks doen?

Hoppa, jij was opgestaan om naar mij te lopen dus…..

Opgestaan is plaats vergaan.
Gezellig zo saampjes op het balkon hé?

Het stoere zit niet alleen in het blaffen maar ook in het feit dat ik overal uren aan het snuffelen ben.
Althans, dat vind het vrouwtje maar die overdrijft graag.
Ik ruik gewoon aan elke grasspriet afzonderlijk en dat vind ik heerlijk.
Het vrouwtje is gewoon mega ongeduldig terwijl het toch echt zalig weer is om buiten te zijn.
Van de week was ik zo druk met ruiken dat het vrouwtje zich zorgen maakte dat ik helemaal nergens een plas deed.
Ze hoeft zich heus geen zorgen te maken want ik plas echt wel als ik uit gesnuffeld ben.
Na het plassen gooi ik tegenwoordig al gravend een hoop zand over mijn plas.
Heerlijk om met mijn achterpoten te graven.
Echte mannen doen dat vind ik.
Het vrouwtje moest daar om grinniken maar toen ik na 5 minuten nog steeds bezig was, schoot ze hardop in de lach en vroeg of ik een complete Vaalserberg in Veenendaal aan het maken was.
Jullie horen al dat ze totaal geen verstand heeft van graven en bergen bouwen.
De Vaalserberg krijg je echt niet in 5 minuten uit de grond gestampt dus laat mij nou maar gewoon mijn ding doen.

Zondag vertelde de baas aan het vrouwtje, toen we haar wakker gingen maken, dat hij heel hard om mij had moeten lachen.
Vrouwtje wilde natuurlijk precies weten waarom.
De baas vertelde dat ik al gravend een soort gromblaf had geproduceerd terwijl er helemaal niets of niemand was.
Het vrouwtje moest ook lachen en zei dat ik mijn stoere mannelijkheid nu ook niet hoefde te overdrijven.
Ze vind dat ik dat ook op hele ongepaste momenten doe, zoals laatst…….
Ik ging samen met het vrouwtje wandelen in het park.
Daar liep een mevrouw met een zwart hondje en hij kwam onmiddellijk kwispelend op mij af.
Toen hij aan mijn gat wilde ruiken begon ik te grommen.
Het vrouwtje zei: “doe eens niet zo onvriendelijk”.
Het hondje trok zich niks aan van mijn gegrom en bleef gezellig kwispelen.
Toen besloot ik: “als je ze niet kunt verjagen dan kun je beter met ze spelen”, en dat deed ik.
Het was super gezellig samen.

De mevrouw kletste met het vrouwtje, op gepaste afstand, over ons en na een tijdje zei het vrouwtje dat we weer naar huis gingen.
Omdat de mevrouw dezelfde kant op moest liep ze achter ons aan en haar hond liep, met een lange lijn, de hele weg gewoon naast me.
Samen liepen we richting mijn huis en toen ik er bijna was zei het vrouwtje gedag tegen de mevrouw.
De hond snuffelde aan mijn oor en ik gromde hem goedendag.
Terwijl we naar de lift liepen zei het vrouwtje: “wat ben je toch een druif, je kan zo het toneel op”.

Gisteravond had het vrouwtje mij tuk.
Grotendeels ken ik alle trucjes wel en trap ik ook eigenlijk bijna nergens meer in.
Zo wil ik nooit komen als we gaan wandelen.
Natuurlijk wil ik uit maar ze komen mij maar halen hoor.
Waar heb je anders personeel voor?
Zodra het vrouwtje roept dat we uit gaan draai ik mij behaaglijk op mijn rug en wacht tot ze me komt halen.
In het begin deed ze dat ook heel liefdevol en droeg me dan naar buiten.
Het vrouwtje was daar mee gestopt en had wat nieuws bedacht: vanaf dat moment liep ze de gang in, riep dat we uitgingen, blèrde er nog een “doeiii” achteraan, deed de voordeur open en dicht en bleef dan muisstil in de gang staan.

Uiteraard stond ik dan gelijk in de gang want ik wil natuurlijk wel mee.
Daar trapte ik een paar keer in en toen ik wist dat ze heus niet zonder mij zou vertrekken, kon ze wat mij betreft zo hard doei roepen als ze wilde, daar trapte ik niet meer in.
Ook niet in de voordeur die open en dicht ging.
Dus… toen ze gisteravond de voordeur open en dicht had gedaan bleef ik heerlijk op mijn rug liggen wachten.
Ineens werd er hard op de voordeur geklopt.
Ik schoot overeind, zette het op een loeihard blaffen en rende de gang in.
Daar stond het vrouwtje klaar met mijn riem en zei: “gezellig dat je mee gaat” en deed mijn riem om.
Het vrouwtje moest heel erg hard lachen en zei: “ja schat, wat jij kan, dat kan ik ook
Ik besloot haar volledig te negeren.
Mij had ze er heus niet mee, ik had wel zin in een langdurig grassprieten-snuffel-sessie.
We zullen eens zien wie het laatst lacht.

Meneertje 380

Woensdag 15 april 2020. Meneertje 380

 

Sinds het vrouwtje bij  https://www.dogamientje.be/nl een Zogoflex speeltje had besteld was ik verliefd geworden op dit fantastische ding.
Het is nog steeds helemaal heel en ik sjouw hem overal mee naar toe.
Het speeltje is echt niet stuk te krijgen en dat is met nog geen enkel ander speeltje gelukt.
De meesten sloop ik binnen 5 minuten en échte sterke speeltjes heb ik vaak binnen een kwartier in losse onderdelen.

 

Op de Zogoflex kauw ik al vanaf december 2019 en er zit nog steeds geen scheurtje in.
Je kunt dus met recht stellen dat de Zogoflex de teckelkeuring is doorgekomen en als redelijk onbreekbaar mag worden beschouwd.
Het vrouwtje heeft altijd kapitalen uitgegeven aan dure speeltjes die vervolgens, na kort onderzoek van mij, de prullenbak in gingen.
Doodzonde van het geld vind ze, en dat ben ik helemaal met haar eens.

 

Daarom zei het vrouwtje tegen de baas, ik bestel er nog twee Zogoflex-en bij.
De baas vroeg of ik hem toch had stuk gekregen maar het vrouwtje zei: “nee, ik bestel er nog twee bij omdat ze juist geweldig zijn”.
Het is dat de baas kaal is, anders waren zijn wenkbrauwen ver onder zijn haargrens verdwenen.
Hij wilde heel graag weten waarom er dan toch nog twee bij moesten.
Het vrouwtje zei: “eentje voor in het Paradijsje en eentje voor bij opa en oma.
Dat was een super goed idee, dan kon ze mijn favoriete speeltje nooit vergeten en heb ik overal mijn favoriete speelgoed.

 

Het vrouwtje bestelde een oranje en nog een blauwe.
De doos van Dogamientje arriveerde korte tijd later.

 

Uiteraard mocht ik ze zelf uitpakken en dat kan ik als geen ander.

 

Al snel had ik mijn nieuwe Zogoflex speeltjes uit de doos gehaald.

 

Ik wilde er gelijk mee gaan spelen maar het vrouwtje zei dat deze precies hetzelfde waren en dat er eentje in de tas ging voor in het Paradijsje en eentje in de kast ging voor als we weer naar oma mogen.

 

Ik rook dat er ook iets lekkers in zat.
Steven en Lotte hadden er drie hele lekkere kauwstaafjes in gedaan en ik kreeg er maar eentje.
Echt stom want ze waren alle drie voor mij.

 

Nou geef ze maar snel, dan hoef ik er ook niet om te zeuren.
Je hebt er hekel aan als ik zeur dus dat bespaar ik je graag.
Helaas kreeg ik er echt maar eentje.
Ik had haar gewaarschuwd en zette het op een piepen.
Het vrouwtje trok zich er niets van aan en deed de overige twee staafjes in de tas voor het Paradijsje want daar gingen we een lang weekend naar toe.

 

De volgende dag vertrokken we weer naar ons Paradijsje om er weer voor het eerst te gaan logeren.
Helemaal uitgelaten was ik.
Niks zo leuk als naar mijn eigen bos toe.
Toen we het tuinhekje opendeden was het vrouwtje ook verrukt.
Ze zag de vogels af en aan vliegen naar het nieuwe vogelhuisje.
Al was er wel grote verwarring………want, de koolmezen wilden het huisje…..

 

maar……de pimpelmezen ook.
Ze maakten elke keer ruzie.

 

Als ik hun was zou ik ophouden met piepen want daar houd het vrouwtje niet van en het levert heus geen extra wormen op.
Er hangen huisjes zat en toch wilden beide koppels precies dat huisje.

 

Om doodmoe van te worden.

 

Wat was het weer genieten in ons Paradijsje.
Op vrijdag, zaterdag en zondag was er heel veel zon.

 

Lekker in de ochtendzon op de vensterbank.

 

Het vrouwtje was helemaal blij dat de insectenhotelletjes ook verhuurd zijn.

 

Er is een klein bijenvolkje bezig en een deel van de rietstengels is al dicht gestopt.

 

De baas heeft het niet op insecten maar het vrouwtje is super blij met het nieuwe volkje.

 

De mama en papa van Guus kwamen ook nog even aan het hekje en natuurlijk bleven de baas en het vrouwtje op veel afstand. Ik niet en de mama van Guus stopte me helemaal vol met allerlei lekkers en lachte hard.
Ze zei: “gaat fijn hé Meneertje?”, het vrouwtje kan ons niet stoppen want ze mag niet dichterbij komen.

 

Guus was er niet bij dus moest ik mezelf vermaken.

 

Nee hoor, ik heb niet in de tuin gegraven.
Ik denk dat de vogels met ruzie maken zand op mijn neus hebben laten vallen.

 

Mijn grote mensenzus kwam ook heel eventjes een cadeau brengen en gelukkig gelden de anderhalve meter afstanden niet voor mij.

 

Vrouwtje was jaloers want die wilde ook knuffelen met mijn grote mensenzus maar dat mag niet.

 

Ik mag gelukkig met iedereen knuffelen wanneer ik maar wil.

 

En natuurlijk bij iedereen dutjes doen.

 

Het vrouwtje moet weer gaan werken en als ze weer vrij is gaan we lekker terug naar ons paradijsje. Want daar is het veilig en rustig.
Verplicht in de tuin blijven is niks erg hoor.

Meneertje 379

Woensdag 8 april 2020. Meneertje 379

Op zaterdag werd er bij ons aangebeld en stond er een enorme hoge doos op de deurmat.
De postbode keek vanaf een afstandje hoe de baas de voordeur opende en de doos van de grond tilde.
Volgens de baas heeft de afstand van de postbode met het Corona virus te maken maar ik weet wel beter.
De postbode meneer is gewoon een enorme angsthaas.
Het komt de postbode meneer enorm goed uit dat hij het pakje niet zelf hoeft aan te reiken want hij is namelijk doodsbang voor mij.
Dat snap ik want ik kan heel hard en stoer blaffen en als hij niet uitkijkt dan knuffel ik hem dood.
Sowieso zou ik ook meteen aanvallen op het pakket.
Ik ben dol op dozen en dit was een mega doos.
De baas zei de postbode gedag en deze ging er in een soort snel wandeltempo vandoor.
Ik sprong tegen de baas op en kwispelde heel hard.
Hij zei dat ik er af moest blijven omdat de naam van het vrouwtje op de kleurige doos stond.
Gelukkig was het vrouwtje net wakker en toen wij met de doos de woonkamer in kwamen werden haar ogen zo groot als schoteltjes.
Het vrouwtje zei:” is deze doos voor mij?
Wat een maffe redenatie, natuurlijk was deze doos niet voor haar.
Die doos was voor mij en zij mocht de inhoud hebben.
Schiet op vrouwtje, maak die doos open en haal snel de inhoud er uit, dan kan ik gaan spelen met de doos.
Ik drukte hard met mijn neus tegen de zijkant van de doos.

Het vrouwtje opende de deksel en zag een enorme bos bloemen en een joekel van een kaart.

 

Ze pakte de kaart uit de doos, deed deze open en zei toen: “kijk nou wat liefffff, het is voor mijn verjaardag”.
De bloemen met de grote kaart kwamen van Essiepessie en Miekepieke.
Dat zijn vriendinnen van het vrouwtje en ze was zo blij met de kaart en de mooie bos bloemen.
Het vrouwtje was pas morgen jarig maar op zondag komt er nooit een postbode.
Persoonlijk denk ik dat de postbode liever op geen énkele dag bij ons zou willen komen maar dat terzijde.
Nou hup vrouwtje, pak de bloemen uit de doos want anders begin ik aan de doos met het boeket er nog in.

 

Eindelijk tilde ze de bloemen er uit en vroeg ze of ik de doos wilde hebben.
Pffff het zal de leeftijd zijn want volgens mij had ik echt duidelijk genoeg laten merken dat ik al een vol kwartier op de doos zat te wachten.

 

Het feest kon beginnen en ik stortte me op de doos.

 

Niks zo lekker als een grote doos versnipperen.

 

Deze doos was een behoorlijke uitdaging omdat hij elke keer omrolde.

 

Maar ik laat me heus niet kennen hoor. Ik zal die doos klein krijgen, reken daar maar op.

 

Hoezo of ik klaar ben.
Natuurlijk ben ik nog lang niet klaar, dat zie je toch?

 

Nadat ik de doos volledig versnippert had begon het vrouwtje met opruimen.
Kon ik ondertussen mooi even lekker op haar trui liggen.

 

Ik moet dan wel goed op letten of het vrouwtje dat niet ziet want ik mag niet op haar lievelingstrui liggen.
Of nou ja,…ik mag er wel op liggen maar ik mag er niet op sabbelen en juist dat maakt het zo lekker.
De vertrouwde geur van het vrouwtje en haar heerlijke zachte trui.

 

*Sabbel* *Sop* *Sabbel*

 

Ineens zei het vrouwtje: “weet je waar jij zo naar toe mag?” “Je mag naar opa en oma”
Ik was gelijk één en al oor en wilde weten hoe lang het nog zou duren dus begon hard te kwispelen en te piepen.
Het vrouwtje pakte de bench en een extra groot bot en dat was voor mij het teken om naar de deur te rennen.

 

Ook al was het vrouwtje de volgende dag jarig, ik wilde best naar opa en oma.
Het vrouwtje moest op haar verjaardag gaan slapen en ging dus haar verjaardag helemaal niet vieren.
Ook waren er geen lekkere boodschappen voor de verjaardag in huis gehaald.
Oma en opa hebben altijd lekkers in huis en zij misten mij enorm dus was deze logeerpartij voor iedereen een feestje.
Eindelijk kon ik weer eens uitgebreid met ze knuffelen en met ze spelen.

Toen ik zondagochtend bij opa en oma wakker werd, heb ik samen met hen het vrouwtje gebeld.
Mijn jarige vrouwtje kwam net terug uit haar werk.
Opa en oma belden met beeld en gingen, Lang zal ze Leven, voor het vrouwtje zingen.
Ik zag het vrouwtje want ik zat bij opa op schoot.
Het vrouwtje ging nog even tegen mij kletsen en ik deed mijn hoofd elke scheef als ze wat zei.
Na het verjaardagsliedje en de felicitaties ging ik wandelen met oma en het vrouwtje ging slapen.
Om 17:00 uur kwamen de baas en het vrouwtje mij samen ophalen bij opa en oma en konden opa en oma het vrouwtje vanaf een afstand feliciteren.
Ik vloog naar de gang waar de baas en het vrouwtje stonden en rende in de armen van mijn jarige vrouwtje.
Ze wilden helaas niet lang blijven maar het vrouwtje heeft gezegd dat we alles gaan inhalen als het virus weer weg is.
Tot die tijd moet ik maar af en toe bij opa en oma logeren want zij missen mij en ik mis hen.
Bij oma kan ik ook veel vaker en veel beter poepen.
Het vrouwtje zegt dat zij wel weet hoe dit komt maar heeft braaf haar mond gehouden.
Wijsheid komt kennelijk toch met de jaren.

Meneertje 378

Woensdag 1 april 2020 Meneertje 378

1 april is grapjes dag maar zo grappig is het allemaal niet.
We mogen nog steeds niet naar opa en oma en ze zijn beiden bijna jarig.
We bellen ze wel heel vaak met een camera en als ik dan oma’s stem hoor dan moet ik huilen en kwispelen.
Ik ren dan naar de deur maar het vrouwtje zegt dat oma en opa niet komen maar dat we wel naar ze kunnen kijken en luisteren via de telefoon.

Gisteren reden we naar het verzorgingshuis van oma.

Ik dacht dat we naar binnen gingen, dan kon ik eindelijk weer een koekje van de koekjesmevrouw krijgen.
Maar…..we gingen niet naar binnen.
De baas nam twee tuinstoelen en belde naar het personeel.

Daarna moesten we even wachten tot zij oma voor het raam hadden gereden en gaven ze de telefoon aan oma.

Ik zag oma ook en zette het op een heel hard piepen.
Van het vrouwtje moet ik zachtjes doen omdat ze anders oma niet konden verstaan.

Oma vond het jammer dat we niet binnen mochten komen en dat vonden wij ook.
Hopelijk is het allemaal snel voorbij want ik was veel liever naar binnen gegaan.

Er mag op dit moment bijna niks en het vrouwtje zegt dat dit ook goed is.
Je moet namelijk niemand besmetten.
Gelukkig mochten we wel naar ons hutje aan zee.
Daar is helemaal niemand en als je dan toch binnen moet blijven is het veel leuker aan zee.
Want, ik moet natuurlijk wel uit gelaten worden en op het strand kan ik heerlijk los rennen en spelen met mijn bal.
Ik ken de weg als geen ander want ik kom er al vanaf mijn geboorte en ons hutje staat bijna in de duinen.
Zodra we een voet op het pad naar boven zetten begin ik aan de riem te trekken.

We moeten een klein stukje door de duin en dan staan we op het strand.
Het was prima weer.
Een zonnetje en harde wind maar dat maakte helemaal niet uit.
Het zand was helemaal zonder voetafdrukken maar daar gingen wij verandering in aanbrengen.

Altijd eerst even in de duinen mijn behoefte doen en dan mag mijn riem los en ren ik naar het strand.

Ik zie jullie zo wel.
Voor jullie je schoenen uit hebben, heb ik al wat sprintjes langs de kustlijn getrokken.
Doeiiiiii.

Eindelijk, daar zijn jullie dan.
Gooi de bal maar hoor.
En dat deed de baas,

Natuurlijk bracht ik hem elke keer netjes terug en gooide de baas de bal opnieuw.

Of nou ja, netjes terug brengen?
Het is meer omdat ik de andere bal wil.
De baas heeft altijd twee tennisballen mee en als ik er eentje heb, dan showt hij mij de andere bal en die wil ik dan uiteraard hebben.
Dus hol ik met mijn bal, laat die los en wacht tot de baas de andere bal gooit.

De wind waaide zo hard dat de tennisbal, die ik elke keer terug bracht, vanzelf weg rolde als de baas hem niet snel oppakte .

De baas kan heel goed gooien en met de wind mee, vloog de bal een heel eind weg.

Wat een heerlijk spel is dat toch.

Uren kan ik dat volhouden en het kon geen kwaad want iedereen was netjes binnen.

Wij mogen alleen naar buiten als ik moet plassen en tja, dan mag je heus wel een lekkere lange wandeling maken met twee tennisballen.

We liepen, al spelende, een eind langs de kustlijn

De wind waaide keihard en blies de zandkorrels rond mijn neus en oren.
Mij deerde dat niet maar het vrouwtje had koude voeten en wilde in de warme zon zitten.

Ze wilde bij het EHBO huisje zitten en wilde weten of je daar uit de wind zat.
Het vrouwtje moet met haar knie niet onnodig trappen lopen dus gingen de baas en ik checken

Je zat volledig uit de wind en het was zelfs warm in de zon, dus klom het vrouwtje ook de trap op.
Ze deed haar jas uit en we genoten van de warme zon.
Ik kreeg eerst water en dat was heel erg lekker.
Daarna mocht ik mijn tennisbal weer en genoten we allemaal op onze eigen manier van de zon.

Vrouwtje? Kan je even helpen?
Het vrouwtje reageerde niet en zat met haar ogen dicht.

Baas? kan jij mij dan helpen?

Kijk, de bal is per ongelijk naar beneden gevallen.

Natuurlijk wilde de baas dat wel en hij wilde ook wel met de bal spelen bij het EHBO huisje.

Jammer genoeg vonden ze het toen tijd om naar ons hutje te gaan.
Het was etenstijd en eigenlijk had ik ook best enorme honger.

De baas droeg mij naar het pad

Het laatste stukje mocht ik weer zelf lopen.

Thuis aangekomen moest ik eerst in bad.

Nadat ik mezelf in bad flink droog had geschud tilde het vrouwtje mij uit bad en droogde mij af met een grote zachte handdoek.

Daarna mocht ik in het zonnetje voor het raam even opwarmen en ging het vrouwtje douchen en de baas eten koken.

En toen was het eindelijk tijd voor mijn vleesjes.

Ik at mijn bak schoon leeg en daarna nog wat drinken en toen gingen de baas en het vrouwtje aan tafel.

Ik ging even lekker uitbuiken.
Jammer genoeg moeten de baas en het vrouwtje beiden weer werken maar van de zomer gaan we lekker weer twee weken naar ons hutje aan zee.