Meneertje 394

Woensdag 29 juli 2020. Meneertje 394

Er is wat heel erg verdrietigs gebeurd, mijn lieve oma uit het verzorgingshuis is overleden.
Zes jaar geleden kreeg ze een hersenbloeding en kwam ze in een rolstoel terecht.
Ze kon toen nog heel goed met mij knuffelen maar donderdag 16 juli werd ze ernstig ziek, ze had het benauwd en heel veel pijn.
Al haar kinderen gingen om en om bij oma waken zodat oma niet alleen zou zijn.
Zaterdag kwamen mijn grote mensenzus en mensenbroer om afscheid te nemen van oma en iedereen was verdrietig.
De baas nam ons mee naar het restaurant en het vrouwtje bleef bij oma.
Ineens moest hij snel terug naar oma en samen met het vrouwtje heeft hij oma vastgehouden en toen is oma overleden.
.

 

Het werd een dag van regelen, afscheid nemen en van veel tranen.
Ik heb mijn best gedaan om iedereen te troosten en te knuffelen.
Toen de dokter was geweest gingen mijn grote mensenzus en broer nog een laatste keer dag zeggen tegen oma.
Oma was helemaal stil en had geen pijn meer en was ook niet meer benauwd.
Dat was heel fijn al moest iedereen toch huilen.
Ik mocht ook afscheid nemen van oma en daarna gingen we wachten in het restaurant waar we anders altijd met oma koffie dronken.

 

De koekjesmevrouw kwam aangereden en had al gehoord dat oma was overleden en was heel verdrietig.
Ze vond het ook heel erg dat ze mij nooit meer zou zien maar toen zei het vrouwtje: “echt wel hoor, we komen een keer met meneertje op visite”.
Omdat er pas ’s middags om 16.00 uur een gesprek was gingen we met alle vier mijn mensenbroers en zussen een hapje eten in Rhenen.
Ik mocht ook mee het terras op maar moest, vanwege het ontbreken van stoelen, wel op de grond.
Omdat het belangrijk is dat ik lekker kan liggen, mocht mijn autokussen mee.

 

Na wat graafwerk kroop ik lekker in de sloop en viel in slaap.

 

Na het eten ging ik met alle vier de kinderen mee naar ons Paradijsje en reden de baas en het vrouwtje terug naar Veenendaal voor gesprekken over de uitvaartdienst, welke kaarten, welke tekst, welke bloemen en heel veel meer.
Toen de baas en het vrouwtje om 18.00 uur in ons Paradijsje terug kwamen bleven alle vier de kinderen mee eten.
Terwijl de baas en het vrouwtje aan het regelen waren hadden wij in de middag gespeeld en herinneringen opgehaald aan oma en ook gezwommen.
Zo werd het toch nog een fijne middag want oma zou niet willen dat we alleen maar huilen.
Er werd een slide van oude foto’s gemaakt, die tijdens de dienst van oma zijn gedraaid.

 

Het was een hele mooie afscheidsdienst en oma had heel veel bloemen.
Ik kon niet mee naar de uitvaart maar Petra ging mij uitlaten en was een poosje bij mij.

 

Het leven gaat verder en alles zal een plekje moeten krijgen maar oma gaan we nooit vergeten.
Gelukkig kwam mijn vriend Guus langs en gingen wij samen spelen.

 

Guus heeft ook zo’n mooi stretch bed maar hij mag ook best op die van mij.

 

Samen past het ook prima.

 

Ga jij even aan jouw mama vragen of we nog wat lekkere snoepjes mogen?
Aan mijn vrouwtje hoef je het niet te vragen want van haar krijgen we alleen wat bij de koffie en die hebben ze al op.

 

Mogen wij nog een snoepje?

 

We krijgen na het wandelen snoepjes dus laten we maar snel gaan.

 

Ik loop meestal voorop want ik ben heel snel en ben gek op wandelen.

 

Mijn vriend is niet echt dol op lang en ver wandelen maar als we samen zijn dan loopt hij wel mee.

 

Na het wandelen trakteerde de mama van Guus ons op lekkere snoepjes.

 

Het was een zakje van het vrouwtje dus dat zijn ieniminie snoepjes maar van de mama van Guus kregen we er lekker veel.
Tot het vrouwtje zei dat het echt genoeg was en dat kleine snoepjes niet betekenen dan je er dan heel veel van moet eten.

 

Standaard krijg ik van de mama van Guus altijd twee snoepjes door ons hekje heen als ze weer naar huis gaan.

 

Tot gauw weer. Doei Guus, doei papa en mama van Guus.

 

Het vrouwtje liep een rondje door de tuin en kwam fluisterend terug.
Ze zei tegen de baas: “je raad nooit wat er achter de schuur zit”.
Natuurlijk wist de baas niet wat daar zat en toen zei het vrouwtje: “er is daar een merel aan het broeden, wat gaaf hé?” “ik ga er foto’s van maken en laat het je zo zien”.
Nou nou, wat uniek.
Er vliegen af en aan merels in onze tuin dus echt bijzonder leek het mij niet.
Toen het vrouwtje de foto’s liet zien zei ze: “kijk eens wat een mooi nest hij gebouwd heeft op onze ladder.”

 

Daar zat mevrouw merel, op onze uitschuifbare ladder.
Het vrouwtje had met de telelens, vanaf een hele grote afstand, twee foto’s gemaakt om mama merel niet te laten schrikken.
Ze zei tegen de baas dat hij voorlopig de trap niet mocht gebruiken.
De baas knikte tevreden want die ladder komt alleen tevoorschijn als hij weer iets heel hoog in de boom moet ophangen en inmiddels zijn onze bomen helemaal vol met vogelhuisjes, eekhoorn-nestkasten, drinkbakjes, een voedselstation, kokosnoten en allerlei andere snack plekken.
Althans, de baas vindt dat de bomen vol hangen.
Het vrouwtje vindt dat niet dus de merel mag van de baas nog héél lang broeden.

Meneertje 393

Woensdag 15 juli 2020 Meneertje 393

De baas gaf aan dat hij naar de dierenwinkel wilde om trainingskoekjes te gaan kopen.
Geen idee wat hij wilde gaan trainen maar als er koekjes aan te pas komen ben ik sowieso voor, ongeacht welk idee dan ook.
De baas zei tegen het vrouwtje: “we moeten gezonde ienimini trainers kopen en dan ga ik hem leren om niet bij alles te blaffen.”
Wat een wereld plan leek me dit, na elke blaf sessie een koekje.
Ik kon niet wachten en stond al bij de voordeur om heel erg snel naar de dierenwinkel te gaan.
Uiteraard mocht ik ook mee want ik mag altijd overal mee naar toe, behalve als ze naar de supermarkt gaan.
Het duurde niet lang of ik dribbelde voorop de grote dierenwinkel in, ik ken daar de weg op mijn duimpje en weet precies waar ik alles kan vinden.
Ik snoof enthousiast aan alle lekkere uitgestalde botten.
De baas en het vrouwtje stonden een tijd voor een rek waar de gezonde trainers hingen en zochten de kleinste uit.
Persoonlijk zou ik zeggen, doe de allergrootste want als mijn maag helemaal gevuld is ga ik slapen en is het blaffen ook klaar.
Standaard gesproken hebben wij nooit dezelfde ideeën, dus kochten ze drie zakjes met piep kleine trainers.
Bij de kassa mocht ik nog wat lekkere koekjes uitzoeken uit een gasten trommeltje op de balie.
Ik houd van dierenwinkels waar ze weten hoe je je klanten tevreden houd.
Vier kleine koekjes kreeg ik van de meneer achter de kassa.
Thuis aangekomen wilde het vrouwtje weten of ik ze wel lekker zou vinden en opende een zakje.
Ik stond al klaar om de eerste te ontvangen.
Tuurlijk lustte ik die, ze roken zalig.
In een fractie van een seconden zaten er twee mini trainers in mijn maag en was ik van enthousiasme nog harder gaan kwispelen.
Het vrouwtje zei: “als je alles naar binnen schrokt, dan proef je er niets van.”
En dat klopte, ik had nog helemaal niet geproefd hoe lekker ze waren dus stond ik klaar voor de volgende.
Het vrouwtje zei tegen de baas: “ik denk dat ik de mini trainers doormidden knip want anders zit zijn maag straks helemaal vol” “ik heb namelijk niet de fiducie dat hij met twee koekjes stopt met blaffen.”
Kijk, soms is ze best slim. Ik ben malle Pietje niet, juist lang oefenen leek mij heel erg fijn.
Na wat knip werk gingen alle halve stukjes in een klein potje met deksel en kon het train feest beginnen.

De baas besloot om te gaan oefenen met de bel en pakte de handschakelaar vast en drukte er op.
Onze bel ging af en ik begon loeihard te blaffen en rende naar de voordeur.
Toen hoorde ik: “Meneertje, Plaats.”
Ik had geen idee wat hij wilde maar hij rammelde met het potje met trainers, liep naar mijn uitkijk-eiland boven de verwarming en klopte op het kleedje.
Dat was duidelijk, ik rende er naar toe, ging op het kleedje zitten en hoorde Braaaaaaaf.
Het potje ging open en ik kreeg een minuscuul stukje trainer.
Nogmaals hoorde ik: “goed zo vent, heel braaf.”
Koek eten was braaf?
Nou, ik wilde de hele dag wel braaf zijn, wat een fantastische idee was dit toch.
De baas lokte mij weer naar de keuken, drukte opnieuw op de handbediening van de bel en voor dat ik kon gaan blaffen zei hij: “Braaffff Plaats.”
Ik rende met de baas mee naar mijn uitkijk-eiland en zat al weer netjes te wachten tot het potje open ging.
Zo oefende we wel een kwartier en ik kreeg steeds meer lol in dit fijne spel.

Daarna was het tijd voor het echte werk.
De baas ging de deur uit, stond voor de voordeur en zou buiten echt op de bel drukken.
Ondertussen moest het vrouwtje dan plaats zeggen en dan kreeg ik stukjes trainer.
Dat ging in één keer goed dus zou de baas niet bellen maar op de deur bonzen.
Vrouwtje nam mij mee naar de keuken en de baas bonsde op de deur.
Ik rende al blaffend naar de deur maar het vrouwtje begon te rammelen met het potje en bleef “Plaats” “Braaf” zeggen.
Na een aantal keren op de deur bonzen blafte ik niet meer maar rende zelf al naar mijn uitkijk-eiland.
De baas en het vrouwtje waren uiterst tevreden.
Ik ook en na een half uur trainen was het klaar.

’s nachts om 4.30 uur hoorde de baas mij ineens piepen.
Dat doe ik nooit, dus de baas stond gelijk naast me en schoot snel zijn broek en schoenen aan.
Hij tilde me op en gelukkig waren we vrij snel bij het gras.
Ik moest me toch een nodig poepen.
Het vrouwtje merkte allemaal niks van dit gebeuren want die sliep gewoon door.
Nu de baas toch wakker was besloot hij wakker te blijven en zo zaten we gezellig om 5.00 uur saampjes beneden.
Toen we het vrouwtje wakker gingen maken om 8.30 uur zei ze tegen de baas: “heb je lekker geslapen schat?”
De baas zei: “ik was al vroeg in de weer met de trainer koekjes.”
Het vrouwtje rekte zich uit en zei; “wat een enthousiasme, echt goed van je hoor.”
Na een korte uitleg van de baas begreep het vrouwtje dat het bezig gaan met de trainers heel anders bedoeld was.
Ze moest heel hard lachen en zei: “straks hebben we, én een wafkip, én sta je elke ochtend om 4.30 uur lekker fris en fruitig op de grasmat”
Die dag hebben we niet geoefend en laat ik jullie vast waarschuwen, als ik weer ga blaffen als de bel gaat, dan is het niet mijn schuld hoor!
Ik had best verder willen oefenen.

 

Mijn grote mensenzus is getrouwd en ging nadien haar witte broodsweek in ons Paradijsje vieren.

 

Wij gingen ook op bezoek bij het bruidspaar en daar waren ook een vriend en vriendin op bezoek.
Ceciel ging lekker met mijn knuffelen.

 

Matthijs vond dat ook leuk

 

Natuurlijk wilde ik ook met iedereen spelen.

 

Kijk er staan allemaal stokjes in de tuin als versiering voor het bruidspaar.

Gaan jullie maar lekker genieten wij gaan weer naar huis.

Ga ik wel een poosje thuis met kleine Dax spelen.

Meneertje 392

Woensdag 8 juli 2020 Meneertje 392

We zijn het weekend niet naar het Paradijsje geweest. Het regende pijpenstelen en het vrouwtje zei dat ze met dit weer helemaal geen zin had om in de kou en nattigheid buiten te gaan zitten.
Alsof we een cabriocaravan hebben, tssssk, we hadden prima binnen kunnen zitten met de verwarming aan.
Vrouwtje zegt dat je dan stookt voor de hele goegemeente en dat ze dat zonde vind van het geld.
En met regen wil ze ook niet buiten onder de partytent zitten, wel als het een klein beetje regent maar niet als er heel veel buien zijn.
Wacht even, mag die even in de herhaling?
Jij wilt niet naar buiten onder de partytent zitten als het regent?
Mooi ik schrijf even mee: NIET NAAR BUITEN ALS HET REGENT.

Kan ik ook blijven liggen.

 

Ik vind het namelijk ook niet echt geslaagd om naar buiten te gaan als het keihard regent maar er is geen mens die aan mij denkt als het stortregent.
Jammer genoeg hoor ik de baas of het vrouwtje dan nooit zeggen: “nee joh, we snappen je, het regent loeihard dus plas en poep jij maar fijn in huis.”
“Helemaal begrijpelijk dat je niet naar buiten wilt, we maken het met liefde schoon en hebben poep-zakjes genoeg.”
Ik hoor dat nooit, vrouwtje denkt dat ze standaard de leukste thuis is en vind dat ik niet moet zeuren als het water met bakken uit de lucht komt vallen.
Gekscherend zegt ze dan altijd: “het is hondenweer, en wat ben jij?”
Maar we zijn dit weekend tot de conclusie gekomen dat je vooral thuis blijft als het regent, dus vanaf nu wil ik dat ook met hoosbuien.

 

Zaterdag gingen we wel overdag even naar het Paradijsje.
We gingen op visite bij de papa en mama van Guus.
Guus was niet thuis, die was logeren bij zijn mensenbroer, dus mocht ik met alle speeltjes spelen.
Mijn vrouwtje zei nog: “hij bijt dat allemaal stuk hoor, doe maar niet.”
De mama van Guus is gelukkig niet zo gecompliceerd als het vrouwtje en zei: “we kopen wel weer nieuw, laat hem toch lekker zijn gang gaan.”
Dankbaar, dat de mama van Guus zo’n lieverd is, dook ik met mijn snuit in zijn speelgoed bak en zag ineens iets bekends en heel erg leuks.

Dik een jaar geleden hadden Guus en ik beiden een soort kikker speeltje gekregen. Een groen plastic lijfje waar een heel mooie piep in zat met vier pootjes van een soort plat touw.
De mijne had het vrouwtje al lang geleden in de prullenbak gegooid maar die van Guus was nog helemaal heel.
Ik beet in zijn lijf en de kikker begon oorverdovend te piepen.
Het vrouwtje zei dat ze hier heel zenuwachtig van werd want ze wist zeker dat de kikker in no time poot-loos door het leven zou gaan.
De mama van Guus zei nogmaals dat het geen enkel probleem was en toen probeerde het vrouwtje ook te ontspannen.
Ze gingen steeds harder praten om boven het gepiep van de kikker uit te komen.
Wat een fantastisch speeltje en wat had ik die gemist.
Na een uurtje zei het vrouwtje: “zei ik het je niet”, “kijk nou, daar ligt een losse poot.”
De mama van Guus stond op, pakte de poot en wierp hem in de prullenbak.
Met een…..opgeruimd staat netjes….. ging ze weer op haar stoel zitten en piepte ik weer lekker hard verder.
Toen we naar huis gingen zei de mama van Guus, neem hem maar mee hoor Meneertje.
Wat een groot feest, dat wilde ik wel.

We gingen uit eten in een restaurant met een honden menukaart maar het vrouwtje zei dat kikker niet mee naar binnen mocht.
Echt super stom want ik wilde kikker graag aan alle gasten laten zien en horen.
Het duurde heel lang voor de bediening mijn botje kwam brengen en in die tijd had ik mooi de andere gasten bezig kunnen houden.

 

Gelukkig hadden ze hele lekker botjes en zo werd het toch een enorm leuk etentje.
Nu we verder thuis bleven moest ik mezelf binnen vermaken en aangezien mijn zogoflex speeltje niet langer op of tussen de verwarming kon worden gegooid, moest ik wat nieuws bedenken.
En jullie snappen….ik heb het gevonden.
In de gang zat ik met mijn billen op de eerste trede van de trap en keek in de krantenbak.
Om het vrouwtje te waarschuwen begon ik te roepen dat ze moest komen.
Ik hoorde vanuit de kamer de stem van het vrouwtje die vond dat ik moest stoppen met loeien en zelf wat uit de krantenbak moest pakken.
Dat wilde ik ook wel maar ik kon er niet bij.
Het loeien ging over in oorverdovend blaffen en ik hoorde dat het vrouwtje er aan kwam.
Ze keek naar mij en zei: “wat had de prins nu weer voor wens?”
Ik wees met mijn neus naar de krantenbak en hoorde haar zeggen: “nou, pak zelf maar een doosje, je kan er prima bij”
Maar ik wilde dit keer geen doosje en begon steeds harder te blaffen en wilde niet stoppen.
Het vrouwtje stak haar hand in de mand en zette de zucht modus aan.
Ze zei: “je bent echt onmogelijk” en viste mijn Zogoflex van de bodem.
Mooi spel hé vrouwtje?

We mochten eindelijk op bezoek bij oom, die in zijn eigen wereld woont, en ik ben wel goede maatjes met hem.

 

Hij praat niet maar wij begrijpen elkaar heel erg goed.

 

We zijn ook nog met de vrachtauto naar Jan en Bertus geweest.

 

We gingen de lege caviakast wegbrengen

 

We gingen varen met de Titanic van Elst naar Ingen.

 

Super spannend maar ik zag gelukkig de reddingsboten wel liggen.

 

Ik ga weer even lekker bankhangen, het regent dus laten we vooral lekker binnen blijven.

 

Meneertje 391

Woensdag 1 juli 2020 Meneertje 391

Het vrouwtje neemt na het warme eten altijd een toetje.
Doordeweeks neemt ze yoghurt, net als ik.
Na mijn avond eten krijg ik een lepel yoghurt.
In het weekend neemt ze geen yoghurt maar altijd een luxe toetje en ik vond dat ik daar ook recht op had.
Thuis lukte het niet heel erg goed om dat voor elkaar te krijgen maar in het Paradijsje lukte dat perfect.
Tijdens het eten ga ik altijd slapen maar als ze klaar zijn en natafelen, mag ik altijd gezellig op schoot.
Zo ook pas geleden, ik zat bij het vrouwtje op schoot en stapte op de tafel.
Het vrouwtje dacht dat ik over de tafel naar de baas wilde lopen en moest lachen toen ik bij haar lege
schaaltje kwark stopte en deze netjes schoon likte.
Dat beviel mij heel erg goed dus besloot ik, dat we daar in het vervolg maar een gewoonte van gaan maken
Zodra het vrouwtje een toetje pakt zit ik alvast naast haar te wachten tot ik het over kan gaan nemen.

De baas neemt nooit toetjes, behalve in het weekend, dan neemt hij rijstepap.
Omdat twee bakjes schoonlikken nog een veel groter feest is, sprong ik op de eettafel en liep quasi nonchalant richting de baas.
De baas keek mij aan en vroeg wat ik kwam doen terwijl hij hij nog aan het eten was.

 

Niks hoor, eet jij maar rustig je bakje leeg.
Misschien kun je een beetje voor mij overlaten maar doe vooral kalm aan.
Ik wacht hier netjes tot het mijn beurt is.
Af en toe likte ik in het luchtledige om vooral te laten zien dat ik er nog steeds zat.

 

De baas keek naar het vrouwtje en zei: “ik dacht dat we dit exemplaar niet gingen verprutsen en er vooral géén schooi-hond van wilden maken.”
Dat leek mij ook helemaal niet nodig.
Wie wil er nu een schooi-hond?
Als je mij het bakje gewoon op tijd geeft, is er niks aan de hand.
Toe maar, eet maar verder en je mag het bakje nadien op de tafel zetten maar op de grond is ook prima hoor.
Ik ben totaal niet moeilijk.

 

Het heeft even geduurd maar eindelijk mag ik ook toetjes mee eten.
Terecht ook, want ze zeggen beiden dat samen eten zo gezellig is.
Hoe meer zielen hoe meer vreugd was het toch?
Nou, deze ziel deelt graag in elke vreugd.
Daarom kreeg ik pas geleden op een terrasje een eigen hondenijsje.

 

Ik had heus gezien dat de baas en het vrouwtje een veel groter ijsje hadden maar mijn vrouwtje is nogal van de spreekwoorden en uitdrukkingen en vond een “beter iets dan niets” een prima goedmaker voor mijn kleine ijsje.

 

Lekker was het heus maar van mij had het best een groot hoorntje mogen zijn met twee bolletjes.

 

Veel te snel had ik mijn ijsje op en bleef toen vol liefde naar die van het vrouwtje kijken.
Ondanks het feit dat ik mijn lippen bleef aflikken kreeg ik helemaal niks van haar.
Ze at zonder schaamte twee hele grote bollen ijs helemaal alleen op.
Volgende keer gaan we weer naar dit terras en dan neem ik een groot ijsje hoor.

 

Eindelijk kwam mijn vriend Guus weer eens spelen.
In mijn tuin kunnen we lekker ravotten in het zand.
Het vrouwtje vind dat niet zo’n goed idee maar de mama van Guus zegt altijd: “als je maar lol hebt”, en dat hadden we toevallig volop.

 

We scheurden in volle vaart door het zand en het vrouwtje begon te jammeren dat de baas het zand net zo mooi had aangeharkt.
Tja, wie gaat dat ook aanharken als Guus komt spelen?

 

Zullen we nog wat koekjes doen?
Je hebt de smulpot niet voor niets mee genomen toch?
Ik lust jouw koekjes graag.

 

Het was niet alle dagen mooi weer maar we vermaken ons altijd wel in het Paradijsje.
Ik kreeg mijn nieuwe gekleurde tennisballen en dat was echt een feestje.
Guus had er ook eentje en die speelt altijd heel lief zelf met de bal.
Dat is natuurlijk ook leuk maar ik wil samen met jullie spelen.

Hoezo moet ik naar Guus kijken hoe hij dat doet?
Ik kan ook heus wel een balletje met mijn neus wegrollen, ik ben heus niet dom.
Maar…. ik vind het leuker als jullie hem gooien dus hup, in de benen.

Keihard blaffen helpt best want het vrouwtje wil niet dat het hele park last heeft van mijn gewafkip.

 

Eindelijk gooide het vrouwtje mijn bal met een echte domme zwaai, precies mijn zwembad in.

Mijn zwembad was net gevuld met steenkoud water, daar had ik niet zo’n zin in.
Het vrouwtje zei met een iets te hoog stemmetje dat het heerlijk water was en dat ik de bal er prima zelf uit kon halen.

Ik heb nog een poging gedaan om mijn bal uit het water te vissen maar toen dat niet lukte zette ik het op een oorverdovend blaffen.
Ik hoorde in de verte al weer wat zuchten.

 

De zuchter stond op, pakte mijn bal uit het water en gooide hem weg.
Was dat nou zo moeilijk?
Hier is de bal, je mag weer gooien.

 

Het vrouwtje moet nog één nachtje werken en dan gaan we weer lekker naar het Paradijsje.
Ik heb er zin in. Tot volgende week.